
Hoofdstuk 4
Inleiding bij het vierde gedeelte.
Elke gelovige komt natuurlijk voor de vraag te staan: ,Waarom al dit geweld en waarom grijpt onze Schepper niet in"?
Tevens voor de vraag: Wat is er met het Joodse volk gebeurt?
Het Oude Testament geeft echter een exact beeld van het hoe en waarom. De meeste rabbijnen weten dit, maar er hangt een enorm taboe over. Dit gedeelte kan dan ook als zeer schokkend en confronterend ervaren worden. Toen ik dit de eerste keer onder ogen kreeg, was ik totaal geschokt. Het liet me achter met een gevoel van vrees en eerbied.
Het heeft geen enkele zin deze gegevens te ontkennen. Sommige dingen zijn hard en moeten ook keihard gezegd worden. Doet men dit niet, dan verdraait en verdringt men de waarheid.
Het O.T. geeft een profetisch beeld wat er met het Joodse volk en de wereld gebeurd is en gaat gebeuren. De geschiedenis heeft deze stelling al bewezen. Wat ik in wezen doe is de geschiedenis naast de bijbel leggen en dan tot de volgende conclusies te komen. De wereld en specifiek Israël en het midden oosten draaien exact zo als de profeten van begin af aan hebben voorspeld.
Vanaf zo'n 3500 jaar geleden begonnen de profeten te voorspellen wat er zou gaan gebeuren. Dit zowel gezien in het licht van de historie, het heden en de toekomst.
Men kan dit verschijnsel enkel verklaren als men gelovig is. Elke andere verklaring is zinloos. Deze mensen werden geleid door de Heilige Geest en hierdoor konden ze voorspellen wat er duizenden jaren later zou gaan gebeuren.
Ongeveer tien profeten zagen wat er ging gebeuren en kregen opdracht hierover te schrijven.
Besluiten doe ik deze inleiding dan ook met woorden die opgeschreven staan in Jesaja 42: 8-9 en Jesaja 44: 8-9:
,Ik ben de Here, dat is mijn naam, en mijn eer zal Ik
aan geen ander geven noch mijn lof aan de gesneden
den. Het vroegere, zie, het is gekomen, en nieuwe dingen
kondig Ik u aan; voordat zij uitspruiten, doe Ik ze u
horen".
,Weest niet verschrikt en vreest niet. Heb Ik het u niet
van oudsher doen horen en verkondigd? Gij zijt mijn
getuigen: is er een God buiten Mij? Er is geen andere
Rots, Ik ken er geen".
,Want in veel wijsheid ligt veel verdriet, en als iemand
kennis vermeerdert, vermeerdert hij smart". Pred. 1:18
127
DE REDENEN
Volgens sommige Joodse geleerden zou met de komst van de Messias de ellende voor het Joodse volk gaan beginnen. En ze hebben gelijk (gehad) alleen het is reeds gebeurd!
De grootst fout, die het christendom gemaakt heeft, is om te denken dat Jeshua door zijn Joodse broeders vermoord zou zijn.
Buiten dat, door de woorden van Jeshua heeft men zich met buitengewone ijver op het Joodse volk gestort om dit te bekeren tot gedoopte christenen. Door de wet van Mozes en de profeten en door het niet begrijpen van Jeshua en de Schriften was het voor het Joodse volk, met de rabbijnen en de Schriftgeleerden voorop, ten enenmale onmogelijk om Jeshua te accepteren als Messias.
Wat was nu het plan van de Heer, dat door Jeshua gestalte kreeg?
Het Joodse volk werd in de eerste eeuw door de romeinen verdreven uit Israël, gelijk door de profeten en Jeshua voorspeld was. Maar hoe ze nu gehaat te maken bij de rest van de wereldbevolking?
De geschiedenis bewijst het zelf al.
Doordat de Joden beschuldigd werden van Godsmoord en bovendien weigerden om Jeshua te aanvaarden als Messias, werden ze op een wrede manier vervolgd tot in de kleinste uithoeken der aarde.
Wat voor plan had God dan met zijn Zoon?
De Messias zou de waarheid vertellen, maar niet begrepen worden. Hij zou het Joodse volk straffen, waardoor ze over de hele wereld heen vervolgd zouden worden. Hij leert het Joodse volk en de wereld een les, die men nooit meer zal vergeten.
Maar waarom dan straffen? Niet omdat ze de Messias gedood hadden, wat door de meerderheid van christenen gepredikt is of wordt.
De reden gaat veel verder terug. Het gaat terug tot in de dagen van Mozes. Reeds toen is er door de Heer besloten om het Joodse volk een afstraffing te geven. Onze Schepper wist toen reeds dat het volk zou afdwalen, vreemde góden zou gaan dienen en de wet niet zou volgen.
Toch bleef onze Formeerder het proberen. Door het sturen van zijn knechten, de profeten, bleef Hij en op hameren zich te bekeren en te leven volgens de wetten, die Mozes van Hem had ontvangen.
Het Joodse volk weigerde echter om te luisteren. Men dwaalde steeds verder af, totdat men op een gegeven moment zover ging, zo diep zonk, dat men de eerstgeboren zonen en dochters ten offer bracht aan allerlei vreemde góden op de heuvels van Judea en Samaria. Toen is de Heer woedend geworden, en besloot Hij het Joodse volk te straffen. Deze woede kan men o. a. terugvinden in Ezechiël 16:19b-21a
,Zelfs is het zover gekomen, luidt het woord van de Here Here, dat gij de zonen en dochters die gij Mij gebaard genomen en ten offer gebracht hebt, hun tot spijze.
128
Was uw ontucht niet voldoende, dat gij ook mijn zonen
geslacht hebt en die hebt ovengegeven door ze voor hen
te verbranden"?
Vooral onder het bewind van Manasse nam dit schrikbarende vormen aan. Er is toen ook besloten om het Joodse volk een afstraffing te geven, die men nooit meer zal vergeten.
In Jeremia 15:3—4 lezen we het volgende:
,Ja, Ik zal over hen vierderlei bezoeking brengen, luidt
het woord des Heren: het zwaard om te doden, de honden
om weg te slepen, het gevogelte des hemels en het ge-
dierte der aarde om te verslinden en te verscheuren en
Ik zal hen maken tot een schrikbeeld van alle koninkrij-
ken der aarde, ter wille van Manasse, de zoon van
Jehikzia, de koning van Juda, om hetgeen hij gedaan
heeft in Jeruzalem".
Om het zover te krijgen, dat de wereld de Joden zou gaan haten, werd Jeshua gezonden, om gedood te worden door zijn broeders, zoals voorspeld was door de profeten! — Maar men kan Gods Zoon enkel doden als het een Gods plan is.
Tevens werd Hij gezonden om de waarheid te vertellen-in gelijkenissen-die niet (goed) begrepen zouden worden.
Zo heeft het ook precies gewerkt! De (meeste) christenen vergaten totaal de woorden van Jeshua, geschreven in Mattheus 26:47-56, Marcus 14:43-50, en Johannes 18-11 waarin Jeshua zegt: "de Schriften moeten in vervulling gaan en de beker die de Vader mij gegeven heeft, zal Ik die niet drinken"?
Deze woorden werden door veel christenen niet begrepen, zelfs niet door zijn eigen discipelen, wat men kan lezen in o.a. Handelingen 7:51—52 waar Stephanus' uitroept dat ze de verraders en moordenaars zijn geworden van de rechtvaardige. Totaal vergetend de woorden van Jeshua dat Hij moest sterven en ten derden dage weer op zou staan.
Door het niet begrijpen van dit alles werd het Joodse volk op een afgrijselijke manier vervolgd tot in de kleinste uithoeken der aarde en over de hele wereld verspreid.
Ieder die een klein beetje van de Joodse geschiedenis afweet, weet dat dit +2000 jaar lang gebeurd is tot op de huidige dag toe met als hoogtepunten, of liever gezegd dieptepunten de Spaanse inquisitie en nazi—Duitsland. Maar door de eeuwen heen werd het Joodse volk vervolgd en gedood door zogenaamde christenen voor het niet accepteren en doden van Jeshua.
De wonden, die dit geslagen heeft in het Joodse volk zijn enorm.
Vandaar dat het ook begrijpelijk moet zijn, dat vele (religieuze) Joden weigeren om hierover te praten. Men wordt met deze achtergrond opgevoed en zodra de naam Jeshua valt, slaan ze totaal dicht, de uitzonderingen daargelaten.
Alles was reeds door de profeten voorspeld en als de Schriftgeleerden de bijbel werkelijk gekend hadden, dan had men dit kunnen weten! Jeshua wist dit ook en waarschuwde hiervoor.
We zullen eens door het Oude Testament heen gaan, om te weten wat onze Schepper, via de profeten, hierover gezegd heeft.
In Jesaja 5:1—7 lezen we het volgende:
129
Het lied van de wijngaard
,Mijn geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heu-
vel; hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen, be-
plantte hem met edele wijnstokken, bouwde daarin een
toren en hieuw ook een perskuip daarin uit. En hij ver-
wachtte, dat de wijngaard goede druiven zou vóórtbren-
gen, maar hij bracht wilde druiven voort.
Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda,
spreekt toch recht tussen Mij en mijn wijngaard. Wat was
er nog aan mijn wijngaard te doen, dat Ik er niet aan
gedaan heb? Waarom verwachtte Ik, dat hij goede druiven
zou voortbrengen, en bracht hij wilde druiven voort? Nu
dan, Ik wil u doen weten, wat Ik met mijn wijngaard ga
doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest worde;
zijn muur doorbreken, opdat hij vertrapt worde; Ik zal
hem tot een wildernis maken, hij zal gesnoeid noch
behakt worden, zodat er dorens en distels opschieten; en
Ik zal de wolken gebieden, dat zij op hem geen regen doen
vallen. Welnu, de wijngaard van de Here der heerscharen
is het huis Israëls, en de mannen van Juda zijn de plan-
ten waarin Hij vreugde heeft; Hij verwachtte goed be-
stuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrach—
ting, maar zie, het was rechtsverkrachting".
Ditzelfde verhaal, maar in een iets andere vorm. Komt men ook weer in het evangelie tegen. Ook deze profetie is volledig waar geworden. Toen Mark Twain eind vorige eeuw door Israël trok, schreef hij, dat hij nog nooit zo'n eenzaam en verwoest land had gezien.
Jeremia 9:13-16
,De Here zegt: Omdat zij mijn wet verlaten hebben,
die hun had voorgelegd, en niet aan mijn stem gehoor
gegeven noch daarnaar gewandeld hebben, maar gewandeld
hebben naar de verstoktheid van hun hart, achter de
Baéls aan, zoals hun vaderen hun hadden geleerd.
Daarom, zo zegt De Here der heerscharen de God van
Israël: Zie Ik spijzig hen met balsem, Ik drenk hen met
gifsap; Ik verstrooi hen onder de volkeren die zij niet
kennen, zij noch hun vaderen. Ik zend hun het zwaard
achterna, totdat Ik aan hen een einde zal gemaakt heb-
ben. Zo zegt de Here der heerscharen".
Hier is verdere uitleg onnodig, een ieder die de geschiedenis kent, weet dat dit gebeurd is.
Ezechiël 4:16-17
,Daarna zeide Hij tot mij: Mensenkind, zie, Ik verbreek
de staf des broods in Jeruzalem—en zij zullen brood
eten; in afgewogen hoeveelheid, met kommer; water zullen
zij drinken, in afgemeten hoeveelheid, in stomme smart—
opdat zij aan brood en water gebrek hebben, met elkander
verbijsterd staan en in hun ongerechtigheid wegkwijnen".
Ezechiël 22:15-16
,Ik zal u verstrooien onder de volken en verspreiden
130
over de landen en Ik zal uw onreinheid geheel van u
wegdoen.
Zo zult gij door uw eigen toedoen voor het oog der
volken ontwijd worden, en gij zult weten, dat Ik de Here
ben".
Ezechiël 36:17-20
,Mensenkind toen het huis Israëls nog in zijn land
woonde, heeft het dat verontreinigd, door zijn handel en
wandel. Als de maandelijkse onreinheid, zo was hun
wandel in mijn ogen. Daarom stortte Ik mijn grimmigheid
over hen uit vanwege het bloed dat zij in het land
vergoten hadden, en omdat zij het verontreinigd hadden
door hun afgoden. Ik verstrooide hen onder de volken,
zodat zij over de landen verspreid raakten; naar hun
handel en wandel richtte Ik hen".
Het komt hier al duidelijk naar voren: deze wereld is niet door een zogeheten duivel geslagen, maar door God zelf.
Hosea 8:7-14
,Want wind zaaien zij en storm oogsten zij: tot rijpheid
Komt het koren niet, het is een gewas dat geen meel
voortbrengt; en brengt het al iets voort, dan verslinden
het vreemden.
Israël is verslonden. Nu zijn zij onder de volken gewor-
den als een voorwerp waar niemand behagen in schept,
omdat zij naar Assur getogen zijn. Een wilde ezel houdt
zich afgezonderd, maar Efraim reikt minnegeschenken uit.
Zelfs al zouden zij die onder de volken ontvangen, Ik
zal hen nu vergaderen; zij hebben weinig te hopen van de
uitspraak van de Koning der vorsten.
Voorwaar, vele altaren heeft Efraim gesticht om te zon-
digen; de altaren hebben hun gediend om te zondigen. Al
schrijf Ik hun tienduizendvoudig mijn wetten voor, toch
worden deze geacht als die van een vreemde. Offergaven
brengen zij, vlees, en zij eten het. De Here heeft in
hen geen behagen; nu gedenkt Hij hun verkeerdheid en
straft hun zonden; zij zullen terugkeren naar Egypte.
Ja, Israël heeft zijn Maker vergeten, en heeft paleizen
gebouwd, terwijl Juda talrijke versterkte steden maakte.
Doch Ik zal een vuur in zijn steden werpen; dat zal haar
burchten verteren".
Wat interessant is in dit gedeelte, is dat ook hier aangekondigd wordt, dat met de komst van de Messias de ellende voor het Joodse volk zou beginnen. Hoe vreemd dit ook mag klinken, dit wordt ook geleerd in sommige jeshiva's. Daarom zegt de profeet Hosea ook, dat het Joodse volk weinig te hopen heeft van de Koning (Messias) der vorsten.
Hosea 8:1b—2
,Als een arend (komt het) tegen het huis des Heren!
Omdat zij mijn verbond hebben overtreden en tegen mijn
wet gerebelleerd".
131
Psalm 78:34-39
,Als Hij hen doodde, dan vroegen zij naar Hem,
bekeerden zich en zochten God,
en gedachten dat God hun rots was,
Maar zij bedrogen Hem met hun mond
en belogen Hem met hun tong;
hun hart was niet standvastig bij Hem,
zij wanen niet getrouw aan zijn verbond.
Maar Hij, de barmhartige, verzoende
de ongerechtigheid en verdient niet;
Hij wendde menigmaal zijn toorn af
en wekte zijn volle grimmigheid niet op;
Hij gedacht, dat zij vlees waren,
een ademtocht, die vervliegt en niet wederkeert".
Ook in dit gedeelte lezen we weer dat de Heer straft en niemand anders!
Psalm 79:1
'O God, heidenen zijn uw erfdeel binnengedrongen,
zij hebben uw heilige tempel ontwijd,
Jeruzalem tot puinhopen gemaakt".
132
De val van Jeruzalem voorspeld.
Spreuken 122 : 33
,Hoelang zult gij, onverstandigen, het onverstandig liefhebben,
zullen spottens aan spottennij een welgevallen hebben,
en dwazen de kennis haten?
Keert u tot mijn vermaning!
Zie, ik wil mijn geest voor u uitstorten,
u mijn woorden bekendmaken.
Omdat gij weigert het, toen ik riep,
niemand acht gaf, toen ik mijn hand uitstrekte,
gij al mijn raadgevingen in de wind sloegt,
en mijn vermaning niet wildet,
daarom zal ik ook lachen om uw verderf;
ik zal spotten, wanneer uw verschrikkingen komen zal.
Wanneer uw verschrikkingen zal komen als een storm
en uw verderf zal aansnellen als een wervelwind,
wanneer benauwdheid en angst oven u zullen komen,
dan zullen zij tot mij roepen, maar ik zal niet antwoorden,
zij zullen mij zoeken, maar mij niet vinden.
Omdat zij de kennis hebben gehaat
en de vreze des Heren niet hebben verkozen,
mijn raad niet hebben gewild,
al mijn vermaningen hebben versmaad,
zullen zij eten van de vrucht van hun wandel
en verzadigd wonden van hun raadslagen.
Want de afkerigheid den onverstandigen zal hen doden,
de zorgeloosheid den dwazen zal hen te gronde richten.
Maar wie naar mij luistert, zal gerust wonen,
beveiligd tegen de verschrikkingen van het onheil".
133
Vele(n) (Joden) hebben zich afgevraagd en vragen zich dat nu nog af, waar God tijdens de Tweede Wereldoorlog?
Het antwoord hierop wordt duidelijk gegeven in dit gedeelte van Spreuken. Het komt erop neer, dat God na Jeshua het Joodse volk de rug toegekeerd heeft, omdat het Joodse volk weigerde toen Hij riep. -- Het Joodse volk werd opgejaagd van het ene naar het andere land, door het zwaard vervolgd op een manier, die een ieder met een beetje inzicht en gevoel de huiveringen over de rug doet lopen.
In Jeremia 13: 24-27 lezen we het volgende;
,Ja, Ik zal hen verstrooien als kaf, wegstuivend in de
woestijnwind. Dat is uw lot, het deel door Mij u toege-
meten, luidt het woord des Henen, daar gij Mij hebt
vergeten en op de leugen uw betrouwen gesteld. Ja, Ik
zelf zal uw slippen omhoog tillen tot aan uw aangezicht,
zodat uw schande wordt gezien: uw echtbreuk en uw gehin-
nik, uw schandelijke ontucht. Op de heuvels in het veld
heb ik uw gruwelen gezien; wee u, Jeruzalem, hoelang zal
het nog duren, eer gij rein wordt"?
Als men dit gedeelte leest en men gaat terug in de geschiedenis, dan wordt men stil en bevreesd.
Maar laten we bij het begin beginnen, bij Mozes; elke Joodse man of vrouw, die religieus opgevoed is, weet dit, uiteraard zijn ook de rabbijnen zich hiervan terdege bewust, maar en rust een taboe op, men durft en niet goed oven te praten.
In Deuteronomium 28:15-68 zegen en vloek; lezen we het volgende;
,Maar indien gij niet luistent naan de stem van de Here,
uw God, en niet al zijn geboden en inzettingen, die ik u
heden opleg naarstig onderhoudt, dan zullen de volgende
vervloekingen alle over o komen en u treffen: Vervloekt
zult gij zijn in de stad en vervloekt op het veld. Ver-
vloekt zullen zijn uw mand en uw baktrog. Vervloekt zal
zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw bodem, de
worp van uw runderen en de dracht van uw kleinvee.
Vervloekt zult gij zijn bij uw ingang en vervloekt bij
uw uitgang.
De Here zal over u de vloek, de verwarring en de bedrei-
ging doen komen in alles wat gij onderneemt en wat gij
doet, totdat gij verdelgd wondt en snel te gronde gaat
vanwege de slechtheid uwen daden, omdat gij Mij verlaten
hebt. De Here zal de pest aan u doen kleven, totdat zij
u heeft weggevaagd uit het land dat gij in bezit gaat
nemen. De Here zal u slaan met tering, koorts, brand,
ontstekingen, droogte, brand, ontstekingen, brandkoren en
en honingdauw: zij zullen u vervolgen, totdat gij te gronde gaat.....
De Here zal uw verslage aan uw vijanden overleveren,
langs één enkele enkele weg zult gij tegen hen optrekken,
maar langs zeven wegen voor hen vluchten, zodat gij tot een
schrikbeeld zult wezen voor alle koninkrijken den aarde.
Uw lijken zullen tot voedsel dienen voor al het gevogel-
te des hemels en het gedierte den aarde, zonder dat
133
iemand die opschrikt.
De Here zal u slaan met Egyptische zweren, met builen,
uitslag en schurft, waarvan gij niet kunt genezen. De
Here zal u slaan met waanzin, verblinding en verstands-
verbijstering, zodat gij op de middag rondtast, als een
blinde in de duisternis; gij zult op uw wegen niet
voorspoedig zijn, maar bij voortduring slechts verdrukt
en beroofd worden, zonder dat iemand u redt. Gij zult
een vrouw ondertrouwen, maar een andere man zal haar
beslapen. Gij zult een huis bouwen, maar het niet bewo-
nen..... Uw kleinvee zal aan uw vijanden worden gegeven,
zonder dat iemand u te hulp komt. Uw zonen en dochters
zullen aan een ander volk worden overgeleverd, terwijl
gij het met eigen ogen ziet, en de gehele dag naar hen
smacht, zonder iets te kunnen doen.
Een volk, dat gij niet kent, zal de vrucht van uw bodem
eten en alles waarvoor gij gezwoegd hebt; bij voortdu-
ring zult gij slechts verdrukt en vertrapt worden. Gij
zult waanzinnig worden vanwege het schouwspel, dat uw
ogen zullen zien..... Gij zult een voorwerp van ontzet-
ting worden, een spreekwoord en een spotrede onder alle
volken, naar wier land de Here u wegvoert.
Veel zaad zult gij naar de akker brengen, maar weinig in—
zamelen, want de sprinkhaan zal het afvreten......
Al deze vervloekingen zullen over u komen, u achtervol-
gen en u treffen, totdat gij verdelgd zijt, omdat gij
niet geluisterd hebt naar de stem van de Here, uw God,
en de geboden en inzettingen die Hij u opgelegd heeft,
niet onderhouden hebt; zij zullen onder u tot een teken
en wonder zijn en onder uw nageslacht voor altoos. Omdat
gij de Here, uw God, niet met vreugde en blijdschap ge-
diend hebt vanwege al uw overvloed, zult gij uw vijan-
den, die de Here tegen u zal doen optrekken, dienen,
onder honger en dorst, in naaktheid en met gebrek aan
alles; Hij zal een ijzeren juk op uw hals leggen, totdat
Hij u verdelgd heeft..... De meest verwekelijkte en
verwende man onder u zal zijn broeder noch zijn eigen
vrouw noch de kinderen, die hem nog resten, iets gunnen,
zodat hij geen van hen iets zal willen geven van het
vlees zijner kinderen die hij eet, omdat uw vijand hem
niets anders overgelaten heeft, in de benardheid en
benauwdheid, waarmede deze u in al uw steden kwellen
zal. De verwekelijkte en verwende vrouw onder u, die van
verwendheid en wekelijkheid het nooit gewaagd heeft
haar voetzool op de grond te zetten, zal haar eigen man
noch haar zoon en dochter iets gunnen, zelfs niet de
nageboorte uit haar schoot noch de kinderen, die zij
baart, want bij gebrek aan alles zal zij die in het
geheim eten, in de benardheid en benauwdheid, waarmede
uw vijand u in al uw steden kwellen zal.
Indien gij niet naarstig onderhoudt al de woorden der
wet, die in dit boek geschreven zijn, en gij niet deze
heerlijke, geduchte Naam, de Here, uw God vreest, dan
zal de Here u en uw nageslacht ongemeen zwaar tuchtigen
met felle aanhoudende slagen en boze, aanhoudende
ziekten.....
134
Ook allerlei ziektes en slagen, die in het boek
deze wet niet beschreven zijn, zal de Here over u doen
komen, totdat gij verdelgd zijt. Met weinigen zult gij
overblijven, terwijl gij talrijk geweest zijt als de
sterren des hemels-omdat gij niet geluisterd hebt naar
de stem van de Here, uw God. Zoals de Here er behagen in
had om u wél te doen en u talrijk te maken, zo zal de
Here er behagen in hebben om u te gronde te richten en
te verdelgen; en gij zult weggerukt worden uit het land,
dat gij in bezit gaat nemen.
De Here zal u verstrooien onder alle natiën van het ene
einde der aarde tot het andere; aldaar zult gij andere
góden dienen, die noch gij noch uw vaderen gekend heb-
ben: hout en steen. Gij zult onder die volken geen rust
vinden noch een rustplaats voor uw voetzool; de Here zal
u daar een bevend hart geven, ogen vol heimwee en een
kwijnende ziel. Zonder ophouden zal uw leven in gevaar
verkeren; des nachts en des daags zult gij opschrikken
en van uw leven niet zeker zijn. Des morgens zult gij
zeggen: Was het maar avond; en des avonds: Was het maar
morgen—vanwege de vrees, die uw hart vervult, en vanwege
het schouwspel, dat uw ogen zien. . . . gij zult daar aan
uw vijanden als slaven en slavinnen te koop aangeboden
worden, maar er zal geen koper zijn".
De uitgekomen vloek, alles wat zich heeft afgespeeld in en rondom het Joodse volk, kan men in dit gedeelte terugvinden.
Deut. 29:4
,Doch de Here heeft u geen hart gegeven om te verstaan
of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op de
huidige dag".
Deut. 28: 13—15
,Opdat Hij u heden als zijn volk bevestige en u tot een
God zij, zoals Hij u toegezegd heeft, en uw vaderen. Abra-
ham, Isaak en Jakob, gezworen heeft. Niet met u alleen
sluit ik dit verbond en dit met een vervloeking
verdrag: maar zowel met ieder, die zich hier bij
ons bevindt en heden staat voor het aangezicht van de
Here, onze God, als met ieder, die hier niet bij ons is".
Dit gedeelte is belangrijk: ,Niet met u alleen, maar met een ieder, die niet bij ons is".
De wetten gelden niet alleen voor Israël, maar voor de gehele wereld, vandaar dat niet alleen Israël zwaar gestraft werd, maar in principe de hele wereld.
1 Koningen 9:6-9
,Maar indien gij u met uw zonen ooit van Mij afkeert en
Mij niet volgt, mijn geboden en inzettingen die Ik u
voorgehouden heb niet volbrengt, maar andere góden gaat
dienen, en u voor die nederbuigt, dan zal Ik Israël uit-
roeien van de bodem die Ik hun gegeven heb, en het huis
dat Ik aan mijn naam geheiligd heb, zal Ik van mij
135
wegstoten, zodat Israël tot een spreekwoord en een spotrede
onder alle volken zal worden. Dit huis zal tot puinhopen
worden; ieder die eraan voorbijgaat, zal zich ontzetten
en fluiten, en zeggen; waarom heeft de Here alzo aan dit
land gedaan?
Dan zal men zeggen: omdat zij de Here hun God, die hun
vaderen uit het land Egypte had geleid, hebben verlaten,
zich aan andere góden gehecht, zich voor die neergebogen-
en die gediend hebben, daarom heeft de Here al dit
onheil over hen gebracht".
Een profetie, die ook volledig waar geworden is: bedenk maar eens hoeveel (spreek)woorden er zijn met een Joods tintje, b. v. joden-streek e.d.
Psalm 60:3-5
,0 God, Gij hebt ons verstoten. Gij hebt ons verbroken.
Gij zijt verbolgen geweest; herstel ons!
Gij hebt het land doen beven en barsten;
heel zijn scheuren, want het wankelt,
gij hebt uw volk harde dingen doen zien.
Gij hebt ons bedwelmende wijn doen drinken".
Psalm 78:55-64
,Hij verdreef volken voor hen uit,
mat hun die toe als erfelijk bezit,
en liet Israëls stammen in hun tenten wonen.
Maar zij verzochten God en waren weerspannig
tegen Hem de Allerhoogste,
en onderhielden zijn getuigenissen niet;
zij werden afvallig en trouweloos evenals hun vaderen;
faalden als een bedrieglijke boog,
zij tergden Hem door hun hoogten,
wekten Hem tot naijver door hun beelden.
God hoorde het en werd verbolgen,
en versmaadde Israël ten enenmale.
Hij gaf de woning van Silo prijs,
de tent die Hij onder de mensen had opgeslagen;
zijn sterkte gaf Hij over in gevangenschap,
zijn sieraad in de macht van de tegenstander.
Hij gaf zijn volk prijs aan het zwaard,
en was verbolgen op zijn erfdeel;
het vuur verteerde zijn jongelingschap,
zijn maagden werden niet bezongen;
zijn priesters vielen door het zwaard,
zijn weduwen weenden niet".
Psalm 80:9-19
,Gij hebt een wijnstok uit Egypte uitgegraven.
Gij hebt volken verdreven en Hém geplant.
Gij hebt (de grond) voor hem toebereid,
zodat hij wortelen schoot en het land vulde.
Bergen waren met zijn schaduw bedekt,
en ceders Gods met zijn twijgen;
136
hij breidde zijn takken uit tot aan de zee,
zijn scheuten tot aan de rivier.
Waarom hebt Gij zijn muren doorbroken,
zodat ieder die langs de weg voorbijgaat, ervan plukt,
het everzwijn uit het woud hem afvreet,
en wat op het veld zich roert, hem afweidt?
O God der heerscharen, keer toch weder,
aanschouw uit de hemel en zie,
en sla acht op deze wijnstok,
de stek die uw rechterhand heeft geplant,
op de zoon die Gij u hebt grootgebracht.
Als afval is hij met vuur verbrand;
door uw dreigende aanblik gaan zij te gronde.
Uw bescherming zij over de man van uw rechterhand,
over het mensenkind dat Gij u hebt grootgebracht.
Dan zullen wij niet van u wijken;
maak ons levend, dan zullen wij uw naam aanroepen".
Deze psalm geldt niet alleen voor Israël, maar voor heel de wereld.
Psalm 89:39-52
,Toch hebt gij verstoten en versmaad.
Gij zijt verbolgen geweest op uw gezalfde;
het verbond met uw knecht hebt Gij teniet gedaan.
zijn kroon ter aarde toe ontwijd;
al zijn muren hebt gij verbroken,
zijn vestingen tot een piunhoop gemaakt;
allen die op de weg voorbijgingen, plunderden hem,
hij werd een smaad voor zijn naburen;
Gij hebt de rechterhand van zijn tegenstanders verhoogd.
Gij hebt al zijn vijanden verheugd;
ook hebt Gij de scherpte van zijn zwaard omgewend,
en hem niet doen stand houden in de krijg;
Gij hebt zijn glans doen ophouden,
en zijn troon ter aarde neergeworpen;
Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort.
Gij hebt hem met schaamte overdekt, sela.
Gedenk wat mijn levensduur is,
tot welke nietigheid Gij alle mensenkinderen hebt geschapen.
Welke mens leeft er, die de dood niet zien zal,
die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk? sela
Waar zijn, o Here, uw vroegere gunstbewijzen,
die Gij in uw trouw aan David hebt gezworen?
Gedenk, Here, de smaad, uw knechten aangedaan;
hoe ik in mijn boezem (de hoon) van alle grote volken draag,
waarmee uw vijanden smaden, o Here,
waarmee zij smaden de voetsporen van uw gezalfde"!
Psalm 106:7
,Onze vaderen in Egypte sloegen geen acht op uw wonderen,
zij gedachten niet aan uw talrijke gunstbewijzen,
doch waren weerspannig bij de zee, bij de Schelfzee".
137
Ook in dit stuk kan men lezen dat het Joodse volk van het begin af aan de verkeerde wegen bewandelde.
Psalm 106:35-48
,Maar zij lieten zich in met de heidenen
en leenden hun wenken,
zij dienden hun afgoden,
die hun tot een valstrik wenden,
zij effenden hun zonen
en hun dochters aan de boze geesten;
ook vergoten zij onschuldig bloed,
het bloed van hun zonen en dochters,
die zij offerden aan de afgoden van Kanaän,
zodat het land door bloedschuld wend ontwijd.
Zij verontreinigden zich door hun werken,
pleegden ovenspel door hun daden.
Toen ontbrandde de toorn des Heren tegen zijn volk,
en Hij gruwde van zijn erfdeel;
Hij gaf hen in de macht der volken,
zodat hun haters oven hen heersten;
hun vijanden verdrukten hen,
zodat zij zich kromden onder hun macht.
Vele malen redde Hij hen,
maar zij waren weerspannig in hun voornemen,
zodat zij wegzonken in hun ongerechtigheid.
Maar, als Hij hun benauwdheid zag,
wanneer Hij hun gejammer hoorde,
dan gedacht Hij te hunnen gunste aan zijn verbond,
en had deernis naar zijn grote goedertierenheid.
Dan deed Hij hen barmhartigheid vinden
bij allen die hen als gevangenen hadden weggevoerd.
Verlos ons, Here, onze God,
verzamel ons weder uit de volken,
opdat wij uw heilige naam loven,
ons beroemen in uw lof'.
Gelooft zij de Here, de God Israëls,
van eeuwigheid en tot eeuwigheid,
en al het volk zegge; Amen, Hallelujah".
Ook hier leest men weer, dat het Joodse volk zich schuldig maakte aan het offeren van kinderen, en dat daarom de toorn ontbrandde!
Psalm 107:11-12
,Omdat zij de woorden Gods hebben weerstreefd
en de raad des Allerhoogsten versmaad,
had Hij hun hart door moeite vernederd;
zij struikelden, en er was geen helper".
Jesaja 3:16—26
,Voorts zeide de Here: Omdat de dochters van Sion verwa-
ten geworden zijn en rondlopen met gerekte hals en
lonkende ogen, omdat zij met trippelende gang wandelen
en haar voetringen laten rinkelen, zo zal de Here de
schedel der dochters van Sion schurftig maken en de Here
138
zal haar schaamte ontbloten. In dien dage zal de Here
wegnemen de pronk der voetringen, de voorhoofdbanden,
maantjes, oorhangers, armbanden, sluiers, hoofddoeken,
voetkettinkjes, gordels, reukflesjes, tovermiddelen,
zegelringen. neusringen, feestgewaden, mantels, omslag-
doeken, tasjes, handspiegels, onderkleding, hoofdtooi,
en overkleding. Dan zal er in plaats van balsemgeur
vunsheid zijn, in plaats van een gordel een touw, in
plaats van haarvlechten kaalheid, in plaats van een
pronkgewaad omgording met een rouwkleed, een brandmerk
in plaats van schoonheid. Uw mannen zullen vallen door
het zwaard en uw helden in de strijd, en de poorten der
stad zullen zuchten en jammeren, en uitgeschud zal deze
ter aarde neerzitten".
Jesaja 5-. 1-7
,Mijn geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heu—
vel ; hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen, be-
plantte hem met edele wijnstokken, bouwde daarin een
toren en hieuw ook een perskuip daarin uit.
En hij verwachtte, dat de wijngaard goede druiven zou
voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven voort.
Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda,
spreekt toch recht tussen Hij en mijn wijngaard. Wat was
er nog aan mijn wijngaard te doen, dat Ik er niet aan
gedaan heb? Waarom verwachtte Ik, dat hij goede druiven
zou voortbrengen, en bij nacht hij wilde druiven voort?
Nu dan. Ik wil u doen weten, wat Ik met mijn wijngaard
ga doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest worde;
zijn muur doorbreken. opdat hij vertrapt wonde; Ik zal hem
tot een wildernis maken, hij zal gesnoeid noch behakt
worden, zodat er doorns en distels opschieten; en Ik zal
de wolken gebieden, dat zij op hen geen regen doen
vallen.
Welnu, de wijngaard van de Here der heerscharen
is het huis Israëls, en de mannen van Juda zijn de
planten waarin Hij vreugde heeft; Hij verwachtte goed
bestuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrach-
ting, maar zie, het was rechtsverkrachting".
Jesaja's profetie over Israël en het Joodse volk en wat er met zou gaan gebeuren.
Jeshua wist dit ook en daarom zei Hij:
,Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden
een bolwerk tegen u zullen opwerpen en u omsingelen en u
van alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en
uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen
op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opge-
merkt, dat God naar u omzag". (Lucas 19:43-44)
Tevens zei Hij vlak voor zijn kruisiging:
,Dochters van Jeruzalem, weent niet over Hij, maar weent
over uzelf, want zie, er komen dagen, waarop men zeggen
139
zal: Zalig de onvruchtbaren, en de schoot, die niet
heeft gebaard, en de borsten, die niet hebben gezoogd.
Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal
met het dorre geschieden"? (Luc. 23:28b—31)
Jesaja 6: 8b-13.
,En ik zeide: Hier ben ik, zend mij. Toen zeide Hij:
zeg tot dit volk: Hoort aldoor—maar verstaat niet, en
ziet aldoor—maar merkt niet op. Maak het hart van dit
volk vet, maak zijn oren doof en doe zijn oren dichtkle-
ven, opdat het met zijn ogen niet zie en met zijn oren
niet hore en opdat zijn hart niet versta, zodat het zich
niet bekere en geneze worde. Toen vroeg ik: Hoelang,
Here?
Hij antwoordde: Totdat de steden verwoest zijn, zodat er
geen inwoner meer is, en de huizen, zodat er geen mens
meer in is, en het bouwland verwoest is tot een wilder-
nis, en de Here de mensen ver verwijderd heeft en het
verlaten gebied in het land groot is. Is daarin nog een
tiende deel, dan zal dit weer verwoest worden".
Het niet verstaan geldt niet alleen voor het Joodse volk, maar voor de (de meeste) christenen.
Jesaja 30:9—17
,Want het is een weerspannig volk, leugenachtige kinde-
ren, kinderen die de wet des Heren niet willen horen;
die tot de zieners zeggen: Gij zult niet zien; en tot de
schouwers: Gij zult voor ons de waarheid niet schouwen,
spreekt tot ons aangename dingen, schouwt begoocheling-
gen; wijkt af van de weg, buigt af van het pad, doet de
Heilige Israëls weg uit onze ogen.
Daarom, zo zegt de Heilige Israëls: Omdat gij dit woord
verwerpt, op onderdrukking en slinksheid vertrouwt en
daarop steunt, daarom zal deze ongerechtigheid voor u
zijn als een losgeraakt brok steen, dat op vallen staat
en overhelt aan een hoge muur die plotseling, onver-
wachts, ineenstort. Hij zal hem stukbreken, zoals een
pottenbakkerskruik stukgebroken wordt, die meedogenloos
wordt vergruizeld, zodat onder zijn gruis geen scherf
wordt gevonden om vuur van de haard te nemen of water
uit de vijver te scheppen.
Want zo zegt de Here Here, de Heilige Israëls: Door
bekering en rust zoudt gij verlost worden, in stilheid
en vertrouwen zou uw sterkte zijn,-maar gij hebt niet
gewild. Gij hebt gezegd: Neen, op paarden zullen wij
voortvliegen—: daarom zult gij vlieden; en: Op snelle
rossen zullen wij rijden—:daarom zullen uw achtervolgers
snel zijn. Duizend zullen er vluchten voor het dreigen
van één, voor het dreigen van vijf zult gij vluchten ".
Jeremia 2:2 - 19
,Zo zegt de Here; Ik gedenk de genegenheid van uw jeugd,
de liefde van uw bruidstijd, toen gij Mij gevolgd waart
in de woestijn, in onbezaaid land; Israël was de Here
140
geheiligd, de eersteling zijner opbrengst; allen die
daarvan wilden eten, zouden schuld op zich laden, onheil
zou over hen komen, luidt het woord des Heren.
Hoort het woord des Heren, o huis van Jakob en alle
geslachten van het huis Israels! Zo zegt de Here: Wat
voor onrecht hebben uw vaderen in Mij gevonden, dat ze
zich ver van Hij verwijderd hebben, en het nietige zijn
achternagelopen, zodat zij teniet zijn geworden; en dat
zij niet zeiden: Waar is de Here, die ons uit het land
Egypte heeft gevoerd, die ons heeft geleid door de
woestijn, een land van steppen en kuilen, een land van
droogte en diepe duisternis, een land, waar niemand door
trekt en geen mens woont? Ik bracht u toch in een
vruchtbaar land om de vrucht en het goede daarvan te
eten; doch toen gij daar waart gekomen, hebt gij mijn
land verontreinigd en mijn erfdeel tot een gruwel ge—
maakt. De priesters zeiden niet: Waar is de Here; en zij
die zich met de wet bezighouden, wilden Mij niet kennen;
de herders werden van Mij afvallig; de profeten profe-
teerden door Baél en liepen hen die geen baat brengen,
achterna. Daarom zal Ik nog met u een rechtsgeding
voeren, luidt het woord des Heren, ja, met uw kindskin-
deren zal Ik een rechtsgeding voeren. Want steekt maar
eens over naar de kustlanden der Kittieten en ziet,
zendt boden naar Kedar en geeft nauwlettend acht, ja,
ziet, of iets dergelijks geschied is; heeft ooit een
volk góden verruild? —en dat Zijn toch geen góden!— maar
mijn volk heeft zijn eer verruild voor wat geen baat
brengt.
Ontzet u daarover, o hemelen, huivert en weent ten
diepste ontroerd, luidt het woord des Heren, want mijn
volk heeft twee boze daden bedreven: Mij, de bron van
levend water, hebben zij verlaten, om zichzelf bakken
uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.
Is Israël een slaaf? Is hij een onvrij geborene? Waarom
is hij dan tot een prooi geworden, waarover jonge leeu-
wen brullen, hun stem doen klinken? Ja, zij hebben zijn
land tot een woestenij gemaakt, zijn steden zijn ver-
brand, zodat zij zonder inwoners zijn. Zelfs schenen de
lieden van Nof en Tachpanhes u de schedel kaal, Berok-
kent u dit niet uw afval van de Here, uw God, ten tijde
dat Hij u op de weg leidde? Nu dan, wat hebt gij naar
Egypte te gaan om het water van de Nijl te drinken? Of
wat hebt gij naar Assyrié te gaan om het water van de
Eufraat te drinken? Laat uw boosheid u tuchtigen en uw
afdwaling u kastijden; weet en zie, dat het boos en
bitter is. dat gij de Here uw God hebt verlaten, en dat
er geen vrees voor hij bid u is, luidt het woord van de
Here, de Here der heerscharen".
Ook hier leest men weer waarom God woedend geworden is.
Jeremia 2:28—32
,Waar zijn dan uw góden die gij u gemaakt hebt? Laten
die opstaan, of zij u kunnen verlossen ten tijde van uw
rampspoed; want even talrijk als uw steden zijn uw góden
141
wegstoten, zodat Israël tot een spreekwoord en een spotrede
onder alle volken zal worden. Dit huis zal tot puinhopen worden;
ieder die eraan voorbijgaat, zal zich ontzettenen fluiten,
en zeggen; waarom heeft de Here alzo aan dit land gedaan? --
Dan zal men zeggen: omdat zij de Here hun God,
die hun vaderen uit het land Egypte had geleid, hebben verlaten,
zich aan andere góden gehecht, zich voor die neergebogen en die gediend hebben,
daarom heeft de Here al dit onheil over hen gebracht".
Een profetie, die ook volledig waar geworden is: bedenk maar eens hoeveel (spreek)woorden er zijn met een Joods tintje, b. v. joden-streek e.d.
Psalm 60:3-5,,0 God, Gij hebt ons verstoten. Gij hebt ons verbroken.
Gij zijt verbolgen geweest; herstel ons!
Gij hebt het land doen beven en barsten;
heel zijn scheuren, want het wankelt,
gij hebt uw volk harde dingen doen zien.
Gij hebt ons bedwelmende wijn doen drinken".
Psalm 78:55-64
,Hij verdreef volken voor hen uit,
mat hun die toe als erfelijk bezit,
en liet Israëls stammen in hun tenten wonen.
Maar zij verzochten God en waren weerspannig tegen Hem de Allerhoogste,
en onderhielden zijn getuigenissen niet;
zij werden afvallig en trouweloos evenals hun vaderen;
faalden als een bedrieglijke boog,
zij tergden Hem door hun hoogten,
wekten Hem tot na-ijver door hun beelden.
God hoorde het en werd verbolgen,
en versmaadde Israël ten enenmale.
Hij gaf de woning van Silo prijs,
de tent die Hij onder de mensen had opgeslagen;
zijn sterkte gaf Hij over in gevangenschap,
zijn sieraad in de macht van de tegenstander.
Hij gaf zijn volk prijs aan het zwaard,
en was verbolgen op zijn erfdeel;
het vuur verteerde zijn jongelingschap,
zijn maagden werden niet bezongen;
zijn priesters vielen door het zwaard,
zijn weduwen weenden niet".
Psalm 80:9-19
,Gij hebt een wijnstok uit Egypte uitgegraven.
Gij hebt volken verdreven en Hém geplant.
Gij hebt (de grond) voor hem toebereid,
zodat hij wortelen schoot en het land vulde.
Bergen waren met zijn schaduw bedekt,
en ceders Gods met zijn twijgen;
136hij breidde zijn takken uit tot aan de zee,
zijn scheuten tot aan de rivier.
Waarom hebt Gij zijn muren doorbroken,
zodat ieder die langs de weg voorbijgaat, ervan plukt,
het everzwijn uit het woud hem afvreet,
en wat op het veld zich roert, hem afweidt?
O God der heerscharen, keer toch weder,
aanschouw uit de hemel en zie,
en sla acht op deze wijnstok,
de stek die uw rechterhand heeft geplant,
op de zoon die Gij u hebt grootgebracht.
Als afval is hij met vuur verbrand;
door uw dreigende aanblik gaan zij te gronde.
Uw bescherming zij over de man van uw rechterhand,
over het mensenkind dat Gij u hebt grootgebracht.
Dan zullen wij niet van u wijken; maak ons levend,
dan zullen wij uw naam aanroepen".
Deze psalm geldt niet alleen voor Israël, maar voor heel de wereld.Psalm 89:39-52
,Toch hebt gij verstoten en versmaad.
Gij zijt verbolgen geweest op uw gezalfde;
het verbond met uw knecht hebt Gij teniet gedaan,
zijn kroon ter aarde toe ontwijd;
al zijn muren hebt gij verbroken,
zijn vestingen tot een puinhoop gemaakt;
allen die op de weg voorbijgingen, plunderden hem,
hij werd een smaad voor zijn naburen;
Gij hebt de rechterhand van zijn tegenstanders verhoogd.
Gij hebt al zijn vijanden verheugd;
ook hebt Gij de scherpte van zijn zwaard omgewend,
en hem niet doen stand houden in de krijg;
Gij hebt zijn glans doen ophouden,
en zijn troon ter aarde neergeworpen;
Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort.
Gij hebt hem met schaamte overdekt, sela.
Gedenk wat mijn levensduur is,
tot welke nietigheid Gij alle mensenkinderen hebt geschapen.
Welke mens leeft er, die de dood niet zien zal,
die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk? sela
Waar zijn, o Here, uw vroegere gunstbewijzen,
die Gij in uw trouw aan David hebt gezworen?
Gedenk, Here, de smaad, uw knechten aangedaan;
hoe ik in mijn boezem (de hoon) van alle grote volken draag,
waarmee uw vijanden smaden,
o Here, waarmee zij smaden de voetsporen van uw gezalfde"!
Psalm 106:7
,Onze vaderen in Egypte sloegen geen acht op uw wonderen,
zij gedachten niet aan uw talrijke gunstbewijzen,
doch waren weerspannig bij de zee, bij de Schelfzee".
137Ook in dit stuk kan men lezen dat het Joodse volk van het begin af aan de verkeerde wegen bewandelde.
Psalm 106:35-48
,Maar zij lieten zich in met de heidenen
en leenden hun wenken,
zij dienden hun afgoden,
die hun tot een valstrik wenden,
zij offerden hun zonen en hun dochters aan de boze geesten;
ook vergoten zij onschuldig bloed,
het bloed van hun zonen en dochters,
die zij offerden aan de afgoden van Kanaän,
zodat het land door bloedschuld wend ontwijd.
Zij verontreinigden zich door hun werken,
pleegden overspel door hun daden.
Toen ontbrandde de toorn des Heren tegen zijn volk,
en Hij gruwde van zijn erfdeel;
Hij gaf hen in de macht der volken,
zodat hun haters oven hen heersten;
hun vijanden verdrukten hen,
zodat zij zich kromden onder hun macht.
Vele malen redde Hij hen,
maar zij waren weerspannig in hun voornemen,
zodat zij wegzonken in hun ongerechtigheid.
Maar , als Hij hun benauwdheid zag,
wanneer Hij hun gejammer hoorde,
dan gedacht Hij te hunnen gunste aan zijn verbond,
en had deernis naar zijn grote goedertierenheid.
Dan deed Hij hen barmhartigheid vinden
bij allen die hen als gevangenen hadden weggevoerd.
Verlos ons, Here, onze God,
verzamel ons weder uit de volken,
opdat wij uw heilige naam loven,
ons beroemen in uw lof'.
Gelooft zij de Here, de God Israëls,
van eeuwigheid en tot eeuwigheid,
en al het volk zegge; Amen, Halleluja".
Ook hier leest men weer, dat het Joodse volk zich schuldig maakte aan het offeren van kinderen, en dat daarom de toorn ontbrandde!Psalm 107:11-12
,Omdat zij de woorden Gods hebben weerstreefden
de raad des Allerhoogsten versmaad,
had Hij hun hart door moeite vernederd;
zij struikelden, en er was geen helper".
Jesaja 3:16—26
,Voorts zeide de Here: Omdat de dochters van Sion verwaten
geworden zijn en rondlopen met gerekte hals en lonkende ogen,
omdat zij met trippelende gang wandelingen haar voetringen laten rinkelen,
zo zal de Here de schedel der dochters van Sion schurftig maken en de Here
138zal haar schaamte ontbloten.
In dien dage zal de Here wegnemen de pronk der voetringen,
de voorhoofdbanden, maantjes, oorhangers, armbanden,
sluiers, hoofddoeken, voetkettinkjes, gordels, reukflesjes, tovermiddelen,
zegelringen, neusringen, feestgewaden, mantels, omslagdoeken, tasjes,
handspiegels, onderkleding, hoofdtooi, en overkleding.
Dan zal er in plaats van balsemgeur vunsheid zijn,
in plaats van een gordel een touw,
inplaats van haarvlechten kaalheid,
in plaats van een pronkgewaad omgording met een rouwkleed,
een brandmerk in plaats van schoonheid.
Uw mannen zullen vallen door het zwaard en uw helden in de strijd,
en de poorten der stad zullen zuchten en jammeren,
en uitgeschud zal deze ter aarde neerzitten".
Jesaja 5-. 1-7
,Mijn geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel ;
hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen,
beplantte hem met edele wijnstokken,
bouwde daarin een toren en hieuw ook een perskuip daarin uit.
En hij verwachtte, dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen,
maar hij bracht wilde druiven voort.
Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda,
spreekt toch recht tussen Hij en mijn wijngaard.
Wat was er nog aan mijn wijngaard te doen, dat Ik er niet aangedaan heb?
Waarom verwachtte Ik, dat hij goede druiven zou voortbrengen,
en bracht hij wilde druiven voort?
Nu dan, Ik wil u doen weten, wat Ik met mijn wijngaard ga doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest worde; zijn muur doorbreken, opdat hij vertrapt wonde; Ik zal hem tot een wildernis maken, hij zal gesnoeid noch behakt worden, zodat er doorns en distels opschieten; en Ik (zalfde wolken gebieden, dat zij op hen geen regen doen vallen. Welnu, de wijngaard van de Here der heerscharen is het huis Israëls, en de mannen van Juda zijn de planten waarin Hij vreugde heeft; Hij verwachtte goedbestuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachting".
Tevens zei Hij vlak voor zijn kruisiging: ,Dochters van Jeruzalem, weent niet over Hij, maar weent over uzelf, want zie, er komen dagen, waarop men zeggen 139zal: Zalig de onvruchtbaren, en de schoot, die niet heeft gebaard, en de borsten, die niet hebben gezoogd. Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal met het dorre geschieden"? (Luc. 23:28b—31)
Jesaja 6: 8b-13.
,En ik zeide: Hier ben ik, zend mij. Toen zeide Hij: zeg tot dit volk: Hoort aldoor—maar verstaat niet, en ziet aldoor—maar merkt niet op. Maak het hart van dit volk vet, maak zijn oren doof en doe zijn oren dichtkleven, opdat het met zijn ogen niet zie en met zijn oren niet hore en opdat zijn hart niet versta, zodat het zich niet bekere en geneze worde.
Toen vroeg ik: Hoelang, Here? -- Hij antwoordde: Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is, en de huizen, zodat er geen mens meer in is, en het bouwland verwoest is tot een wildernis, en de Here de mensen ver verwijderd heeft en het verlaten gebied in het land groot is. Is daarin nog eentiende deel, dan zal dit weer verwoest worden".
Het niet verstaan geldt niet alleen voor het Joodse volk, maar voor de (de meeste) christenen.Jesaja 30:9—17
,Want het is een weerspannig volk, leugenachtige kinderen, kinderen die de wet des Heren niet willen horen; die tot de zieners zeggen: Gij zult niet zien; en tot de schouwers: Gij zult voor ons de waarheid niet schouwen, spreekt tot ons aangename dingen, schouwt begoochelingen; wijkt af van de weg, buigt af van het pad, doet de Heilige Israëls weg uit onze ogen.
Daarom, zo zegt de Heilige Israëls: Omdat gij dit woord verwerpt, op onderdrukking en slinksheid vertrouwt en daarop steunt, daarom zal deze ongerechtigheid voor u zijn als een losgeraakt brok steen, dat op vallen staat en overhelt aan een hoge muur die plotseling, onverwachts, ineenstort. Hij zal hem stukbreken, zoals een pottenbakkerskruik stukgebroken wordt, die meedogenloos wordt vergruizeld, zodat onder zijn gruis geen scherf wordt gevonden om vuur van de haard te nemen of water uit de vijver te scheppen. Want zo zegt de Here Here, de Heilige Israëls: Door bekering en rust zoudt gij verlost worden, in stilheiden vertrouwen zou uw sterkte zijn,-maar gij hebt niet gewild. Gij hebt gezegd: Neen, op paarden zullen wij voortvliegen—: daarom zult gij vlieden; en: Op snelle rossen zullen wij rijden—:daarom zullen uw achtervolgers snel zijn. Duizend zullen er vluchten voor het dreigen van één, voor het dreigen van vijf zult gij vluchten ".
Jeremia 2:2 -9
,Zo zegt de Here; Ik gedenk de genegenheid van uw jeugd, de liefde van uw bruidstijd, toen gij Mij gevolgd waart. ln de woestijn, in onbezaaid land; Israël was de Here
140geheiligd, de eersteling zijner opbrengst; allen die daarvan wilden eten, zouden schuld op zich laden, onheil zou over hen komen, luidt het woord des Heren. Hoort het woord des Heren, o huis van Jakob en alle geslachten van het huis Israëls! Zo zegt de Here: Wat voor onrecht hebben uw vaderen in Mij gevonden, dat ze zich ver van Hij verwijderd hebben, en het nietige zijn achternagelopen, zodat zij teniet zijn geworden; en dat zij niet zeiden: Waar is de Here, die ons uit het land Egypte heeft gevoerd, die ons heeft geleid door de woestijn, een land van steppen en kuilen, een land van droogte en diepe duisternis, een land, waar niemand doortrekt en geen mens woont?
Ik bracht u toch in een vruchtbaar land om de vrucht en het goede daarvan te eten; doch toen gij daar waart gekomen, hebt gij mijn land verontreinigd en mijn erfdeel tot een gruwel gemaakt. De priesters zeiden niet: Waar is de Here; en zij die zich met de wet bezighouden, wilden Mij niet kennen; de herders werden van Mij afvallig; de profeten profeteerden door Baél en liepen hen die geen baat brengen, achterna. -- Daarom zal Ik nog met u een rechtsgedingvoeren, luidt het woord des Heren, ja, met uw kindskinderen zal Ik een rechtsgeding voeren. Want steekt maar eens over naar de kustlanden der Kittieten en ziet, zendt boden naar Kedar en geeft nauwlettend acht, ja, ziet, of iets dergelijks geschied is; heeft ooit een volk góden verruild? —en dat Zijn toch geen góden!— maar mijn volk heeft zijn eer verruild voor wat geen baat brengt. -- Ontzet u daarover, o hemelen, huivert en weent ten diepste ontroerd, luidt het woord des Heren, want mijn volk heeft twee boze daden bedreven: Mij, de bron van levend water, hebben zij verlaten, om zichzelf bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden. Is Israël een slaaf? Is hij een onvrij geborene? Waarom is hij dan tot een prooi geworden, waarover jonge leeuwen brullen, hun stem doen klinken? Ja, zij hebben zijn land tot een woesternij gemaakt, zijn steden zijn verbrand, zodat zij zonder inwoners zijn. Zelfs schenen de lieden van Nof en Tachpanhes u de schedel kaal, Berokkent u dit niet uw afval van de Here, uw God, ten tijde dat Hij u op de weg leidde? Nu dan, wat hebt gij naar Egypte te gaan om het water van de Nijl te drinken? Of wat hebt gij naar Assyrié te gaan om het water van de Eufraat te drinken? Laat uw boosheid u tuchtigen en uw afdwaling u kastijden; weet en zie, dat het boos en bitter is. dat gij de Here uw God hebt verlaten, en dat er geen vrees voor hij bid u is, luidt het woord van de Here, de Here der heerscharen".
Ook hier leest men weer waarom God woedend geworden is.Jeremia 2:28—32
,Waar zijn dan uw góden die gij u gemaakt hebt? Laten die opstaan, of zij u kunnen verlossen ten tijde van uw rampspoed; want even talrijk als uw steden zijn uw góden
141geworden, o Juda!
Waarom wilt gij tegen Mij twisten? Gij allen zijt van
Mij afvallig gewonden, luidt het woord des Heren. Tever—
geefs heb Ik uw kinderen geslagen, zij wilden geen
tuchtiging aannemen; uw zwaard heeft uw profeten ver-
slonden als een verscheurende leeuw. 0 gij geslacht,
verneem het woord des Heren: Ben Ik voor Israël een
woestijn geworden of een land van dichte duisternis?
Waarom zegt dan mijn volk: Wij zijn weggelopen,
zullen niet meer tot U komen? Zal een meisje haar tooi
vergeten, een bruid haar gordel? Maar mijn volk heeft
Mij vergeten, talloze dagen".
Heden ten dage is dit nog steeds net zo waar als toen.
Jeremia 5:18 - 31.
,Doch, ook in die dagen, luidt het woord des Heren, zal
Ik niet voorgoed met u afrekenen. En het zal geschieden,
wanneer gij zegt: Waarvoor heeft de Here, onze God, ons
dit alles aangedaan? zeg dan tot hen: Gelijk gij Mij
hebt verlaten om vreemde góden te dienen in uw land, zo
zult gij vreemden dienen in een land dat het uwe niet
boodschapt is. dit onder het huis van Jakob en laat het
horen in Juda: Hoort dit toch, gij dwaas en verstande-
loos volk, dat ogen heeft zonder te zien en oren zonder
te horen; Wilt gij Mij niet vrezen, luidt het woord des
Heren, of voor Mij niet beven, die het zand gesteld heb
tot grens voor de zee, een altoos—durende beperking, die
zij niet zal overschrijden; al rollen haar golven, zij
vermogen niets; al bruisen zij, zij overschrijden haar
niet. Maar dit volk heeft een weerbarstig en weerspannig
hart, zij zijn afgeweken en heengegaan, zij hebben niet
bij zichzelf gezegd: Laat ons toch de Here, onze God
vrezen, die regen geeft, de vroege en late regen, op
zijn tijd, die de vaste oogstweken ons bewaart. Uw onge-
rechtigheden weren deze dingen en uw zonden houden het
goede voor u terug.
Want er worden onder mijn volk goddelozer gevonden;
men loert zoals vogelvangers bukken; zij zetten een strik-
mensen vangen zij! Als een korf vol gevogelte, zo zijn
hun huizen vol bedrog; daarom zijn zij groot en rijk
geworden, zij zijn vet en glanzend; zelfs gaan zij alle
boosheid te buiten. Het pleit voeren zij niet, het pleit
van de wees, en zij hebben voorspoed; het recht der
armen richten zij niet. Zou Ik hiervoor geen bezoeking
doen, luidt het woord des Heren, of zou Ik aan een volk
als dit Mij niet wreken? Ontzettend en afschuwelijk is
wat er voorvalt in het land, de profeten profeteren vals
en de priesters verschaffen zich gewin nevens hen en
mijn volk heeft het gaarne zo. Maar wat zult gij doen,
als het op een eind loopt".
Jeremia 6: 18-19
,Daarom hoort, o volkeren, en weet, o vergadering, wat
142
in hen is. Hoor, gij aarde, zie, Ik breng onheil over
dit volk, de vrucht van hun eigen overleggingen, want
zij luisteren niet naar mijn woorden, en mijn wet
verwerpen zij ".
Jeremia 6:28-30
,Allen zijn zij door en door weerbarstig, rondgaande met
kwaadsprekerij; Koper en ijzer, verdorven zijn zij, alle-
maal. De blaasbalg zucht, wat gereed uit het vuur komt,
is lood; tevergeefs smelt men almaar door, de bozen zijn
niet af te scheiden. Verworpen zilver noemt men hen,
want de Here heeft hen verworpen".
Ook in dit gedeelte leest men waarom God niets van zich heeft laten horen.
In het gedeelte daarboven (Jeremia 6:22—27), voorspelt de profeet de komst van het Romeinse rijk.
Jeremia 7:13-15
,Nu dan, omdat gij al deze dingen gedaan hebt, luidt het
woord des Heren, terwijl Ik tot u gesproken heb vroeg en
laat, zonder dat gij gehoor gegeven hebt, en Ik u geroe-
pen heb, zonder dat gij hebt geantwoord, daarom zal Ik
met het huis waarover mijn naam is uitgeroepen, waarop
gij uw vertrouwen stelt, en met de plaats die Ik u en uw
vaderen gegeven heb, doen gelijk Ik met Silo gedaan heb,
en Ik zal u van voor mijn aangezicht verwerpen, gelijk
Ik al uw broederen, het gehele zaad van Efraïm
weggeworpen heb'.
Jeremia 7:25—28
,Ook zond Ik tot u al mijn knechten, de profeten, dage—
lijks, vroeg en laat, doch zij hoorden naar Mij niet
noch neigden hun oor, maar betoonden zich hardnekkiger
dan hun vaderen".
Jeremia 8:3
,En de dood zal boven het leven verkozen worden door het
ganse overblijfsel, door hen die van dit boos geslacht
zullen overblijven in alle plaatsen waarheen Ik hen zal
verdreven hebben, luidt het woord van de Here der heer-
scharen".
Jeremia 11:8+11
,Hoort naar mijn stem. Maar zij hoorden niet, noch
neigden hun oor, doch zid wandelden allen in de vei—
stoktheid van hun boos hart: dus bracht Ik over hen af
al de woorden van dit verbond, dat Ik geboden had te
houden, maar dat zij niet hebben gehouden".
,Daarom zo zegt de Here: Zie, Ik breng over hen ramp-
spoed, waaraan zij niet zullen kunnen ontkomen".
Jeremia 13:22
,En als gij bij uzelf zegt: Waarom treft dit! -om de
grootte uwer ongerechtigheid zijn uw slippen opgetild,
uw hielen ontbloot".
143
Jeremia 16:11—18
,Omdat uw vaderen Mij hebben verlaten, luidt het woord
des Heren, en andere góden zijn achternagelopen en die
hebben gediend en zich voor die hebben nedergebogen, en
Hij hebben verlaten en mijn wet niet hebben gehouden, en
omdat gij nog erger hebt gedaan dan uw vaderen, doordat
ieder van u wandelt naar de verstoktheid van zijn boos
hart in plaats van naar Hij te horen, daarom zal Ik u
wegslingeren uit dit land naar een land dat gij niet
hebt gekend, gij noch uw vaderen, en daar zult gij
andere góden dienen dag en nacht, doordat Ik u geen
genade zal bewijzen.
Daarom zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren
dat niet meer zal gezegd worden: zo waar de Here leeft,
die de Israëlieten uit het land Egypte heeft gebracht,
maar veeleer: Zo waar de Here leeft, die de Israëlieten
heeft doen optrekken uit het Noorderland en uit al de
landen waarheen Hij hen verdreven had; ja, Ik zal hen
terugbrengen in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven
had. Zie, Ik ontbied vele vissers, luidt het woord des
Heren, die hen zullen opvissen, en daarna zal Ik vele
jagers ontbieden, die hen zullen opjagen van elKe berg
en elke heuvel, en uit de rotsKloven; want mijn ogen
zijn op al hun wegen, deze zijn voor Mij niet verborgen,
en hun ongerechtigheid is voor mijn ogen niet bedeKt.
Daarom zal Ik eerst hun ongerechtigheid en hun zonde
dubbel vergelden, omdat zij mijn land hebben ontwijd met
het aas van hun gruwelen en afschuwelijkheden, waarmede
zij mijn erfdeel hebben vervuld".
De aankondiging, dat het Joodse volk uit Israël verjaagd zou worden, maar ook dat het teruggebracht/gejaagd zou worden.
Een ieder die de geschiedenis kent, weet dat dit na de Tweede Wereldoorlog in vervulling is gegaan. Ook Jeshua wist dit, wat we onder meer kunnen lezen in Lucas 13:34—35 en Lucas 19:42—43.
Jeremia 19:3—5
,Zo zegt de Here der heerscharen, de God van Israël:
zie, Ik breng ramspoed over deze plaats, waardoor ieder
die ervan hoort, de oren tuiten zullen, omdat zij Mij
hebben verlaten, deze plaats ontwijd, en daar voor an-
dere góden die zij niet gekend hebben, offers hebben
ontstoken, zij, hun vaderen en de Koningen van Juda: en
zij deze plaats met het bloed van onschuldigen hebben
vervuld, en zij de hoogten van Baél gebouwd hebben om
hun kinderen als brandoffers voor de Baél met vuur te
verbranden, iets wat Ik niet geboden noch uitgesproken
heb en wat Hij niet in de zin is gekomen".
Laat een ieder, die dit leest, goed onthouden wat er met het Joodse volk is gebeurd*
Jeremia 24:9
,Ik zal hen overgeven ter mishandeling, ten verderve, aan
alle Koninkrijken der aarde, tot een smaad en een spreek-
144
woord, tot spot en vloek op alle plaatsen waarheen Ik hen
zal verstrooien".
Jeremia 31:37
,Als de hemel boven te meten is en
aarde beneden na te speuren zijn,
nageslacht van Israël verwerpen om al
hebben, luidt het woord des Heren".
Dit is een beeld om heel stil en bevreesd bij wordt. -- Hier wordt namelijk de tijdsfactor voorspeld, wanneer het voor het Joodse volk het zwaarst gaat worden. Gaat men terugrekenen komt men bij de Tweede Wereldoorlog uit. De holocaust was voorspeld!
Jeremia 50:6—7
,Een kudde verloren schapen was mijn volk, hun herders
misleidden hen, naar de bergen voerden zij hen; van berg
tot heuvel gingen zij, zij vergaten hun leger. Allen die
hen aantroffen verslonden hen, en hun vijanden zeiden-
Wij laden geen schuld op ons; omdat zij gezondigd hadden
tegen de Here, de woonstede den gerechtigheid en de hoop
hunner vaderen, de Here".
En ook dit is weer een beeld om heel stil bij te worden. Draait men het naar de wereldgeschiedenis toe, dan loopt het synchroon. De Joden hadden geen leger, hierdoor waren ze bijzonder kwetsbaar wat door de geschiedenis ook wel bewezen is.
Hoevelen zullen er niet gezegd hebben, wij hebben geen schuld of keken de andere kant op. Tevens dat zij gezondigd zouden hebben tegen de Here (lees Jeshua), werd vaak genoeg gehoord en is bij sommige groepen nog wel te horen.
Klaagliederen 5:7
,Onze vaders hebben gezondigd, zij zijn niet meer, wij
dragen hun ongerechtigheid".
De voorgaande profetie moet men zien in combinatie met Jeremia 31:37 en Ezechiël 2:27-28, daar leest men het volgende:
,Mensenkind, zie, het huis Israëls zegt: het gezicht dat
hij schouwt, heeft betrekking een verwijdende toe-
komst, en hij profeteert aangaande verre tijden. Daarom
zeg tot hen: zo zegt de Here Here; geen van mijn woonden
zal nog langen wonden uitgesteld. Het woord dat Ik spre-
ken zal, zal in vervulling gaan, luidt het woord van de
Here Here".
De profeet Ezechiël zag het reeds: het Joodse volk zou vervolgd worden; aan de ene kant dadelijk, aan de andere kant wordt en over verre tijden gesproken.
Deze profeet gaf een exact verslag van wat er zou gaan gebeuren, tot en met Nazi-Duitsland en de dodenkampen toe!
145
Ezechiël 6:8b-14
,Wanneer gij in de landen verstrooid wordt, onder dan zullen de volken naar wier gebied zij gevankelijk zullen zijn weggevoerd, uw ontkomende aan Mij denken, als Ik hun ontuchtig hart verbroken heb, dat van Mij is afgeweken, en hun ogen die overspelig naar hun afgoden lonkten; dan zullen zij van zichzelf walgen om het kwaad dat zij in al hun gruwelen gedaan hebben. En zij zullen weten, dat Ik, de Here, niet zonder grond gezegd heb hun dit onheil te zullen aandoen.
Zo spreekt de Here Here: Sla in uw hand, stamp met voet en roep: Wee! over al de boze gruwelen van het huis Israels, want door het zwaard, door de honger en door de pest zullen zij vallen. Wie ver weg is, zal sterven door de pest, wie dichtbij is, zal vallen door het zwaard; wie overgebleven en gespaard is zal sterven door de honger; Ik zal mijn grimmigheid ten volle over hen brengen. zult weten dat Ik de Here ben, wanneer hun gedoden Gij te midden hunner afgoden rondom hun altaren liggen op elke hoge heuvel, op alle bergtoppen, onder elke groene boom en onder elke lommerrijke terebint, ter plaatse waar zij al hun afgoden een liefelijke reuk hebben bereid. Ik zal mijn hand tegen hen uitstrekken en het land tot woestheid en verwoesting maken, van de woestijn af tot Ribla, waar zij ook maar wonen; en zij zullen weten, dat Ik de Here ben".
Ezechiël 7:23-27
,Maak een keten gereed, want het land is vol bloedschuld en de stad vol geweld. Ik zal de kwaadaardigste volken doen komen en deze zullen hun huizen in bezit nemen; zal een einde maken aan de trots der machtigen, en heiligdommen zullen ontheiligd worden. Angst komt; zullen ze behoud zoeken, maar het is er niet. Ik hun dan ramp zal komen, gerucht op gerucht zich verbreiden. Zij zullen een gezicht begeren van een profeet, ramp op priesters zal een aanwijzing ontbreken en raad aan oudsten. De aan Koning zal rouw bedrijven en de vorst zich in ontzetting hullen en de handen van het volk de de zal lands zullen van schrik verlamd zijn. Overeenkomstig hun wandel zal Ik hun doen, richten. En zij zullen weten, dat Ik de Here ben".
Ezechiël 12:15-20
,En zij zullen weten, dat Ik de Here ben, wanneer Ik hen onder de volken verspreid en over de landen verstrooi. Maar Ik zal van hen, een klein aantal mannen het zwaard, hun de honger en de pest doen overleven, gruwelen vertellen onder de volken in wier gebied zij komen; en zij zullen weten, dat Ik de Here ben".
Ezechiël 16:36-42
,Zo zegt de Here Here: Omdat u eer prijsgegeven en uw schaamte ontbloot werd bij uw ontucht met uw minnaars en met al uw gruwelijke afgoden, en om het bloed uwer
146
zonen, die gij hun gegeven hebt-daarom zie, Ik ga al de minnaars die gij behaagd hebt, bijeenbrengen, allen die gij hebt liefgehad zowel als allen van wie gij een afkeer gekregen hebt: Ik zal hen van alle kanten tegen bijeenbrengen en Ik zal uw schaamte voor hen ontbloten, zodat zij heel uw schaamte zien. Ik zal u richten wat men overspeelsters en bloedvergietsters pleegt harder naar van bloedige doen, Ik zal u maken tot een voorwerp grimmigheid en naijver. Ik zal u in hun macht overgeven zij zullen uw verhoging neerhalen en uw verheven plaatsen slechten, zij zullen u uw klederen uittrekken, sieraden wegnemen en u naakt en bloot doen zullen een menigte tegen u doen optrekken, stenigen en met zwaarden neerhouwen, en u zal u zal en ook uw met vuur zal verbranden en gerichten aan aanschouwen van vele vrouwen. Ik zal u met de ontucht doen ophouden, gij niet meer geven.
Daardoor zal ik mijn grimmigheid tegen u tot bedaren doen komen en mijn naijver zal van u wijken; dan zal ik tot rust komen en niet langer vertoond zijn".
Ezech 20:47b-48
,Ze zegt de Here Here; zie, Ik steek een vuur in u aan, dat elke groene boom en elke dorre boom in u zal verteren. De laaiende vlam zal niet uitdoven, maar van zuiden tot het noorden zullen alle aangezichten erdoor verzengd worden. En al wat leeft zal zien, het erdoor dat Ik, de Here, ze ontstoken heb; zij zal niet uitdoven".
Ezech 21:3-5
,Alzo zegt de Here; zie, Ik zal u! Ik zal mijn zwaard de schede trekken en onder u uitroeien zowel de rechtvaardige als de goddeloze. Omdat Ik zowel de rechtmatige als de goddeloze onder u zal uitroeien, mijn zwaard de schede verlaten tegen al wat zuid tot noord. En al wat leeft zal weten, daarom leeft, dat Ik, Here, mijn zwaard uit de schede getrokken heb: het zal daarin niet weerkeren".
Ezech. 21:9-12
,Zo zegt de Here: zeg: een zwaard, een zwaard! Het is gescherp en ook gewet. Om een bloedbad te kunnen aanrichten is het gescherpt, om als een bliksem te kunnen flikkeren is het gewet. Zouden wij ons dan verblijden?-
De staf van mijn zoon veracht alle hout. - Ja, men liet het wetten, om het ter hand te nemen; het is gescherpt en gewet, het zwaard, om in moordenaarshand te worden gegeven.
Schreeuw het uit en weeklaag, mensenkind, want dit is het gericht tegen mijn volk; het is gescherpt tegen alle vorsten van Israel ; aan het zwaard zullen zij overgeleverd worden, zij en mijn volk ".
147
Ezech. 21:31-32
,Ik zal mijn gramschap over u uitstorten: met het vuur van mijn verbolgenheid zal Ik tegen u blazen en u overgeven in de macht van redeloze mensen die verder smeden. Voedsel zult gij zijn voor het vuur; midden in het land zal uw bloed stromen, en aan u zal niet meer gedacht worden, want Ik, de Here, heb het gesproken".
Ezech. 22:4-12
,Door het bloed dat gij vergiet, zijt gij schuldig: door de afgoden die gij maakt, zijt gij onrein; gij hebt uw dagen nabij gebracht en de grens van uw jaren bereikt. Daarom zal Ik u maken tot een voorwerp van smaad voor de volken en van spot voor alle landen.
Zij, die dicht bij zullen de spot met om uw onreinheid en vol van wanorde!.... In u veracht men vader en moeder; in u doet men de vreemdeling geweld aan, en de bij u onderdrukt men de wees weduwe. Mijn heilige dingen veracht gij, mijn sabbatten ontheiligt gij.
In uw midden zijn er op uit mijn lasteraars er op lasteraar er op uit om bloed te vergieten en bij offermaaltijden op de bergen; In houdt men ontucht pleegt men in u.
In u ontbloot men de schaamte van zijn vader; in u verkracht men een vrouw, die onrein is door haar maandelijkse afzondering. De een bedrijft een gruwelijke zonde met de vrouw van zijn naaste; schoondochter door ontucht; een ander onteert zijn weer een ander verkracht in u zijn zuster, de dochter van zijn vader. In u neemt men geschenken aan om bloed te vergieten; rente en winst neemt gij en met geweld zet gij uw naaste af, maar woeker-Mij vergeet gij, luidt het woord van de Here Here".
Ezech. 22:15-16
,Ik zal u verstrooien onder de volken en over de landen,
en Ik zal uw onreinheid geheel van u wegdoen.
Zo zult gij door uw eigen toedoen voor het der volken ontwijd worden,
en gij zult weten dat ik de Here ben".
Ezech 22:21-22
,Ja, Ik zal u verzamelen en onder u het vuur van verbolgenheid aanblazen, en gij zult daarin gesmolten mijn worden. Zoals zilver in de smeltoven gesmolten wordt, zo zult gij daarin gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik de Here. mijn grimmigheid over u heb uitgestort".
Ezech 23:25-35
,Ik zal u mijn naijver doen voelen, en zij zullen grimmig , met u afrekenen; neus en oren zullen zij u afsnijden, wat van u overblijft, zal door het zwaard vallen. Zij zullen uw zonen en dochters wegnemen en wat van u overblijft, zal door het vuur worden verteerd. Zij zullen u uw kleren uittrekken en uw sieraden ontnemen. Dan zal Ik een eind maken aan uw ontucht en aan uw
148
hoererij uit het land Egypte, zodat gij uw ogen naar hen niet meer zult opslaan en aan Egypte niet denken.
Want zo zegt de Here Here: macht van hen die gij haat, Zie, Ik geef u over in de in de macht van hen van wie gij u afgekeerd hebt. Zij zullen u met haat bejegenen, al wat gij bezit wegnemen en u naakt en bloot achterlaten; uw ontuchtige schaamte zal ontbloot worden-uw tucht en uw hoererij. Dat zal men u aandoen, onwegens uw overspel met de volken, omdat gij u verontreinigd hebt met hun afgoden. -- Gij hebt de weg van uw zuster bewandeld; daarom zal ik u haar beker in de hand geven.
Zo zegt de Here Here: De beker van uw zuster zult gij drinken, die diepe en wijde beker-tot belaching en spot zult gij zijn-, boordevol. Met dronkenschap en kommer zult gij vervuld worden; een beker van huivering ontzetting is de beker van uw zuster Samaria".
Ezech. 33:25-27
,Zo zegt de Here: heft uw gij eet (vlees) met het bloed, gij ogen op naar de afgoden en gij vergiet; bloed zoudt gij dan het land bezitten? -- Gij steunt op gij bedrijft een gruwel, ieder van u onteert de vrouw van zijn naaste-zoudt gij dan het land zult gij tot hen zeggen: bezitten?
Zo zegt de Here Here; waar Ik leef- wie in de puinhopen zijn, zwaard vallen; zo zullen door het wie op het open veld zijn, zal Ik aan de dieren tot voedsel geven en wie in de burchten en zijn, zullen sterven aan de pest"
Ezech. 36:17-19
,Mensenkind, toen het huis Israël nog in zijn land woonde , heeft het dat verontreinigd door zijn handel en wandel. Als de maandelijkse onreinheid, zo was hun wandel mijn ogen. Daarom stortte Ik mijn grimmigheid door hun uit. Ik verstooide hen onder de volken, vanwege het bloed dat zij in het land vergoten hadden, en omdat zij het verontreinigd hadden door hun afgoden. -- Ik verstrooide hen onder het de volken, zodat zij over de landen handel en wandel richtte Ik hen".
Ezech. 39:23b-24
,Omdat zij Mij ontrouw geworden waren, had Ik mijn aangezicht voor hen verborgen en hen overgegeven in zodat zij allen door de macht van de tegenstander, zodat zij alleen hoor het zwaard vielen. Naar hun onreinheid en hun overtredingen heb Ik hen behandeld en mijn aangezicht voor hen verborgen".
De profeten spreken voor zichzelf, het Joodse volk is niet geslagen door de duivel, maar door God zelf. Niet dat onze Schepper de Joden zelf vervolgd heeft, maar er werd een situatie achtergelaten die wel uit de hand moest lopen.
149
Hosea 4 : 6—7
,Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis.
Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat
gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de
wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen
vergeten.
Hoe talrijker zij werden, des te meer zondigen zij tegen
Mij. Hun eer zal Ik in schande verkeren".
Hosea 5:1—7
,Hoort dit, gij priesters, en merk op, gij huis Israels, en
neig het oor, gij huis des Konings! Want u gaat het
gericht aan, omdat gij een strik zijt geworden voor
Hizpa; en een uitgespannen net op de Tabor. De afval-
ligen hebben een diepe valkuil gemaakt terwijl Ik door
hen allen ben terzijde geschoven. Ik ken Efroim, en
Israël is voor Mij niet verborgen. Waarlijk, nu hebt
gij, o Efraim, ontucht bedreven; Israël heeft zich ver-
ontreinigd.
Hun daden gedogen niet, dat zij zich bekeren tot hun
God. Want een geest van ontucht woont in hen, en de Here
kennen zij niet. De hoogmoed van Israël getuigt openlijk
tegen hem. Israël en Efraim zullen struikelen door hun
ongerechtigheid. Ook Juda struikelt met hen. Hun klein-
vee en hun runderen zullen zij brengen om de Here te
zoeken, maar zij zullen Hem niet vinden: Hij onttrekt
Zich aan hen. Tegen de Here hebben zij trouweloos gehan-
deld, want zij hebben bastaardkinderen verwekt. Nu kan
(elke) nieuwe maan hen verteren met hun bezittingen".
Hosea 6:4—7
,Wat zal ik u aandoen, o Efraim? Wat zal Ik u aandoen, o
Juda? Immers uw liefde is als een morgenwolk, en als een
dauw die in de vroegte vergaat. Daarom heb Ik er door de
profeten op ingehouwen, heb Ik hen gedood door de woor-
den mijn monds.
De oordelen over u waren een doorbrekend licht. Want in
liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis
van God en niet in brandoffers.
Naar zij hebben als Adam het verbond overtreden; daar
hebben zij Mij trouweloos bejegend".
Amos 8:9—10
,Te dien dage zal het geschieden, luidt het woord van de
Here Here, dat Ik op de middag de zon zal doen schuil-
gaan en bid klaarlichte dag het land in het donker zal
zetten. Dan zal Ik uw feesten in rouw verkeren, en al uw
liederen in klaagzang. Dan zal Ik rouwgewaad brengen op
alle heupen en kaalheid op elk hoofd. En Ik zal het
maken als de rouw over een eniggeborene en het einde
ervan als een bittere dag".
150
Micha 3:4-7
,Dan zullen zij roepen tot de Here, maar Hij zal hun niet antwoorden, en Hij zal zijn aangezicht voor hen verbergen te dien tijde, omdat slecht hebben gehandeld.
Zo zegt de Here aangaande de profeten die mijn volk verleiden; die, als zij iets met hun tanden te bijten krijgen, heil verkondigen, maar tegen hem tegen hem niets in de mond steekt, de oorlog uitroepen.
Daarom zal het nacht voor u worden, zonder gezicht; duisternis zonder waarschuwing; de zon zal ondergaan over de profeten , en de dag zal over hen verdonkerd worden.
En de zieners zullen beschaamd worden, en de waarzeggers teleurgesteld, en zij zullen allen de bovenlip omwinden, omdat er geen antwoord Gods komt".
Zefanja 1: 7-9
,Zwijg voor het aangezicht van de Here Here, want nabij is de dag des Heren; want de Here heeft een offermaal bereid; Hij heeft zijn genodigden geheiligd. Het zal geschieden ten dage het offermaal des Heren, dat Ik bezoeking zal doen over de vorsten en over de koningszonen en over allen die uitheemse kleding dragen.
Ook zal Ik te dien dage bezoeking doen over allen die over de drempel springen,
die het huis hunner heren vullen met geweld en bedrog".
Zacharia 7:13
,En gelijk Hij riep zonder dat zij gehoor gaven zo ook
zullen zij roepen zonder dat Ik gehoor geef, zeide de
Here der heerscharen. Ik zal hen als een stormwind
heendrijven naar allerlei volken die zij niet achter hen zal het land verwoest worden,
zodat niemand daarin heen en weer trekt.
Aldus hebben zij het lieflijke land tot een woesternij
gemaakt".
Zacharia 11:8—11
,Drie herders heb ik in één maand verdelgd, omdat ik
tegenover hen mijn geduld verloren had, terwijl zij ook
een afkeer hadden van mij. Daarop heb ik gezegd: ik wil
u niet langer weiden; wat sterven gaat, sterven gaat, sterve,
en wat verdelgd dreigt te worden, worde verdelgd,
en de overblijfselen mogen elkanders vlees eten. Toen heb ik mijn
staf Lieflijkheid genomen en die verbroken, tenietdoende
mijn verbond, dat ik met alle volken gesloten had. Dus
werd het te dien dage verbroken; zo hebben de ellendigste
onder de schapen, die op mij letten, bemerkt dat dit een woord des Heren was".
Maleachi 2:1—9
,Nu dan, u geldt, o priesters, deze aanzegging: Indien
gij niet hoort, en indien gij het niet ter harte neemt
mijn naam eer te geven, zegt de Here der heerscharen,
dan zal Ik onder u een vloek zenden en uw zegeningen in
151
vloek verkeren; ja, heb ze reeds in vloek verkeerd,
omdat gij het niet ten harte genomen hebt. Zie, Ik zal
uw nakroost bedreigen en vuil op uw gelaat werpen, het
vuil uwer leesten, ja, men zal u daarheen slepen. Dan
zult gij inzien, dat Ik u deze aanzegging gezonden heb,
opdat mijn verbond met Levi besta, zegt de Here den
heerscharen. Mijn verbond met hem was: leven en vrede;
Ik heb ze hem gegeven tot godsvrucht, opdat hij Mij zou
vrezen en voor mijn naam beven. Betrouwbaar onderricht
in de wet was in zijn mond en ongerechtigheid werd op
zijn lippen niet gevonden. In vrede en in oprecht wan-
delde hij met Mij en velen bracht hij van ongerechtig-
heid terug. Want de lippen van de priester bewaren
Kennis en uit zijn mond zoekt men onderricht in de wet,
want een bode van de Here der heerscharen is hij.
Gij evenwel zijt van de weg afgeweken; gij hebt door het
onderricht in de wet velen doen struikelen; gij hebt het
verbond met Levi verdorven, zegt de Here der heerscha-
ren. Zo maak Ik u ook tot verachten en vernederden voor
het gehele volk, omdat gij mijn wegen niet onderhoudt en
bij het onderricht in de wet de persoon aanziet".
Jeremia 16:15
,Zo waar de Here leeft, die de Israëlieten heeft doen
optrekken uit het Noorderland en uit al de landen waar-
heen hij hen verdreven had; ja, Ik zal hen terugbrengen
in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven had".
Deze profetie is zo'n veertig jaar (77 jaar) geleden vervuld. De terugkeer van het Joodse volk naar het land Israël. Dat ze terug konden keren, kwam hoofdzakelijk door de verdeeldheid onder de Arabische volkeren. Maar ook dit was voorspeld. Dit is een profetie die men toen en nu ten volle in werking ziet; in Jesaja 49:25—26 lezen we het volgende;
,Ik zelf zal strijden tegen uw bestrijders en Ik zelf
zal uw zonen redden. En ik zal uw verdrukkers hun eigen
vlees doen eten en van hun eigen bloed zullen zij dron-
ken worden als van jonge wijn; en al het levende zal
weten, dat Ik de Here, uw redder ben, en uw verlosser,
de Machtige Jakobs".
Ezechiél 28:25-26
,Zo zegt de Here Here: Als Ik het huis Israéls bijeenverzamel uit de natiën, in uit land zij verstrooid zijn, dan zal Ik mij ten aanschouwe van de volken aan hen de Heilige betonen, en zij zullen wonen in hun land, dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb. Zij zullen daar ' veilig wonen en huizen bouwen en wijngaarden planten; ja veilig zullen zij wonen, terwijl Ik gerichten voltrek aan allen uit hun omgeving, die hen veracht hebben. -- En zij zullen weten, dat Ik, de Here, hun God ben".
152
De chaos in Libanon en het midden oosten, de verdukking van de Palestijnen in Israël en daarbuiten, het is allemaal voorspeld geweest. Maar tegelijkertijd staat er in de bijbel ook weer een oplossing voor al deze problemen.
Er is nog veel meer over dit onderwerp te vinden maar ik wou het hierbij laten.
Wat doe te voegen aan deze woorden? God is liefde?
Zeker God is liefde, maar men moet wel leven volgens de wetten, die in de bijbel staan. Doet men dit niet en wijkt men af ... pas dan op!
Het Joodse volk week af op een ongehoorde manier. Zij werden door de profeten gewaarschuwd om hier mee op te houden, omdat er anders een verschrikkelijke straf zou volgen.
De meeste Joodse rabbijnen weten dit, maar er hangt een taboe over, dus spreekt men er niet openlijk over. Aangezien de meeste rabbijnen dit weten, maken deze zich bezorgd, omdat het Joodse volk nog steeds op vele plaatsen de fout in gaat. Voor het Joodse volk is het genoeg. Sinds de terugkeer van de staat Israël is dit het teken van de Heer, dat het zwaard naar beneden is.
Alles wat er nu nog aan geweld tegen de Joden gebeurt, heeft niets meer met God te maken. Voor hen geldt momenteel de volgende profetie:
Daniël 9:5-13a
,Wij hebben gezondigd en misdreven, wij hebben goddeloos
gehandeld en zijn weerspannig geweest; wij zijn af afgeweken
en van uw geboden en van uw verordeningen, en wij hebben
niet geluisterd naar uw knechten, de profeten, die in uw
naam gesproken hebben tot onze Koningen, onze vorsten en
onze vaderen, en tot het ganse volk des lands. Bij U,
Here, is de gerechtigheid, maar bij ons een beschaamd
gelaat, gelijk heden ten dage, bij de mannen van Juda,
de inwoners van Jeruzalem en bij geheel Israël, bij hen
die dichtbij en die veraf wonen in al de landen waarheen
Gij hen hebt verstoten om de ontrouw die zij jegens U
hebben gepleegd. Here, bij ons is een beschaamd gelaat,
bij onze koningen, onze vorsten en onze vaderen, want
wij hebben tegen U gezondigd. Bij de Here, onze God is
barmhartigheid en vergeving, hoewel wij tegen Hem weder-
spannig zijn geweest, niet geluisterd hebben naar de
stem van de Here, onze God, en niet gewandeld hebben
naar de wetten die Hij ons gegeven heeft door de dienst
van zijn Knechten, de profeten. Ja, geheel Israël heeft
uw wet overtreden en is afgeweken door niet te luisteren
naar uw stem. Daarom is over ons uitgestort de met een
eed bekrachtigde vloek, welke geschreven staat in de wet
van Mozes, de Knecht Gods, want wij hebben tegen Hem
gezondigd. En Hij heeft de woonden bevestigd, die Hij
gesproken had over ons en over onze regeerders, die ons
bestuurden, door zulk een groot onheil over ons te
brengen, als er nergens geweest is onder de ganse hemel,
behalve in Jeruzalem".
Nu kan ik begrijpen dat velen zich zullen afvragen; was dit nu nodig?—En was er geen andere manier voor God om duidelijk te maken dat het Joodse volk en de wereld te ver gingen?
153
Door de dienst van de profeten werd het Joodse volk opgeroepen zich te houden aan het Verbond, omdat ze anders een grote stap zouden ondergaan. Het Joodse volk van die dagen weigerde echter om te luisteren, daarom is er door onze Schepper besloten om deze straf ten uitvoer te brengen.
Als men aan mij zou vragen of ik het er mee eens ben, wat God gedaan heeft aan zijn volk en de wereld, dan is mijn antwoord; Nee.
Maar ik heb geleerd hierover niet in discussie te gaan met mijn Schepper. Wat overblijft is een gevoel van liefde, vrees en eer voor God. Liefde, omdat ik besef dat Hij de bron is waaruit ik voortkom en naar toe terug ga.
Omdat Hij mensen eerst met zachte tikjes naar zich toe probeert te krijgen.
Vrees, omdat ik zijn macht ken en zie, en weet dat Hij verschrikkelijk hard kan slaan naar degenen die niet willen luisteren.
Eer, omdat ik weet dat dit (gedeeltelijk) de zin van het leven is!
Ik werk en wie stopt Mij— is er door de profeten gezegd en het antwoord is niemand!
Er zijn zeer duidelijke wetten gegeven en als wij ons daar niet aan houden, moeten we niet de Heer beschuldigen, maar de mens, die ze breekt.
Voor het Joodse volk houdt het in zich eens te gaan herorienteren op de prediking van Jeshua en zich van veel (bijbelse) gebieden eens af te vragen op ze nu wel zo goed geïnterpreteerd zijn.
Dit geldt voor wie zich christenen noemen ook. In Jeremia 8:8 lezen we het volgende;
,Hoe durft gij zeggen; Wij zijn wijs en de wet des Heren
is bij ons? Voorwaar, zie, bedriegelijk heeft de leugenpen der schrijvers die vervaardigd"!
Dit geldt voor de Talmoed, maar ook Paulus, Petrus, Johannes, Jakobus, en het boek Openbaring vallen hieronder en ieder geschreven woord, wat tegen de leer van de profeten en Jeshua ingaat.
De reden om zich te herorienteren is nogal belangrijk: De dag des Heren is op komst en deze nadert snel. Denk niet dat deze dag niet serieus genomen hoeft te worden. Dit dacht het Joodse volk namelijk ook, deze weten nu dat de Heer wat dit betreft serieus genomen moet worden. Het heeft ze de afgelopen tweeduizend jaar zo'n twaalf miljoen doden gekost. En heeft grote en diepe wonden geslagen in de gehele Joodse wereld.
Het Joodse volk werd gestraft omdat hun voorvaderen op een afgrijselijke grijselijke manier verkeerd gingen. Het heeft ze ontzettend veel bloed gekost.
De volgend fase heet de dag des Heren: zover de Schripten te analyseren zijn wordt dit een dag, waarop iedereen die niet reageert zoals hij moet reageren, een ieder die niet leeft naar de wetten van God, allen die nog niet bekeerd zijn en vreemde góden aanbidden, allen die zich nog niet hebben laten dopen, vernietigd zullen worden. Op de manier zoals deze beschreven staat in het O.T. -o. a. in Maleachi 4:1-4.
Jeshua heeft voor deze dag gewaarschuwd. Iedereen die op die dag niet reageert zoals hij moet reageren, zondigt, of vreemde góden aanbidt, gaat op die dag ten onder.
Het zal een dag worden, tenzij de wereld zich bekeert, waarna de donkere middeleeuwen, de eerste en tweede wereldoorlog, en alle
154
andere oorlogen als vervelende incidenten afgedaan zullen worden.
De Heer heeft zijn aangezicht weer naar de aarde gewend. Deze dag komt er nu snel aan. De datum is onbekend, wat ook door Jeshua gezegd is, nochtans als men alle tekenen ziet, is deze dag niet meer zo ver af.
Als u zich nu afvraagt; aan welke wetten moeten wij ons nu houden? - is het antwoord simpel. Hoofdzakelijk de tien geboden en aan de sabbath en nog een paar wetten, die in het O.T. terug te vinden zijn.
De meeste mensen in Nederland hebben zich van de kerk afgekeerd. Eén van de grootste fouten die men maakt, is om de gemiddelde kerk en bepaalde t.v. omroepen/programma's te verwarren met de Schriften. Om zich gelovig en/of christen te noemen is simpel, er geestelijk/gevoelsmatig naar te leven is heel wat anders.
Er is geen enkele wet, die de mens verplicht om naar de kerk te gaan. Wel is er door de profeten gezegd, dat het beter voor u is om op sabbath naar de kerk te gaan. Hoe men dit wil beleven is natuurlijk een ieder zijn eigen zaak. De één zal van vrolijke muziek houden , de ander van orgelmuziek. Hoe men God eert, maakt in wezen weinig uit, dat is een zeer persoonlijke zaak, die ieder mens zelf in mag vullen. Voor de rest houdt het ook in om Israël onvoorwaardelijK te steunen. Niet dat men geen kritiek op de Joodse staat mag hebben, maar opbouwende kritiek, zoals men van vrienden mag verwachten.
Tegenwoordig willen sommige landen nog wel eens zwichten voor de Arabische druk, ook Nederland is hiervan niet verschoond gebleven.
Toch doen onze Christelijke voormannen er goed aan zich een profetische uitspraak te herinneren die zegt:
,Wie u zegent, zal Ik zegenen,
maar wie u vervloeken, zal Ik vervloeken".
Deze profetie ziet men nu pas ten volle in werking treden. Ieder land, dat de staat en het volk Israël wil vernietigen. Kan op een zware strap rekenen en wil men dan nog niet luisteren, dan draait het uit op totale chaos en destructie.
Ook de Palestijnse situatie was reeds voorzien en de oplossing voor dit probleem is terug te vinden in de bijbel.
Anderen zullen zeggen, dat ze niet volgens bijbelse wetten willen leven, maar het antwoord is simpel: ieder zinnig mens weet, dat doodslaan, stelen, valse getuigenissen afleggen, echtbreuk en het begeren van andermans vrouw/man/kinderen en bezittingen slecht is.
Andere wetten zoals het eren van vader en moeder spreken voor zichzelf, alhoewel dit door veel gelovigen ook verkeerd gezien wordt. Het liefhebben van de ouders is één punt, maar men is geen slaaf van de ouders. Integendeel men is verplicht de gave waar men mee geboren is te ontplooien en niet toe te geven aan de wensen van de ouders. Maar dit heeft natuurlijk niets te maken met eren en liefhebben.
De sabbath is een rustdag, dit houdt niet in dat men niet mag genieten van wat voor recreatie dan ook, maar het is een dag waarop men geen werk mag verrichten, tegen wat voor betaling dan ook: het is een dag die absoluut geheiligd moet worden: Uitgezonderd natuurlijk bepaalde dienstverlenende bedrijven zoals ziekenhuizen, politie, brandweer, et cetera en bepaalde (chemische) fabrieken waarvan het
155
weken of maanden duurt om deze weer op te starten. Tegenwoordig gaat echter een (groot) gedeelte door. Toch wil ik hier een ernstige waarschuwing laten horen. Elke werkgever, die zijn werknemer verplicht om op sabbath te werken en een ieder die dit aanneemt, gaat dwars tegen de wet in en vraagt om moeilijkheden. Ik ben me terdege bewust dat deze situatie ontstaan is door concurrentie, geldbesparing of geldgewin en dat sommige bedrijven hierdoor verplicht zijn om mee te doen, omdat ze anders grote contracten kunnen missen.
In wezen is de overheid hier direct verantwoordelijk voor, zij zijn het die in moeten grijpen, de christelijke partijen zouden zeer zeker beter moeten weten.
Wat abortus en euthanasie betreft, gegeeft bijbel een simpel en duidelijk antwoord: Het is verboden! -- Er gebeurt met deze zaken hetzelfde als wat er met vele dingen gebeurt, het wordt benaderd vanuit de verkeerde invalshoek.
Een mens is verantwoordelijk voor zijn eigen daden, ook op seksueel gebied, maar goede voorlichting is hierbij een absolute noodzaak. Tegenwoordig zijn er genoeg middelen om zwangerschap te voorkomen, gebruikt men deze niet en men wordt zwanger, draag dan ook de consequenties zowel man als vrouw. Abortus zou alleen toegestaan gestaan mogen worden in geval van zeer ernstige geestelijke en/of lichamelijke afwijkingen, die veroorzaakt zijn door radioactieve stralingen e.d. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen maar het is reeds door Mozes gezegd dat als men moet kiezen tussen leven en de dood, dat men dan voor het leven moet kiezen. (Deut. 30:19)
Ditzelfde geldt voor euthanasie, absoluut verboden, geen uitzondering!
Maar dit houdt ook in dat een mens niet kunstmatig in leven hoeft te worden gehouden. Ook met deze invalshoek moet men zeer voorzichtig zijn, omdat dit alleen kan gelden voor mensen, die geen hersenactiviteiten meer vertonen en dus geestelijk reeds dood zijn.
De zaak moet van twee kanten bekeken worden: de menselijke en de wetenschappelijke kant. 't Is tijd voor de mensheid en dus de politiek, zich eens af te vragen, waarom we bedragen aan defensie uitgeven, die voor een normaal mens niet meer zijn uit te spreken, terwijl onderzoek en genezing van mensen een soort "stiefkindje" is, dat het mag doen met een beperkt budget.
Vernietiging van mensen schijnt belangrijker zijn dan genezing! Zeer zeker christelijke (politieke) leiders hebben de taak om de medische wereld hiervoor genoeg (Financiële) middelen ter beschikking te stellen.
Menselijk gezien heeft het stervensproces ook een goede kant: namelijk in het reine te komen met zichzelf en met God, vergeving te vragen voor de zonden, die men begaan heeft, zich (eventueel) te bekeren, te bidden en te vragen aan de Heer om genezing of om er snel een eind aan te maken.
Ditzelfde geldt ook voor de naaste omgeving van de patiënt.
Sterven doet ieder mens en het leven is niet alleen een gave, maar ook een opgave.
156
Ik kan me voorstellen dat sommige mensen ondraaglijk lijden. Het belangrijkste voor deze mensen is zich te bekeren en God in gebed om hulp te vragen. Bewuste zelfdoding echter is een (dood)zonde.
Degene, die aan dit proces meehelpt, zal niet voor onschuldig gehouden worden.
Voor het Joodse volk is het voorbij, hun lijdenstijd is volbracht.
Een ieder, die zich nu nog aan een Joods persoon vergrijpt, spot met zijn Schepper zelf en hij of zij zal dan ook niet ongestraft blijven.
Het Joodse volk moet een voorbeeld zijn, maar dat is ze tot op de huidige dag niet gelukt. Vooral in de religieuze wereld zijn er nogal wat mensen, die bevreesd zijn voor wat voor verandering dan ook. Het lijkt op een nationale samenzwering: de Joodse rabbijnen en theologen en het allergrootste deel van het het Joodse (religieuze) volk houdt vol, dat er geen licht is. Ze hebben zichzelf geblindeerd en zijn aan de andere kant door God geblinddoekt geweest.
Zolang men deze blinddoeken ophoudt en niemand ze aanraakt, is het simpel om te zeggen dat het buiten donker is en dat de Messias nog moet komen. Men ziet zo nu en dan wel een lichtstreepje, maar men is bang, bang voor zijn omgeving, bang voor sommige religieuze groeperingen, die het spoor helemaal bijster zijn, bang voor ouders en Familie enz, enz.
Het is te hopen dat de Joodse rabbijnen en theologen ooit eens genoeg inzicht en moed zullen krijgen om toe te kunnen geven dat zij en hun voorvaderen mis zaten door Jeshua niet te accepteren als Messias. Zodat zij de blinddoeken van hun broeders en zusters kunnen losmaken, opdat ook deze het licht kunnen zien.
Ik wil het theologische gedeelte hier bij laten, God onze Schepper, is voor mij geen geloof dat door mensen is uitgevonden, als dit waar zou zijn zou de mensheid inderdaad ernstig gestoord zijn, omdat we dan dit boek aan het invullen zijn. Maar meer dan bizar is het om te zien dat volkeren de Schiften aan het invullen zijn, terwijl zij deze niet kennen!
Daarom is God voor mij geen geloof, -- maar weten, iets wat ik geprobeerd heb u met dit boek duidelijk te maken.
Ook natuurwetenschappers komen er achter, dat ze van het begrijpen niets begrijpen. Eén oplossing roept duizend vragen op.
Men wijst dan een beetje naar oosterse religies, maar Salomo zei reeds dat God de mens een moeilijke taak gegeven had, namelijk om alles te onderzoeken. Wat dit onderzoeken betreft, staat de mens in veel gevallen nog in de ķinderschoenen.
157
CONCLUSIES
, Zo zegt de Here Here — ; of zij horen dan wel het nalaten". Ezech, 3:11
De mensheid wordt voor keuzes geplaatst:
A: Doorgaan zoals het systeem draait, wat zal uitlopen op totale chaos en vernietiging.
B: Systemen gaan veranderen, daarbij bijbelse wetten negerend, waardoor de dag des Heren dichter bijkomt.
C: Bekering naar God en zijn wetten, in de hoop dat de dag des Heren hierdoor uitgesteld wordt, of zelfs afgelast wordt. Zodat de mens de kans krijgt de wereld te veranderen in een paradijs en ook om het heelal te gaan exploreren.
De keuze lijkt niet zo moeilijk, maar onze Schepper heeft de mens een vrije wil gegeven. De mens mag kiezen tussen Hem en de dood.
De keus is niet moeilijk, maar het is aan de mens om te beslissen.
158
EPILOOG
Economisch gezien leven we op dit moment in een snel veranderende wereld. Het is aan de mens om hiervoor oplossingen te zoeken. Men kan dit doen door arbeidstijdverkorting of vijf jaar werken en één jaar vrij met behoud van een uitkering. Op deze manier zou er een enorme roulatie ontstaan, waardoor jonge mensen ook een kans zouden krijgen zich te ontplooien. Terwijl de oudere werknemer eens de kans krijgt iets voor zichzelf te doen, reizen, studeren of wat dan ook. Na dit jaar zouden ze dan gewoon weer in hun oude posities aangenomen moeten worden, zodat een volgende groep voor een jaar vrijgemaakt kan worden.
Daarbuiten zouden bedrijven door de overheid gedwongen moeten worden een bepaalde leeftijds—opbouw in hun personeelssterkte te hebben. Het is zowel frustrerend als beledigend om mensen aan de kant te zetten, zodra ze veertig of vijftig zijn. Of ze op deze leeftijd niet meer aan te nemen, omdat ze te oud zijn.
Werk is er genoeg, maar (gelukkig) niet meer in onze productieplaats. Dat houdt in, dat we heel anders moeten gaan nadenken over geld, werk en verdeling.
Het verbazingwekkende is, dat de bijbel als Gods woord oproept om alles met elkaar te delen: te bedenken dat zelfs je eigen lichaam en ziel niet aan je zelf toebehoort, maar aan de Heer.
Alle rijkdom van deze aarde behoort aan God toe. Maar als we de wereld bekijken zien we iets vreemds: Rusland, China, en Oost-Europa leven volgens de materiële wetten van de bijbel of proberen dit te verwezenlijken, maar ontkennen God en de Messias.
Terwijl men in het westen—met de Verenigde Staten voorop— precies andersom gaat: men respecteert de vrijheid van de mens, men noemt zich over het algemeen Christelijk, maar in sommige landen wordt privé—bezit als het hoogste gezien, terwijl dit dit toch dwars tegen de leer van de bijbel ingaat.
De bijbel zegt namelijk, dat we alles met elkaar moeten delen en dat we niemand in de kou mogen laten staan.
Het probleem van de werkeloosheid is in principe gemakkelijk op te lossen, alleen moet het internationaal aangepakt worden, met de E.E.G. als stuwende motor. Als alle landen binnen de
E.E.G. hetzelfde verdienen en de kosten zijn ongeveer overal hetzelfde en men gaat naar een 32—uur werkweek, dan lost dit menig probleem op. Van concurrentievervalsing is dan geen sprake meer. omdat alle landen terug gaan naar 32—uur. Als sommige landen niet mee willen doen, is het enige alternatief om belasting te leggen op de producten die ze in de E.E.G. willen invoeren, waardoor deze producten net zo duur worden als waarvoor men ze binnen de E.E.G. maakt.
De enige concurrentie die dan nog overblijft is kwaliteitsverschil, wat ook de enigste maatstaf kan wezen. Producten die uit de zogenaamde goedkope landen komen is in wezen niets anders dan een moderne variant op het vroegere kolonialisme en slavernij.
De mensheid is op een punt terecht gekomen, dat ze in internationaal gedwongen om samen te werken, om grenzen op te gaan heffen.
Doet ze dit niet, dan gaan ze op den duur ten onder.
Volgens de bijbel is het ook verboden om rente te vragen aan personen in nood zitten. Dit geldt natuurlijk ook voor landen,
159
die in nood zijn gekomen.
In het huidige systeem is alles te erven, ook hier zouden overheden in moeten grijpen, zodat niet alles in handen van één familie blijft. Men zou maar tot een bepaalde limiet moeten kunnen erven, terwijl de rest vervalt naar de overheid. Dit zou zeer zeker op moeten gaan voor alles wat met materie en macht te maken heeft.
Zouden hier te veel protesten tegen komen, dan kan men altijd een bepaald jaar afspreken, waarin elk kind dat dan nog geboren wordt, niets meer kan erven. Het hele probleem is dan binnen honderd jaar opgelost zonder geweld en kwade gezichten.
Persoonlijk denk ik, dat deze wereld eens zonder geld zal draaien, een utopie?
De wereld kan de huidige wereldbevolking drie maal voeden. Het is meer dan een schande, dat de zogenaamde christelijke wereld de armen voor een groot deel laat verhongeren, terwijl men de boeren in de States failliet laat gaan, omdat ze hun graan niet kwijt kunnen, en de boeren in de E.E.G. , zich kunnen laten saneren omdat ze te veel melk produceren! -- Zo kan ik nog wel een paar bladzijden vullen. Intussen sterven er tienduizenden mensen per dag van de honger. Mensen die geen geld hebben, kunnen echt niets kopen. Hun zal je wel voedsel moeten geven en daarnaast ook de middelen om zichzelf te kunnen verzorgen. Ik besef ten volle, dat er vele organisaties zijn, die proberen te helpen, maar het is veelal toch een druppel op een gloeiende plaat.
Hoe de westerse regeringen, die zich voor een overgroot deel toch Christelijk noemen, dit rijmen met de opdracht uit de bijbel, is mij een raadsel. Er wordt toch in dit boek aan alle kanten op gewezen, dat het een plicht is om armen en zieken te helpen en hongerenden te voeden.
Deze wereld zal een geestelijke revolutie moeten gaan doorvoeren, zowel als een economische. Doet men dit niet, dan gaat men hoe dan ook ten onder.
Deze wereld en de planeten erbuiten zijn rijk aan delfstoffen.
De wereld en het heelal bestaat uit energie en we hoeven niet bang te zijn dat die opraakt, mits we naar nieuwe wegen blijven zoeken.
De mens kan zijn eigen paradijs creëren, mits de mens wil, zodat niemand honger of gebrek hoeft te lijden. Dat hier geweldige problemen en inspanningen aan kleven, is een ieder duidelijk, maar problemen zijn er om opgelost te worden.
Besluiten doe ik dan ook met de volgende woorden van Jeshua die opgetekend staan in het evangelie van Thomas:
,Zijn discipelen zeiden tot Hem: Wanneer zal het Koninkrijk komen?
Jeshua zeide:
Het komt niet zo, dat het te berekenen is: men zal niet
zeggen; zie hier, of zie daar maar het koninkrijk van de
Vader is uitgebreid over de aarde, en de mensen zien het
niet". (Thom. 113)
160
De schrijver is in 1950 geboren te Dordrecht,
In 1981 is hij begonnen aan een studie in de
psychologie en theologie.
Deze studie bracht hem gedeeltelijk buiten de
traditionele gedachtegangen die op universiteit
en aanverwante instellingen onderwezen worden.
Hij probeert met deze stelling een brug te slaan
tussen moderne psychologie/psychiatrie en
theologie.
Zichzelf beschouwend als een rationalist, geeft
hij een exegese van de bijbel die tot nu toe
weinig of niet wordt toegepast.
---EX-SYNTYCHE--- ISBN 90-9002116 - 7
© (C) https://de-boeien.webnode.nl/hoe-leest-gij/
Het begin van de dienst zet de toon.
De voorganger kan, met de andere aanwezige ambten, wel de weg wijzen maar bemiddelt niet. Dat is de taak van de gemeente zelf. Hoe kan het anders?
Jeruzalem =
Asjkenazische opperrabbijn:
- Sefardische opperrabbijn:
- CIDI Nederland = WEBSITE www.CIDI.NL
Katholieke kerk in Rome = Website www.Vatican.va
Hoofdkantoor Protestantse Kerk in Nederland = Website: www.protestantsekerk.nl
etcetera
Een boek: Hoe leest gij? Een analyse van de menselijke geest en de Bijbel. -- Hoe-leest-gij.webnode.nl/ -- Sorteren7@gmail.com
Mogelijk gemaakt door Webnode