
84
Inleiding bij het derde gedeelte.
Na het evangelie van Christus doorworsteld/begrepen te hebben, begon ik ook het O.T. te bestuderen, mezelf afvragend: Waar heeft Jeshua nu in feite op gereageerd? Want in een twistgesprek met de rabbijnen van die dagen zegt hij de volgende woorden:
,Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het die van Mij getuigen, en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te hebben". (Joh. 5:38-40)
Ook zei Hij, dat de Schriften niet gebroken kunnen worden, tenzij God je laat zien hoe de Schriften in elkaar grijpen.
Als dit gebeurt, begint er een enorme puzzel op zijn plaats te komen, dan gaat er een vreemde, maar mooie wereld voor je open. De Schriften beginnen te leven. Geloven is dan geen geloof meer, -- maar weten.
Door de profeet Jesaja werd het volgende gezegd:
Het boek is verzegeld, leest en merkt niet op. ( Jes. 29:11 vrije vertaling. )
Jesaja zag het reeds; die wist hoe wonderlijk God de bijbel in elkaar gezet had, door de geest van de profeten heen, die opdracht kregen om het op te schrijven.
Ook het Oude Testament kostte me jaren om het te verstaan/begrijpen, en ik moest mijn gedachtegangen diverse malen veranderen.
Langzaam maar zeker begon God mij te tonen hoe de bijbel te lezen is. Niet met een stem, met dromen of een visioen, maar met harde lessen die ik moest ondergaan. Het contact dat ik met mijn Schepper heb, is een contact dat een ieder heeft of kan hebben.
Alleen je ontvangstinstallatie moet wel aanstaan. De joodse Talmoed zegt dan ook terecht dat je God in ieder mens kan ontmoeten.
Ik zal u een voorbeeld geven: Maandenlang zat ik te worstelen met het linker-en rechterwang principe. Wat betreft woordelijke agressie is het simpel; niet reageren, maar hoe nu met lichamelijk geweld? -- Op een nacht, teruglopend naar mijn auto, werd ik vrij onverwachts overvallen door twee mannen, waarvan er één mij onverwachts tijdens het passeren een klap op mijn slaap gaf, waarna ik half bewusteloos op de grond viel. Daarna takelden ze een vriend van mij af, die net zo verbouwereerd was als ik. Aan de andere kant waren wij gelovig en beiden worstelden we met de vraag; terugslaan of niet?
De volgende dag stootte ik op de volgende tekst in de bijbel:
,Houdt de geweldenaar in toom". (Jes. 1:17)
Op deze manier toonde God mij hoe dan wel te reageren op dit soort mensen: ze moeten gestopt worden!
85
DE SCHRIFTEN DIE GETUIGEN.
Volgens vele christenen heeft het O.T. (verbond) geen waarde meer. -- Deze stelling gaat echten dwars tegen de leer van Jeshua in, die zegt:
,Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet en de profeten te ontbinden; ,Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen".
De bijbel is een gecompliceerd boek, Jeshua weet dit ook en zegt de volgende worden:
,Gij onderzoekt de Schriften..... en deze zijn het welke van Mij getuigen". . . . (Joh. 5:39)
,Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, die zeggen, dat het aldus moet geschieden". (Matt. 26:54)
,Hoe leest gij "? (Luc. 10:26b)
Hoeveel mensen zouden dit boek al gelezen hebben? En nog steeds is Jeshua niet ten volle gevonden. Buiten Jesaja 53 en Psalm 22 heeft men nog niet zoveel ontdekt, of men zit op een verkeerd spoor. -- Dit is eigenlijk het grote conflict tussen Joden en christenen. De Joden zeggen namelijk: ,Als Jeshua de Messias is, waar staat hij dan in de Schriften en waarom is er nog steeds oorlog?".
De meeste christenen kunnen op dit soort vragen geen antwoord geven. Hierdoor is er een patstelling ontstaan, die nogal wat verwekt heeft, zelfs haat, die vandaag (gedeeltelijk) nog steeds voorkomt.
Toch is Jeshua terug te vinden in het Oude Testament. Het verhaal van zijn leven, wordt namelijk twee keer verteld. Eén keer als zijnde gebeurd, wat men terug kan vinden in het N.T.
Maar heel het verhaal wordt voorspeld door de profeten in het O.T. Laat ik beginnen bij Jesaja 8:16
,Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn leerlingen".
Micha 7:5
,Vertrouw de metgezel niet, verlaat u niet op de vriend; behoed de deuren van uw mond voor haar die aan uw boezem ligt".
Psalm 78:1-2
,Wend het oor, mijn volk, tot mijn leer,
neigt uw oor tot de woorden van mijn mond;
ik wil mijn mond tot een spreuk opendoen,
ik wil aloude verborgenheden verkondigen".
Jeshua heeft nooit openlijk met zijn discipelen gesproken. Het was Hem verboden en hij was ervoor gewaarschuwd.
Dat zijn discipelen dit claimden, heeft waarschijnlijk te maken met de uitstorting van de Heilige Geest. God heeft deze mannen kracht gegeven, niet de waarheid, Paulus begreep dit, daarom schrijft hij ook in 1 Corinthiërs 4:5:
86
,Velt geen oordeel voor de tijd dat de Here komt, die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen".
Ik wil de zaak van de discipelen en Paulus hier afronden. Deze mensen zijn de bouwers van de eerste gemeenten geweest. Deze mensen hebben zeer wijze woorden gezegd, maar ook minder wijze. -- Jeshua hebben ze echter nooit (goed) begrepen en dit was ook de bedoeling. U zult zich waarschijnlijk afvragen waarom?
De profeet Jesaja geeft er (gedeeltelijk) een antwoord op. Die zag het reeds gebeuren, die zei namelijk:
,Gij hebt wel veel gezien, maar gij hield het niet in gedachtenis, gij hebt de oren wel open gehad, maar niet gehoord". (Jes. 42 : 20)
Om de bijbel te begrijpen moet je een uitspraak van de profeet Jesaja goed in je achterhoofd houden, namelijk het:
,Hier wat, daar wat". (Jes. 28:10b)
Wat men ook moet begrijpen is, dat er zes verhalen dwars door de Schriften heenlopen. Deze zes zijn: het verleden, het heden, de toekomst, Jeshua als Messias en zoon Gods, Jacob, en het hoe en waarom van de laatste 2000 jaar.
Deze zes verhalen lopen hier en daar dwars door elkaar heen en dit is de reden dat de meeste mensen er niet uitkomen.
Laten we eens door de bijbel heen lopen en kijken waar we Jeshua vinden. Sommige woorden zijn oud en bekend, bij andere zult u verbaasd opkijken.
Deuteronomium 18:18—19
,Een profeet zal Ik hun vekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied. De man die niet luistert naar de woorden welke hij in mijn naam spreken zal, van die zal ik rekenschap vragen".
Het is natuurlijk duidelijk, dat Jeshua aan deze uitspraak refereerde, toen Hij zei:
,Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven". Joh. 5:47
1 Samuel 2:10b
,De Here richt de einden der aarde; Hij geeft sterkte aan zijn koning en verhoogt de hoorn van zijn gezalfde".
Samuel zag het reeds, dat de Messias verhoogd moest worden. Dit is een woord, dat men door het gehele Oude Testament kan tegenkomen.
Jeshua wist dit ook, vandaar dat men ook in Johannes leest: ,En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden". (Joh. 3:14)
Volgens de joodse leer zijn de psalmen hoofdzakelijk het levensverhaal van David, maar wat zegt David zelf volgens 2 Samuel 23:2:
89
,De Geest des Heren spreekt door mij, zijn woord is op mijn tong"-
Psalm 2:7-8
,Ik wil gewagen van het besluit des Heren:
hij sprak tot mij -,Mijn zoon zijt gij;
Ik heb u heden verwekt.
Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel,
de einden der aarde tot uw bezit.
Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots,
hen stukslaan als potterbakkerswerk".
Dit gedeelte behandelt drie onderwerpen. Ten eerste de maagdelijke geboorte ("Ik heb u heden verwekt").
Ten tweede, Christus uitspraak, dat alle macht aan hem gegeven is.
Ten derde, de verschillende uitspraken van Jeshua, dat Hij niet op aarde was om vrede te brengen, maar oorlog. Dit omdat Hij van te te voren wist, dat niemand Hem geheel zou begrijpen.
Psalm 8:5
,Want mijn pleitzaak en mijn geding hebt Gij berecht,
als rechtvaardig rechter de rechterstoel bestegen".
Dit is een uitspraak, die door Jeshua diverse malen gebruikt is.
Tevens de woorden: ,De beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken" ? (Joh. 18:11), kan men uit de eerste regel opmaken.
Psalm 9: 14
,Wees mij genadig, Here, zie mijn ellende, door mijn
haters mij berokkend, die mij opheft uit de poorten
des doods. . . . ".
Dit is de eerste aankondiging van de opstanding van Jeshua, maar ook de berechtiging en de kruisiging kan men reeds proeven.
Psalm 16:7-11
,Ik prijs de Here, die mij raad heeft gegeven,
zelfs bij nacht onderwijzen mij mijn nieren.
Ik stel mij de Here bestendig voor ogen;
omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet.
Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,
zelfs mijn vlees zal in veiligheid wonen;
Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk,
noch laat gij uw gunstgenoot de groeve zien.
Gij maakt mij het pad des levens bekend;
overvloed en vreugde is bij uw aangezicht,
liefelijkheid is in uw rechterhand, voor eeuwig".
Dit is de tweede aankondiging van de opstanding en wat voor één!
Zelfs mijn vlees zal in veiligheid wonen en de volgende twee regels komen terug op het opstandingsverhaal. Het hele verhaal van zijn leven, wordt twee keer verteld. Als zijnde gebeurd en als zijnde voorspeld. Dit hele gedeelte straalt de geestelijke en lichamelijke opwekking van Jeshua uit.
88
Psalm 18:49b—51
,Ja, Gij hebt mij verhoogd boven hen die tegen mij opstonden.
Gij hebt mij gered van de geweldenaar.
Daarom loof ik U, o Here, onder de volken,
en wil ik uw naam psalmzingen.
Hij schenkt zijn koning grote uitreddingen,
en betoont trouw aan zijn gezalfde,
aan David en zijn nageslacht voor altijd".
De eerste twee regels springen er uit. Jeshua zei: ,dat de mensenzoon verhoogd moest worden, en door de (meeste) Joden verworpen zou worden".
Psalm 20:5—6
,Hij geve u naar uw hart,
en doe al uw plannen in vervulling gaan.
Wij willen juichen over uw overwinning,
en in de naam van onze God de vaandels opsteken
de Here vervulle al uw begeerten".
Bij sommige gedeelten zal ik geen commentaar geven. Ze spreken voor zich. Men moet echter het evangelie goed kennen, denkt u bij dit gedeelte maar eens aan de opwekking van Lazarus. (Joh. 11:1—44)
Psalm 22:2+7-21
,Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten,
verre zijnde van mijn verlossing,
bid de woorden van mijn jammerklacht?
Maar ik ben een worm en geen man,
een smaad voor de mensen en veracht door het volk.
Allen die mij zien, bespotten mij,
zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd:
Wentel het op de Here- laat die hem verlossen,
hem redden. Hij heeft immers welgevallen aan hem!
Gij toch hebt mij uit de moederschoot getogen,
Gij deelt mij vertrouwend rusten aan de borst van mijn moeder
aan U werd ik overgegeven bij mijn geboorte,
van de moederschoot af zijt Gij mijn God.
Wees dan niet verre van mij,
want nabij is de nood, en er is geen helper.
Vele stieren hebben mij omringd,
buffels van Basan hebben mij omsingeld;
zij sperren hun muil tegen mij open—
een verscheurende, brullende leeuw.
Als water ben ik uitgestort
en al mijn beenderen zijn ontwricht;
mijn hart is geworden als was,
het is gesmolten in mijn binnenste,
verdroogd als een scherf is mij kracht,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte;
in het stof des doods legt Gij mij neer.
Want honden hebben mij omringd,
een bende boosdoeners heeft mij omsingeld,
die mijn handen en voeten doorboren.
Al mijn beenderen kan ik tellen".
89
Psalm 18:49b—51
,Ja, Gij hebt mij verhoogd boven hen die tegen mij opstonden.
Gij hebt mij gered van de geweldenaar.
Daarom loof ik U, o Here, onder de volken,
en wil ik uw naam psalmzingen.
Hij schenkt zijn koning grote uitreddingen,
en betoont trouw aan zijn gezalfde,
aan David en zijn nageslacht voor altijd".
De eerste twee regels springen er uit. Jeshua zei: , dat de mensenzoon verhoogd moest worden, en door de (meeste) Joden verworpen zou worden".
Psalm 20:5—6
,Hij geve u naar uw hart,
en doe al uw plannen in vervulling gaan.
Wij willen juichen over uw overwinning,
en in de naam van onze God de vaandels opsteken
de Here vervulle al uw begeerten".
Bij sommige gedeelten zal ik geen commentaar geven. Ze spreken voor zich. Men moet echter het evangelie goed kennen, denkt u bij dit gedeelte maar eens aan de opwekking van Lazarus. (Joh. 11:1—44)
Psalm 22:2+7-21
,Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten.
verre zijnde van mijn verlossing,
bid de woorden van mijn jammerklacht?
Maar ik ben een worm en geen man,
een smaad voor de mensen en veracht door het volk.
Allen die mij zien, bespotten mij,
zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd:
Wentel het op de Here- laat die hem verlossen,
hem redden. Hij heeft immers welgevallen aan hem!
Gij toch hebt mij uit de moederschoot getogen,
Gij deedt mij vertrouwend rusten aan de borst van mijn moeder
aan U werd ik overgegeven bij mijn geboorte,
van de moederschoot af zijt Gij mijn God.
Wees dan niet verre van mij,
want nabij is de nood, en er is geen helper.
Vele stieren hebben mij omringd,
buffels van Basan hebben mij omsingeld;
zij sperren hun muil tegen mij open—
een verscheurende, brullende leeuw.
Als water ben ik uitgestort
en al mijn beenderen zijn ontwricht;
mijn hart is geworden als was,
het is gesmolten in mijn binnenste,
verdroogd als een scherf is mij kracht,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte;
in het stof des doods legt Gij mij neer.
Want honden hebben mij omringd,
een bende boosdoeners heeft mij omsingeld,
die mijn handen en voeten doorboren.
Al mijn beenderen kan ik tellen;
89
zij kijken toe, zij zien met leedvermaak naar mij.
Zij vendelen mijn klederen onder elkander
en werpen het lot over mijn gewaad.
Maar Gij, Here, wees niet verre;
mijn sterkte, haast U mij ter hulpe.
Red van het zwaard mijn ziel,
Mijn eenzame, van het geweld van de hond".
Deze psalm is één van de belangrijkste, die er aangaande Jeshua is. Het gehele lijdensverhaal kan men hier in terugvinden.
In VS 17 staat: ,die mijn handen en voeten doorboren", in de grondtekst (Hebreeuws) staat echter; ,Ze hebben mijn handen en voeten omsingeld als leeuwen". Dit is de originele versie. Jeshua weet, dat hij gaat sterven en dat hij verhoogd gaat worden en gedood zal worden. Hij wist echter niet, dat zijn handen en voeten hierbij doorboord zouden worden. Dit is er door de latere bijbel—vertalers van gemaakt. Maar het is niet de originele tekst.
Psalm 23:5-6
,Gij richt voor mij een dis aan
voor de ogen van wie mij benauwen;
Gij zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen
al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis des Heren verblijven
tot in lengte der dagen".
Sommige rabbijnen ergeren zich, net als Judas deed, dat Jeshua gezalfd werd met dure olie, die beter aan de armen gegeven had kunnen worden. Maar Jeshua zegt: "laat haar". Hij wist dat dit moest gebeuren, omdat ook dit voorspeld was, zoals men uit dit gedeelte kan opmaken.
Psalm 27:2-7
,Toen boosdoeners op mij afkwamen
om mijn vlees te eten
—mijn tegenstanders en mijn vijanden —
zijn zij zelf gestruikeld en gevallen.
Al legert zich een leger tegen mij,
mijn hart vrees niet;
al verheft zich een Krijg tegen mij,
nochtans blijf ik vertrouwen.
Eén ding heb ik van de Here gevraagd,
dit zoek ik:
te verblijven in het huis des Heren
al de dagen van mijn leven,
om de liefelijkheid des Heren te aanschouwen,
en om te onderzoeken in ziön tempel.
Want hij bergt mij in zinn hut
ten dage des kwaads.
Hij verbergt mij in het verborgene van zijn tent-
Hij plaatst mij hoog op een rots.
En nu heft mijn hoofd zich op
boven mijn vijanden rondom mij;
daarom wil ik in zijn tent offeren offers met geschal".
90
,Om mijn vlees te eten" (vers 2), is een tekst die ook door Hem gebruikt is.
Psalm 27:12-14
,Geef mij niet prijs aan de lust van mijn tegenstanders,
want valse getuigen staan tegen mij op,
en hij die geweld blaast.
O, als ik niet had geloofd des Heren goedheid te zullen zien,
in het land der levenden!
Wacht op de Here, wees sterk,
uw hart zij onversaagd; ja wacht op de Here".
Dit is het gebed dat Jeshua gebruikte aan het eind van zijn aardse leven, wat men terug kan vinden o. a. in Lucas 22:42, waar staat:
,Vader, indien Gij wilt, neemt deze beker van Mij weg".
Psalm 30:2—5
,Ik zal u verhogen, Here, want Gij hebt mij opgetrokken,
en mijn vijanden geen vreugde over mij gegeven.
Here, mijn God, tot U riep ik om hulp,
en Gij hebt mij genezen.
Here, Gij deed mij opkomen uit het dodenrijk.
Gij hebt mij leven gegeven,
zodat ik niet in de groeve nederdaalde".
Dit is de derde aankondiging van de opstanding.
Psalm 31:10:17
,Wees mij genadig, o Here, want ik ben benauwd;
van verdriet verkwijnt mijn oog, mijn ziel en mijn lichaam.
Want mijn leven vergaat in kommer en mijn jaren in zuchten,
mijn kracht struikelt door mijn ongerechtigheid,
en mijn gebeente verkwijnt.
Voor allen die mij benauwen, ben ik tot een smaad geworden,
voor mijn buren allen meest,
en voor mijn bekenden tot een schrik;
wie mij op straat zien, vluchten voor mij weg.
Vergeten ben ik, uit het hart, als een dode;
ik ben geworden als gebroken vaatwerk.
Want ik hoor het gemompel van velen
-schrik van rondom-;
terwijl zij met elkander tegen mij beraadslagen,
smeden zij plannen om mij het leven te benemen.
Maar ik vertrouw op U, Here,
ik zeg: Gij zijt mijn God.
Mijn tijden zijn in uw hand, red mij
uit de hand van mijn vijanden en vervolgers".
In de evangeliën lezen we, dat veel van zijn volgelingen en discipelen Hem verlieten, omdat zijn prediking zo nu en dan vrij hard was. Ook dat zijn broeders niet in hem geloofden en dat de Farizeeërs een mogelijkheid zochten om hem te doden. Dit alles kunt u in de voorgaande psalm terugvinden.
91
Psalm 34:18-21
,De Here is nabij de gebrokenen van hart
en Hij verlost de verslagenen van geest.
Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige
maar uit die alle redt hem de Here;
Hij behoedt al zijn beenderen
niet één daarvan wordt gebroken".
Vers 18 zegt in feite hetzelfde, als waar een gedeelte van de leer van Jeshua op neerkomt, namelijk: ,Zalig zijn zij die treuren".
De volgende twee verzen wijzen er op dat de Messias veel moest lijden, maar dat niet één been van hem gebroken zou worden.
Psalm 35:15-17b
,Doch toen ik strompelde verheugden zij zich en liepen te hoop
vechtlustigen, mij onbekend, liepen tegen mij te hoop;
ze lasterden zonden ophouden.
Een kring van goddeloze spotters
knarsten de tanden tegen mij.
Hoelang, Here zult Gij toezien?
Verlos toch mijn ziel van hun verwoestingen".
Ook dit gedeelte komt weer terug in het lijdensverhaal, het wordt hier duizend jaar voordat het gebeurde voorspeld.
Psalm 37:30-33
,De mond van de rechtvaardige gewaagt van wijsheid,
zijn tong spreekt het recht;
de wet van zijn God is in zijn hart,
zijn schreden wankelen niet.
De goddeloze loert op de rechtvaardige
en zoekt hem te doden:
Here geeft hem in zijn hand niet over,
laat niet toe, dat hij veroordeeld wordt,
voor het gericht komt".
Psalm 37: 6-13.
,Mijn vijanden spreken boosaardig over mij.
Wanneer sterft hij, en zal zijn naam vergaan?
Komt iemand mij bezoeker, hij spreekt valsheid,
zijn hart verzamelt boosheid,
hij gaat het op straat vertellen.
Allen die mij haten, fluisteren tezamen over mij,
Zij denken het ergste van mij.
Een dodelijke kwaal is op hem uitgestort,
nu hij neerligt, staat hij niet meer op.
Zelfs mijn vriend, op wie ik vertrouwde,
die mijn brood at, heeft zijn hiel tegen mij opgeheven.
Maar Gij, Here, wees mij genadig en richt mij op,
dan wil ik het hun vergelden.
Hieraan weet ik, dat Gij welgevallen aan mij hebt,
wanneer mijn vijanden niet over mij juicht.
Mij echter, om mijn onschuld steunt Gij mij.
Gij stelt mij voor uw aangezicht, voor altoos ".
93
Toen, en nu nog steeds, wordt Jeshua door het Joodse volk gezien als gek, en wordt Hij als dwaalleraar versleten: vandaar de uitspraak in deze psalm: ,zij denken het ergste van mij: ,Een dodelijke kwaal is op hem uitgestort".
Vers 10 slaat op Judas die Hem verraden heeft, vers 11 heeft weer te maken met de opstanding.
Psalm 45:8—8a
,Gij hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid;
daarom heeft, o God, uw God u gezalfd
met vreugdeolie boven uw metgezellen;
mirre, aloé en kassia zij al uw klederen".
De zalving, Jeshua wist, dat hij ging sterven en omdat zijn discipelen een beetje geërgerd waren door de verspilling van de kostbare olie, waarmee Hij gezalfd werd, las Jeshua ze de les en zei; ,Laat haar begaan en het bewaren voor de dag mijner begrafenis; want de armen hebt gij altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd". (Joh. 12:7-8)
Hij wist dat het een profetie was, die vervuld moest worden.
Psalm 55:2-6
,Neem, o God, mijn gebed ter ore,
verberg u niet voor mijn smeking.
Sla acht op mij en antwoord mij;
in mijn onrust zwerf ik kreunend rond,
vanwege het geschreeuw van de vijand,
vanwege de kwelling van de goddeloze;
want zij storten onheil over mij uit,
en bestoken mij in toorn.
Mijn hart krimpt in mijn binnenste ineen,
verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen,
vrees en beving komen over mij,
schrik overstelpt mij".
Dit gedeelte komt weer terug in Jeshua's gebed, vlak voordat hij gevangen genomen werd.
Psalm 55:14-16 en 18
,Maar gij zijt het, een mens—mijns gelijke
mijn vriend en vertrouwde:
wij, die samen vertrouwelijKe omgang genoten,
die in het feestgewoel gingen naar Gods huis.
De dood overvalle hen,
laten zij levend in het dodenrijk neerdalen;
want boosheid is in hun woning, in hun binnenste.
Hij verlost mijn ziel in vrede van de strijd tegen mij,
want met velen zijn zij tegen mij".
Er worden hier diverse dingen gezegd. In het eerste gedeelte wordt gezegd dat Jeshua gelijk gesteld wordt met God zelf. Men moet hier de uitspraak van Hem niet vergeten, dat de Vader in hem werkte.
De volgende regel zegt, dat ze in het feestgewoel (Pasen) gingen naar Gods huis (tempel) en dat ze gedood zouden worden. Jeshua wist namelijk exact op welke dag hij zou sterven! Dat was moeilijk
94
voor Hem en daarin liet Hij ook weer zien hoeveel mens Hij was. Hierdoor laat hij zien, hoeveel mens hij is. Eén van de redenen waarom ik Hem zo bewonder.
Psalm 56:2—10
,Wees mij genadig, o God, want de mensen vertrappen mij,
de ganse dag benauwen mij de bestrijders
wie mij benauwen, vertrappen mij de ganse dag,
ja velen zijn het, die mij uit de hoogte bestrijden.
Ten dage dat ik vrees, vertrouw ik op U;
op God, wiens woord ik prijs.
Op God vertrouw ik, ik vrees niet;
wat zou vlees mij aandoen?
De ganse dag verminken ze mijn woorden;
al hun overleggingen zijn tegen mij ten kwade.
Zij willen aanvallen, zij spieden, zij nemen mijn schreden waar,
terwijl zij loeren op mijn leven.
Zou er voor hen bij zoveel boosheid ontkoming zijn?
Stort de volken in toorn neder, o God!
Mijn omzwerving hebt Gij te boek gesteld,
doe mijn tranen in uw kruik;
zijn zij niet in uw boek".
Weer een psalm die volledig terug slaat op Jeshua, vooral vers 6 is belangrijk: "De ganse dag verminken is mijn woorden".
Dit gebeurt niet alleen in Joodse kringen. Door het niet begrijpen van zijn leer, gebeurt dit ook in de meeste christelijke kringen.
Vers 9 zegt: ,Mijn omzwerving hebt Gij te boek gesteld". Daar kan iedere lezer zelf over oordelen.
Psalm 57:4-5
,Hij zal van de hemel zenden en mij verlossen,
als hij te schande gemaakt heeft wie mij vertrapt; sela
God zal zijn goedertierenheid en waarheid zenden.
Ik lig neder te midden van leeuwen,
vlammen spuwende mensenkinderen;
hun tanden zijn speer en pijlen,
hun tong een scherp zwaard".
Wat in de Hebreeuwse versie staat van Psalm 22: ,Ze omringen mijn handen en voeten als leeuwen", komt men ook weer in dit gedeelte tegen.
Psalm 60:6a-7b
,Gij hebt hun die u vrezen een banier gegeven.
Geef overwinning door uw rechterhand en antwoord ons".
Dit is door Jeshua volbracht, mits men Hem begrijpt. God heeft geantwoord en precies verteld, wat men moet doen om bij Hem te komen.
94
Psalm 69:5
,Talrijker dan de haren van mijn hoofd
zijn zij die mij zonder oorzaak haten;
machtig zijn zij die mij willen verdelgen, mijn valse vijanden;
wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven".
Een gedeelte om toch weer stil van te worden, want hoe waar is dit! Ook heden ten dage nog wordt Jeshua gehaat door de meerderheid van het Joodse volk. Ze haten hem, maar om wat voor reden?
In Psalm 68:8—10 lezen we het volgende:
,Want om Uwentwil draag ik smaad
bedekt schaamte mijn gelaat.
Ik ben een vreemde geworden voor mijn broeders
een onbekende voor de zonen van mijn moeder;
want de ijver voor uw huis heeft mij verteerd,
en de smaadwoorden van wie U smaden, kwamen op mij neder".
En hoe waar is dit: heden ten dage zijn er maar weinig mensen in Israël, die het evangelie kennen (10 %). Bij kinderen wordt er van jongsaf aan ingepompt, dat ze zich hier niet mee mogen bemoeien. Men weet dat Jeshua de stichter is van het christendom. Daar houdt echter de kennis dan ongeveer mee op.
Voor de rest is Hij een vreemde geworden voor zijn broeders. Ook dit is weer een profetie, die volledig waar is geworden. Dit geldt ook voor vele delen van de wereld, waar Zijn leer vroeger veel invloed heeft gehad.
Uit het laatste gedeelte van vers 10 kan men weer opmaken, dat Hij gedood zou worden.
Psalm 69:13-22
,Wie in de poort zitten, praten over mij,
—en een spotlied van drinkers.
Maar mijn gebed is tot U, Here,
ten tijde des welbehagens;
o God, antwoord mij naar uw grote goedertierenheid
met uw trouwe hulp.
Red mij uit het slijk, opdat ik niet verzinke,
laat mij gered worden van mijn haters,
en uit de diepe wateren.
Laat de watervloed mij niet overstromen,
noch de diepte mij verslinden,
noch de put zijn mond boven mij toesluiten.
Verberg uw aangezicht niet voor uw knecht'
want het is mij bang te moede; antwoord mij haastelijk.
Nader tot mijn ziel, bevrijd haar'
verlos mij om mijner vijanden wil.
Gij, Gij kent mijn smaad, mijn schaamte en mijn schande;
allen die mij benauwen, staan vdór U.
De smaad heeft mij het hart gebroken,
en ik ben verzwakt.
95
Ik wachtte op een teken van medelijden, maar tevergeefs,
op troosters, maar ik vond hen niet.
Ja, zij gaven mij gif tot spijze,
en lieten mij in mijn dorst azijn drinken".
Ook hier treft men weer de voorspelling van het lijdensverhaal. -- Vooral de laatste vier regels zijn indrukwekkend en bovendien vervuld.
Psalm 70:2-3
,0 God, haast u om mij te redden,
o Here, mij ter hulpe.'
Laten beschaamd en schaamrood worden,
wie mij naar het leven staan;
terugdeinzen en te schande worden,
wie mijn onheil begeren".
Psalm 71:4-13
,0 God, bevrijd mij uit de hand van de goddeloze,
uit de greep van booswicht en geweldenaar.
Want Gij zijt mijn verwachting.
Here Here, mijn vertrouwen van mijn jeugd aan;
op U heb ik gesteund van de moederschoot aan,
van het ingewand mijner moeder aan zijt Gij mijn helper;
U geldt bestendig mijn lofzang.
Ik ben voor velen als een wonder geweest.
Doch Gij waart mijn machtige toevlucht.
Mijn mond is vervuld van uw lof,
de ganse dag van uw luister.
Verwerp mij niet ten tijde des ouderdoms,
begeef mij niet, nu mijn kracht vergaat.
Want mijn vijanden spreken over mij,
wie mijn leven belagen, beraadslagen tezamen
en zeggen: God heeft hem verlaten,
vervolgt en grijpt hem, want er is niemand die redt.
O God, wees niet verre van mij:
mijn God, haast U mij ter hulpe.
Laten beschaamd worden en vergaan,
wie mijn leven belagen".
Vooral vers 7 is belangrijk.
Psalm 71:20-21
,Gij, die mij vele benauwdheden en rampen hebt doen zien,
zult mij weder levend maken,
mij uit de kolken der aarde weder doen opstijgen.
Wil mijn grootheid vermeerderen,
U opmaken en mij troosten".
Weer het lijdensverhaal en de opwekking.
Psalm 72:1-2
,O God, verleen de Koning uw recht,
en uw gerechtigheid de zoon des Konings.
Hij richte uw volk met gerechtigheid,
uw ellendiger met recht".
96
Psalm 75:7—9
,Want het verhogen komt niet van oost of van west,
noch uit de woestijn maar God is rechter.
Hij vernedert deze en verhoogt gene.
Want in des Heren hand is een beker
en de wijn bruist daarin, overvloedig gemengd.
Hij schenkt daaruit tot de droesem toe,
alle goddelozer op aarde moeten hem slorpende drinken"
Ook hier vindt men weer woorden, die door Jeshua gebruikt werden.
Eén van de grootste fouten in het christendom was en is, dat men de Joden beschuldigd(e) van Godsmoord. Maar hij werd niet gedood door het Joodse volk, maar door God zelf. Vandaar ook Zijn gezegde vlak voordat Hij gedood wend;
,Zal ik de beker niet drinken die de Vader mij aanbiedt".
Ook de woorden, denk niet ,dat Ik hier ben om vrede te maken", vindt men weer in deze psalm terug.
Jeshua wist, dat Zijn woord niet (goed) verstaan zou worden, noch door zijn Joodse broeders, noch door degenen die zich later christenen gingen noemen.
Psalm 78:1-2
,Wend het oor, mijn volk tot mijn leer,
neigt uw oor tot de woorden van mijn mond;
Ik wil mijn mond tot een spreuk opendoen,
ik wil aloude verborgenheden verkondigen".
Dit is één van de wetten, waar Jeshua op gereageerd heeft en welke Hij ook precies gevolgd heeft. Zijn mond is in een spreuk opengegaan en Hij heeft de wereld de waarheid verkondigd, wat oorlog is en wat zich in de menselijke geest afspeelt. Vandaar ook het woord "Verlosser". Door zijn komst vertelde God de wereld waar ze moesten zoeken.
Psalm 80:13—18
,Waarom hebt Gij zijn muren doorbroken,
zodat ieder die langs de weg voorbijgaat, ervan plukt,
het everzwijn uit het woud hem afvreet,
en wat op het veld zich roert, hem afweidt?
O God der heerscharen. keer toch weder,
97
aanschouw uit de hemel en zie,
en sla acht op deze wijnstok,
de stek die uw rechtenhand heeft geplant,
op de zoon die Gij U hebt grootgebracht.
Als afval is hij met vuur verbrand;
doon uw dreigende aanblik gaan zij te gronde.
Uw bescherming zij oven de man van uw rechtenhand,
oven het mensenkind dat Gij u hebt grootgebracht.
Dan zullen wij niet van U wijken;
maak ons levend, dan zullen wij uw naam aanroepen".
Het Joodse volk zit nog op zijn Messias te wachten, maar ook psalm is nu verleden tijd. Men vindt het lijdensverhaal hier terug en de maagdelijke geboorte.
Psalm 86:14-17
,0 God, overmoediger maken zich tegen mij op,
een bende van geweldenaars staat mij naar het leven,
zij stellen U niet voor hun ogen".
Psalm 88:4-18
,Want mijn ziel is verzadigd van rampen,
mijn leven is het dodenrijk nabij.
Ik word gerekend onder wie in de groeve nederdalen,
ik ben geworden als een man zonder kracht.
Onder de doden is mijn verblijf,
gelijk verslagenen die in het graf liggen,
die Gij niet meer gedenkt,
en die aan uw hand ontrukt zijn.
Gij hebt mij in de diepste kuil gelegd,
in duistere plaatsen, in diepten.
Uw grimmigheid rust zwaar op mij,
door al uw baren drukt Gij mij neder, sela
Mijn bekenden hebt Gij van mij verwijderd.
Gij hebt mij tot een gruwel voor hen gemaakt;
ik ben ingesloten, ik kan niet ontkomen.
Mijn oog kwijnt van ellende;
dagelijks roep ik U aan, o Here,
ik breid mijn handen naar u uit.
Zult Gij aan de doden een wonder doen:
zullen schimmen opstaan en U loven? sela
Wordt in het graf uw goedertierenheid verkondigd,
uw trouw in de plaats der vertering?
Wordt uw wondermacht in de duisternis bekend,
uw gerechtigheid in het land der vergetelheid?
Maar ik roep tot U, o Here,
des morgens komt mijn gebed voor U.
Waarom, o Here, verstoot Gij mij,
verbergt Gij uw aangezicht voor mij?
Ik ben ellendig en wegstervend van mijn jeugd aan,
ik draag uw verschrikkingen, ik ben radeloos;
uw brandende toorn gaat over mij heen,
uw verschrikkingen vernietigen mij;
98
de ganse dag omringen zij mij als water,
zij omsingelen mij tezamen.
Vriend en metgezel hebt Gij van mij verwijderd;
mijn bekenden zijn een en al duisternis".
Deze psalm slaat geheel terug op Jeshua, op zijn leven, en dat het Gods bedoeling was, dat het zo zou verlopen, vooral vers 11 en 12 zijn hier belangrijk.
Psalm 89:18-20
,Want Gij zijt de luister hunner sterkte
en door uw welbehagen zult Gij onze hoorn verhogen;
want van de Here is ons schild,
van de Heilige Israëls onze koning.
Gij hebt weleer in een gezicht gesproken
tot uw gunstgenoten en gezegd:
Aan een held heb Ik hulp toebedeeld.
Ik heb een verkorene uit het volk verheven. . ".
Dit gedeelte wijst naar de kruisiging, Jeshua wist, dat hij gedood zou worden, maar niet precies hoe, alleen dat Hij verhoogd zou worden.
Ook kan men in dit gedeelte terugvinden, dat alles reeds voorspeld was door de profeten.
Psalm 89:25-30
,Maar mijn trouw en mijn gerechtigheid zullen met hem zijn,
en door mijn naam zal zijn hoorn verhoogd worden;
ook zal ik zijn hand leggen op de zee,
en zijn rechterhand op de stromen.
Hij zal tot Mij zeggen: Gij zijt mijn Vader,
mijn God en de rots van mijn heil.
Ja, Ik zal hem tot een eerstgeborene stellen,
tot de hoogste van de koningen der aarde.
Voor altoos zal Ik jegens hem mijn goedertierenheid bewaren
en mijn verbond zal voor hem vast blijven. . ".
Men kan in dit gedeelte ook weer diverse dingen terugvinden: dat Hij verhoogd moest worden en dat met Zijn komst het nieuwe verbond in werking was getreden. Jeshua noemde God zijn Vader, waardoor het Sanhedrin woedend werd en hem om die reden veroordeelde. -- Maar hoe kon Hij anders?
Psalm 89:45—46
,Gij hebt zijn glans doen ophouden,
en zijn troon ter aarde neergeworpen;
Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort.
Gij hebt hem met schaamte overdekt, sela".
Ook uit dit gedeelte kan men weer opmaken, dat Jeshua gedood werd door God zelf.
Psalm 92:11
,Want Gij hebt mijn hoorn verhoogd als van een woudos
ik ben met verse olie overgoten".
99
Psalm 94:21-23
,Zij maken jacht op het leven van de rechtvaardige,
en onschuldig bloed verklaren zij schuldig.
Maar de Here was mij tot een burcht,
en mijn God de rots mijner toevlucht;
Hij toch vergold hun het onrecht,
in hun boosheid verdelgde Hij hen.
Hij, de Here, onze God, verdelgde hen".
En dit is weer een gedeelte om stil van te worden. Het gaat weer om de dood van Jeshua en dat terwijl er in feite niets tegen Hem was.
Het tweede gedeelte getuigt toch duidelijk, God geslagen is, speciaal het Joodse volk! Ik zal hier later nog uitgebreid op terugkomen.
Psalm 102:7-9
,Ik ben gelijk een pelikaan in de woestijn,
ik ben als een steenuil te midden der puinhopen;
ik ben slapeloos,
ik gelijk op een eenzame vogel op het dak,
mijn vijanden smaden mij de ganse dag,
wie tegen mij razen, gebruiken mijn naam als vloek".
Psalm 102:11-12
,Vanwege uw toorn en uw verbolgenheid,
omdat Gij mij hebt opgenomen en neergeworpen.
Mijn dagen zijn als een langgerekte schaduw, en ik verdor als gras".
Psalm 102:24-25
,Hij heeft op de weg mijn kracht gebroken, mijn dagen verkort.
Ik zeg: Mijn God, neem mij niet weg op de helft mijner dagen Gij,
wiens jaren duren door alle geslachten heen".
En dit is Jeshua's gebed, beschreven in o.a. Lucas 22:39-46 vlak voordat Hij veroordeeld en gekruisigd werd.
Psalm 109:2-5
,Want een goddeloze en bedrieglijke mond hebben ze tegen mij opengedaan;
zij spreken tegen mij met een leugentong,
met woorden van haat omringen zij mij en zij bestrijden mij zonder oorzaak;
tot loon voor mijn liefde weerstaan zij mij, maar ik ben een en al gebed;
zij laden kwaad op mij in plaats van goed, en haat tot loon voor mijn liefde".
Daar kan een ieder die Jeshua nog niet geaccepteerd heeft, of tegen Hem tekeergaat, eens rustig over na gaan denken.
100
Psalm 109-21-27a
,Maar gij, Here Here, handel met mijn mij om uwe naast wil,
red mij, want rijk is uw goedertierenheid;
want ik ben ellendig en arm,
mijn hart is doorwond in mijn binnenste;
als een schaduw die zich verlengt, ga ik heen,
als een sprinkhaan word ik afgeschud;
mijn knieën knikken van het vasten,
mijn vlees is vermagerd, zonder vet;
daarom ben ik hun tot een smaad geworden;
als zij mij zien, schudden zij het hoofd.
Help mij. Here, mijn God,
verlos mij naar uw goedertierenheid,
opdat zij erkennen, dat dit uw hand is".
Weer gaat het erom dat Jeshua gedood is door de Heer, -- niet door de Joden.
Psalm 110:1
,Aldus luidt het woord des Heren tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten".
Wat ik me altijd met verbijstering heb afgevraagd is, dat deze uitspraak, die ook door Jeshua gebruikt is, nooit door christenen goed is begrepen en waarom zij dan ook zoveel in duivels en demonen geloven. God liefde? Zeer zeker, zolang men naar zijn geboden luistert en leeft.
Luistert men niet, dan moet men gaan oppassen, eerst slaat Hij uit liefde, luistert men dan nog niet dan kan Hij veranderen is een vijand.
Psalm 112:8-10
,Zijn hart is standvastig, hij vreest niet,
terwijl hij met vreugde op zijn vijanden ziet.
Hij deelt uit, hij geeft aan de armen,
zijn gerechtigheid houdt voor immer stand.
zijn hoorn verheft zich in ere.
De goddeloze ziet het en ergert zich,
hij knarst met de tanden en wordt verteerd;
de begeerte der goddelozen gaat teniet".
Psalm 116:1-19
,Ik heb de Here lief
want Hij hoort mijn stem, mijn smekingen.
Want Hij heeft zijn oor tot mij geneigd,
daarom zal ik mijn leven lang (tot Hem) roepen.
Banden van de dood hadden mij opvangen,
angsten van het dodenrijk hadden mij aangegrepen,
ik ondervond benauwdheid en smart.
Maar ik riep de naam des Heren aan:
Ach Here, red mijn leven.
Genadig is de Here en rechtvaardig,
onze God is een ontfermen.
101
De Here bewaart de eenvoudiger,
ik was verzwakt, maar Hij heeft mij verlost.
Keer weder, mijn ziel, tot uw rust,
omdat de Here u heeft welgedaan.
Want Gij hebt mijn leven van de dood gered,
mijn oog van tranen, mijn voet van aanstoot.
Ik zal wandelen voor het aangezicht des Heren
in de landen der levenden.
@Ik heb geloofd, zelfs toen ik sprak:
Ik ben zeer verdrukt:
toen ik in mijn angst zeide:
Alle mensen zijn leugenachtig.
Hoe zal ik de Here vergelden
al zijn weldaden jegens mij?
De beker der verlossing zal ik opheffen,
ik zal de naam des Heren aanroepen.
Mijn geloften zal ik de Here betalen,
in de tegenwoordigheid van al zijn volk.
Kostbaar is in de ogen des Heren
de dood van zijn gunstgenoten.
Ach, Here, waarlijk, ik ben uw knecht,
ik ben uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd:
Gij hebt mijn handen losgemaakt.
Ik zal U lofoffer brengen
en de naam des Heren aanroepen.
Mijn geloften zal ik de Here betalen
in de tegenwoordigheid van al zijn volk,
in de voorhoven van het huis des Heren,
in uw midden, o Jeruzalem. Halleluja".
Deze hele psalm slaat op Jeshua. Zijn leven en sterven kan men hier in terugvinden, de maagdelijke geboorte, en dat hij te Jeruzalem zou sterven.
Psalm 118:13-23
,Gij hadt mij wel duchtig gestoten, tot vallends toe,
maar de Here heeft mij geholpen.
De Here is mijn sterkte en mijn psalm,
Hij is mij tot heil geweest.
Hoort! jubellied en zegezang
in de tenten der rechtvaardigen:
De rechterhand des Heren doet krachtige daden,
de rechterhand des Heren verhoogt,
de rechterhand des Heren doet krachtige daden!
Ik zal niet sterven, maar leven
en ik zal de daden des Heren vertellen.
De Here heeft mij zwaar gekastijd,
maar aan de dood heeft Hij mij niet overgegeven.
Ontsluit mij de poorten der gerechtigheid,
ik zal daardoor binnengaan, ik zal de Here loven.
Dit is de poort des Heren,
de rechtvaardigen gaan daardoor binnen.
Ik loof U, omdat Gij mij geantwoord hebt
102
en mij tot heil geweest zijt.
De steen die de bouwlieden versmaad hebben,
ja tot een hoeksteen geworden,
van de Here is dit geschied, het is wonderlijk in onze ogen",
De steen, die de bouwlieden versmaad hebben. Nog steeds wordt Jeshua door de meeste (gelovige) Joden als een dwaalleraar gezien in de meeste gevallen weigert men zelfs over Hem te praten. Zo wordt men boos of zelfs agressief of zeer onrustig, zodra men naam Jeshua noemt.
Psalm 119:23
,Al zetten vorsten zich neder, al beraadslagen zij tegen mij, uw knecht overdenkt uw inzettingen".
Psalm 119:30
,Ik verkies de weg der waarheid, Ik stel uw verordeningen voor mij".
Psalm 119:49-53+61
,Gedenk het woord tot uw knecht
omdat Gij mij hoop hebt gegeven;
dit is mijn troost in mijn ellende,
dat uw belofte mij levend maakt.
Hoezeer overmoedigen mij bespotten,
van uw wet wijk ik niet.
Als ik denk aan uw verordeningen van ouds,
Here, dan ben ik getroost.
Verontwaardiging greep mij aan vanwege de goddelozen,
die uw wet verlaten.
Hoewel strikken der goddelozen mij omgeven,
vergeet uw wet niet".
Psalm 119:73
,Uw handen hebben mij gemaakt en toebereid
en mij verstand, opdat ik uw geboden lere".
De maagdelijke geboorte!
Psalm 119:78a+ 83-88
,Laten dat ze mij onverdiend verdrukten.
Hoewel ik ben geworden als een lederen zak in de rook,
dat ze mij onverdiend verdrukten.
Hoevele zullen de dagen van uw knecht zijn?
Wanneer zult Gij aan mijn vervolgers gericht oefenen?
Overmoedige hebben mij kuilen gegraven,
die niet leven naar uw wet.
Al uw gebroken zijn trouw;
onverdiend vervolgen ze mij, kom mij ter hulpe!
Bijna hebben ze mij op aarde verdelgd,
maar ik heb uw bevelen niet verlaten.
inzettingen niet vergeten.
soedigen hebben mij kuilen gegraven,
die niet leven naar uw wet.
Maak mij levend naar uw goedertierenheid,
opdat de getuigenis van uw mond onderhoude".
103
Ook dit gedeelte spreekt weer volledig voor zichzelf.
Psalm 119: 105-107,110
,Uw woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.
Ik heb gezworen, en ik zal het gestand doen,
dat ik uw rechtvaardige verordeningen zal onderhouden.
Ik ben al te zeer verdrukt,
o Here, maak mij levend naar uw woord.
Goddelozen leggen mij een strik,
maar van uw bevelen dwaal ik niet af".
Psalm 119: 139,141,157-159,161
,Mijn ijver verteert mij,
omdat mijn tegenstanders uw woorden vergeten.
Ik ben klein en veracht
uw bevelen vergeet ik niet.
Talrijk zijn mijn vervolgers en mijn tegenstanders,
doch van uw getuigenissen wijk ik niet af.
Zie ik afvalligen, dan voel ik afschuw,
daar zij uw woord niet onderhouden.
Zie, hoe ik uw bevelen liefheb;
Here, maak mij levend naar uw goedertierenheid.
Vorsten vervolgen mij zonder oorzaak,
maar mijn hart vreest voor uw woorden".
Jeshua was een paar maal woedend, men vindt deze woede o.a. in de tempelreiniging.
Psalm 120
,In mijn angst heb ik tot de Here geroepen
en Hij heeft mij geantwoord.
Here, red mij van de leugenlippen,
van de bedrieglijke tong.
Wat zal Hij U geven, en wat wat zal Hij u toevoegen,
gij bedrieglijke tong?
Gescherpte pijlen van een held,
benevens gloeiende kolen van brem.
Wee mij, dat ik in hesach moet vertoeven,
dat ik moet wonen bij de tenten van Kedar.
Te lang reeds woon ik
bij wie de vrede haten;
ik ben een en al vrede, maar als ik spreek,
dan zijn zij uit op strijd".
Jeshua's gebed vlak voor zijn gevangenneming en zijn constante strijd met het Sanhedrin.
Psalm 132:17-18
,Daar zal- ik voor David een hoorn doen uitspruiten.
Ik zal voor mijn gezalfde een lamp bereiden;
zijn vijanden zal ik met schaamte bekleden,
maar op hem zal zijn Kroon blinken".
104
Psalm 139:13-19
,Want Gij hebt mijn nieren gevormd,
mij in de schoot van mijn moeder geweven.
Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid,
wonderbaar zijn Uw werken;
mijn ziel weet dat zeer wel.
Mijn gebeente was voor U niet verholen
toen ik in het verborgene gemaakt werd,
gewrocht in de diepten van het aardrijk;
uw ogen zagen mijn vormeloos begin;
in uw boek waren zij alle opgeschreven,
de dagen, die geformeerd zouden worden,
toen nog geen daarvan bestond.
Hoe kostelijk zijn mij uw gedachten, o God,
hoe overweldigend is haar getal.
Wilde ik ze tellen, zij zijn talrijken dan het zand,
als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U.
O God, dat Gij toch de goddeloze ombracht
—gij, mannen des bloeds wijkt van mij ".
Dit is er weer één om stil van te worden. Weer komt het er op neer, dat de Messias door God verwekt zou worden en dat het hele levensverhaal van Jeshua reeds opgetekend was.
Wat ook interessant is, is het vormeloze begin. Dit is iets wat men nog niet zo lang geleden ontdekt heeft, dat een mens vormeloos begint, alleen dit is wel 3000 jaar geleden genoteerd.
Psalm 146:7b—8
,De Here maakt de gevangenen los,
de Here maakt de blinden ziende,
de Here richt de gebogenen op,
de Here heeft de rechtvaardigen lief".
Psalm 148:14a
,Hij heeft voor zijn volk een hoorn verhoogd".
Spreuken 1:20—21
,De wijsheid roept luide op straat,
op de pleinen verheft zij haar stem,
op de hoek der rumoerige straten roept zij,
bij de ingangen der poorten,
in de stad, spreekt zij [ haar redenen".
Dit is één van de wetten, waar Jeshua op gereageerd heeft. Vandaar zijn zwervend bestaan tijdens zijn prediking.
Spreuken 8:22—36
,De Here heeft mij tot aanzijn geroepen
als het begin van zijn wegen,
vóór zijn werken van ouds af.
Van eeuwigheid aan ben ik geformeerde,
van den beginne, eer de aarde bestond.
Toen er nog geen oceaan was, ben ik geboren,
toen er nog geen bronnen waren, rijk aan water.
Eer de bergen omlaag gezonken waren!
105
vóór de heuvelen ben ik geboren;
toen Hij het aardrijk en de velden nog niet had gemaakt
noch de eerste stofdeeltjes der wereld.
Toen Hij de hemel bereidde, was ik daar
toen Hij een kring trok op het oppervlak van de oceaan,
toen Hij de wolken daarboven bevestigde,
en de bronnen van de oceaan met kracht opborrelden,
toen Hij aan de zee haar perk stelde,
opdat de wateren zijn gebod niet zouden overtreden,
en Hij de grondslagen der aarde bepaalde,
toen was ik een troetelkind bij Hem,
ik was een en al verrukking dag aan dag,
te allentijde mij verheugend voor zijn aangezicht,
mij verheugend in de wereld van zijn aardrijk,
en mijn vreugde was met de mensenkinderen.
Nu dan, zonen, luistert naar mij,
want welzalig zijn zij die mijn wegen bewaren.
Hoort naar de vermaning, dan wordt gij wijs,
slaat haar niet in de wind.
Welzalig de mens die naar mij luistert,
dag aan dag wachthoudende aan mijn deuren,
bewakende de posten van mijn poorten.
Want wie mij vindt, heeft het leven gevonden,
hij heeft van de Here welgevallen verkregen,
tiaar wie mij mist, doet zijn leven geweld aan;
allen die mij haten, hebben de dood lief".
Jeshua zei: "Eer Abraham was, was Ik". Dit hele gedeelte komt hierop neer. -- "Wie mij vindt, heeft het leven gevonden, wie mij mist, doet zijn leven geweld aan". Het niet navolgen van Jeshua (emotioneel open zijn en durven vallen) kan zeer ernstige ziekten tot gevolg hebben.
Het simpele feit is namelijk, dat een verkrampte geest ook een verkrampt lichaam geeft, wat allerlei nare ziekten kan opleveren tot en met kanker toe. "Allen die mij haten, hebben de dood lief". Woorden die voor zichzelf spreken, maar waar ik later nog op terug zal komen.
Door het boek Spreuken heen komt men verschillende gezegdes tegen, die ook door Jeshua gebruikt zijn. De rabbijnen zeggen dan ook terecht, dat Hij niet zo veel nieuws zei. Maar zoals ik al eerder geschreven heb, ging het er niet om wat Hij zei, maar wat Hij bedoelde.
De volgende uitspraken in het boek Spreuken kunt u op één of andere manier ook weer terug vinden in de evangeliën. Ik zal er voor de rest weinig of geen commentaar bij geven, omdat deze woorden voor zichzelf spreken.
Spreuken 10:11—12
,De mond des rechtvaardigen is een bron van leven,
maar de mond der goddelozer verbergt geweld.
Haat verwekt krakelen,
maar liefde bedekt alle overtredingen".
106
Spreuken 11 : 12-13, 17, 20, 31
,Wie het aan hart ontbreekt,
heeft zijn eigen naaste veracht,
maar de man van groot onderscheidingsvermogen is
iemand die het stilzwijgen bewaart.
Wie als een lasteraar rondgaat,
legt vertrouwelijke gesprekken bloot,
maar wie getrouw van geest is, bedekt
een zaak".
,Een man van liefderijke goedheid bejegent zijn eigen
ziel op een belonende wijze, maar de wreedaard brengt de
banvloek over zijn eigen organisme.
De verkeerden van hart zijn de Here een gruwel, maar de
oprechten van hart zijn hem welgevallig.
Zie, aan de rechtvaardige wordt vergolden op aarde,
hoezeer te meer de goddeloze en de zondaar!".
Spreuken 12:13
,In de overtreding der lippen ligt een boze valstrik,
maar de rechtvaardige ontkomt aan de benauwdheid".
Spreuken 13:9, 13, 20
,Het licht der rechtvaardigen brandt blijde,
maar de lamp der goddelozer wordt uitgeblust.
Wie het woord veracht, moet het ontgelden;
maar wie het gebod vreest, hem zal vergolden worden.
Wie met wijzen omgaat, wordt wijs;
maar wie met dwazen verkeert, wordt slecht".
Spreuken 14: 15-17, 21, 29, 30, 31
,De onverstandige gelooft elk woord,
maar de schrandere geeft acht op zijn gang.
De wijze vreest en wijkt af van het kwaad,
maar de dwaas gaat zich te buiten en voelt zich toch veilig.
Wie spoedig toornig is, begaat dwaasheid,
en een man met slinkse streken wordt gehaat.
Wie zijn naaste veracht, zondigt;
maar welzalig hij, die zich ontfermt over ellendiger.
De lankmoedige is groot van verstand,
maar wie kortaangebonden is, hoopt dwaasheid op".
,Een zachtmoedig hart is leven voor het vlees,
maar jaloersheid is vertering voor de beenderen.
Wie de behoeftige verdrukt, smaadt diens Maker;
maar wie zich over de arme ontfermt, eert Hem".
Spreuken 15:1-6a
,Een zacht antwoord keert de grimmigheid af,
maar een krenkend woord wekt de toorn op.
De tong der wijzen brengt degelijke kennis voort,
maar de mond der zotten stort dwaasheid uit.
De ogen des Heren zijn aan alle plaatsen,
opmerkzaam acht gevend op kwaden en goeden.
Zachtheid van tong is een boom des levens,
maar valsheid in haar is een verderf in de geest.
De dwaas versmaadt de tucht van zijn vader,
maar wie de terechtwijzing ter harte neemt, is verstandig.
In het huis van de rechtvaardige is een grote schat".
107
Spreuken 15:13
,Een blij hart maakt het aangezicht vrolijk,
maar door hartenleed wordt de geest verslagen".
Spreuken 15:15—18
,Al de dagen van de ellendige zijn boos,
maar voor de blijmoedige is het altijd feest.
Beter is een weinig in de vreze des Heren,
dan een grote schat en onrust daarbij.
Beter een schotel groente, waar liefde heerst,
dan een gemeste os en haat daarbij.
Een opvliegend mens verwekt twist,
maar een lankmoedige doet de strijd bedaren".
Spreuken 15:29-33
,Ver is de Here van de goddelozen,
maar het gebed van de rechtvaardigen hoort Hij.
Vriendelijk stralende ogen verheugen het hart,
en goede tijding verkwikt het gebeente.
Het oor, dat luistert naar de terechtwijzing die ten leven is,
zal vertoeven te midden der wijzen.
Wie de tucht in de wind slaat, veracht zijn leven.
De vreze des Heren voedt op tot wijsheid,
en ootmoed gaat vooraf aan de eer".
Spreuken 16:24+28—32a
,Vriendelijke woonden zijn als honingzeem,
zoet voor de ziel en medicijn voor het gebeente".
Een valsaard veroorzaakt twist,
een lasteraar brengt scheiding tussen vrienden.
Een man des gewelds verleidt zijn naaste
en leidt hem op een weg die niet goed is.
Wie zijn ogen toeknijpt, wil valse dingen verzinnen;
wie zijn lippen samendrukt, heeft het kwaad reeds gedaan.
De grijsheid is een sierlijke kroon,
zij wordt op de weg der gerechtigheid gevonden.
Een lankmoedig mens overtreft een held,
wie zijn geest beheerst, hem die een stad inneemt".
Spreuken 17:11
,Het is enkel weerspannigheid wat de slechtaard blijft zoeken
en wreed is de boodschapper die tegen hem gezonden wordt".
Spreuken 19:11,17,27
,Des mensen verstand maakt hem lankmoedig,
het is zijn eer een overtreding voorbij te zien.
Wie zich over de arme ontfermt, leent de Here.
Hij zal hem zijn weldaad vergelden.
Hou maar op, mijn zoon, naar vermaning te luisteren,
als gij toch afwijkt van verstandige woorden".
Spreuken 20: 3, 9, 13, 21
,Het is een eer voor een man zich verre te houden van twist,
maar elke dwaas barst los,
Wie kan zeggen; ik heb mijn hart rein bewaart,
108
ik ben rein van zonde?
Heb de slaap niet lief, opdat gij niet verarmt,
houd uw ogen open, dan hebt gij brood genoeg.
Een erfenis wordt aanvankelijk door hebzucht verkregen,
maar de toekomst daarvan, die zal niet gezegend worden".
Spreuken 22:6
,Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg,
ook wanneer hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken".
Spreuken 22:24-25
,Ga niet om met een driftkop
en laat u niet in met een heethoofd,
opdat gij niet gewend raakt aan zijn paden
en uzelf een strik spant".
Spreuken 24:29
,Zeg niet: Zoals hij mij deed, zo zal ik hem doen;
ik vergeld de man naar zijn doen".
Volgens sommige Joodse scholen was de stelling van Jeshua "linkerwang, rechterwang" helemaal verkeerd. Toch zegt Salomo hier exact hetzelfde, alleen gebruikte hij andere woorden.
Spreuken 25:20-23
,Als iemand die een kleed uittrekt
op een koude dag, als azijn op loog,
is wie liedjes zingt bij een treurig hart.
Indien uw vijand honger heeft, geef hem brood te eten,
indien hij dorst heeft geef hem water te drinken;
want dan hoopt gij vurige kolen op zijn hoofd,
en de Here zal het u vergelden.
De noordenwind verwekt stortregen,
heimelijk gepraat toornige aangezichten".
Spreuken 27:1,6,17—19
,Beroem u niet op de dag van morgen,
want gij weet niet wat een dag kan baren".
Oprecht gemeend zijn de wonden door een vriend geslagen,
maar overvloedig zijn de kussen van een vijand.
Zoals men ijzer met ijzer scherpt,
zo scherpt de ene mens de ander.
Wie de vijgenboom verzorgt, geniet zijn vrucht;
wie voor zijn heer zorgt, wordt gedeerd.
Zoals het water het gelaat weerspiegelt,
zo weerspiegelt het hart van de mens de mens".
Spreuken 28:9,12—14
,Wie zijn oren afwendt van het horen der wet,
diens gebed zelfs is een gruwel.
Als de rechtvaardigen juichen, is de heerlijkheid groot,
maar als de goddelozen tot macht komen,
verbergen zich de mensen.
Wie zijn overtreding bedekt, zal niet voorspoedig zijn;
maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.
109
Welzalig de mens die gedurig vreest,
maar wie zijn hart verhardt, valt in het onheil".
Spreuken 28:1, 23, 25
,Wie zijn nek verhardt ondanks herhaalde vermaning,
wordt opeens onherstelbaar gebroken.
Eens mensen hoogmoed vernedert hem,
maar een nederige van geest zal eer ontvangen.
Vrees voor mensen spant een strik
maar wie op de Here vertrouwt, is onaantastbaar".
God wil niet dat mensen zich verharden. Dit geldt speciaal voor gelovigen. Doet men dit toch, dan begint onze Schepper waarschuwingen te geven. Dit is één van de redenen dat gelovige mensen moeten lijden.
Aan de andere kant om hen (meer) open te houden/krijgen en om te zien of zij God waarlijk lief hebben.
Een niet-gelovige probeert onze Schepper op onder meer deze manier naar zich toe te trekken. Luistert men niet naar deze waarschuwingen—en dit geldt ook voor de gelovige—dan breekt de lijn plotseling af; dit soort mensen krijgen vaak ernstige ziekten, depressies, of zij sterven ineens. Er moet hier een "maar" bijgezet worden, door de tegenwoordige milieuverontreinigingen e.d. bestaan er ook vele ziekten waar onze Formeerder buiten staat.
Spreuken 30:4—6
,Wie klom op ten hemel en daalde weer neder,
wie heeft de wind in zijn vuist verzameld?
Wie heeft de wateren samenbonden in zijn kleed,
wie heeft al de einden der aarde vastgesteld?
Hoe is zijn naam en hoe de naam van zijn zoon?
Gij weet het toch.
Alle woord Gods is gelouterd;
hun die bij Hem schuilen, is Hij ten schild.
Doe niets aan zijn woorden toe,
opdat hij u niet terechtwijze
en gij een leugenaar bevonden wordt".
Wie klom op en wie verwachten de christenen terug? -- Hoe is zijn naam en hoe de naam van zijn zoon? Gij weet het toch.
Volgens (bepaalde) Joodse leringen en mythes, was de naam Jeshua reeds lang bekend, tevens dat God een zoon had. Hiervoor moet men echter de bijbel in het Hebreeuws kennen. Het heeft met woordspelingen (rekenen) te maken.
Het laatste gedeelte zegt ongeveer hetzelfde als wat Jeshua zei, namelijk: "Velen zullen er komen met Mijn naam op hun lippen". -- De bijbel heeft niet één toegevoegd woord, maar 140 bladzijden, namelijk alles wat na Jeshua gekomen is. Dit had een apart boek, gelijk de Talmoed.
Prediker 5:9
,Wie geld liefheeft, wordt van geld niet verzadigd, noch
wie rijkdom liefheeft, van inkomsten. Ook dit is ijdelheid".
110
Prediker 5:12
,Er is een smartelijk kwaad, dat ik gezien heb onder de
zon: rijkdom door zijn bezitter bewaard tot zijn
eigen onheil".
Prediker 10:4
,Indien de toorn van een heerser zich tegen u verheft,
verlaat dan uw plaats niet, want gelatenheid voorkomt
grote misslagen".
Salomo zegt hier precies hetzelfde als wat later door Jeshua herhaald is: niet reageren op woordelijke agressie.
Prediker 10:20
,Vervloek zelfs in uw gedachten de koning niet,
en vervloek in uw slaapkamer de rijke niet,
want de vogelen des hemels zouden het geluid overbrengen
en het gevogelte zou te kennen geven wat gij gezegd hebt".
Jesaja 8:16—17
,Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn
leerlingen.
En ik zal wachten op de Here, die zijn
aangezicht verbergt voor het huis van Jakob
, ja, op Hem zal ik hopen".
Weer een bewijs dat Jeshua nooit openlijk met zijn discipelen gesproken heeft. Hij mocht dit niet. Moest de wet verzegelen en mocht enkel in gelijkenissen spreken.
Jesaja 9:5—6
,Want een kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven,
en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt
hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de
vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk,
doordat hij het sticht en grondvest met recht en
gerechtigheid van nu aan tot in eeuwigheid.
De ijver van de Here der heerscharen zal dit doen".
"En de heerschappij rust op zijn schouders". Jeshua zei: , AlIe macht is aan Mij gegeven".
Jesaja 11:1-5
,En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isai
en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. En op
hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid
en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van
kennis en vreze des Heren. Hij zal niet richten naar
hetgeen zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen
zijn oren horen; want hij zal de geringen in gerechtigheid
richten en over de ootmoediger des lands in billijkheid rechtspreken,
maar hij zal de aarde slaan met de roede zijn monds en met de adem zijner lippen de
goddeloze doden. Gerechtigheid zal de gordel zijn er
lendenen zijn en trouw de gouden zijner heupen ".
111
Jesaja 28;16a
,Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een
beproefde steen, een kostbare hoeksteen van een vaste
grondslag".
Jesaja 30:17b
"Totdat gij overblijft als een seinpaal op een bergtop
en als een banier op een heuvel".
Weer één van die uitdrukkingen, die door Jeshua gebruikt is. Hij wist dat hij verhoogd ging worden en hij wist dat hij moest sterven.
Jesaja 32:1-2
,Zie een Koning zal regeren in gerechtigheid en vorsten
zullen heersen naar het recht: en ieder van hen zal zijn
als een beschutting tegen de wind en als een toevlucht
tegen de stortbui, als waterstromen in een dorre streek,
als de schaduw van een machtige rots in een dorstig
land".
Jeshua's Koninkrijk is natuurlijk niet van deze wereld. Men kan dit ook opmaken uit Jesaja 9:5-6. Zijn Koninkrijk is niet van deze aarde, maar is in de hemel.
Volgens de Joodse leer moet de Messias eeuwig blijven. Dat kan echter niet, want dan zou de Bijbel niet meer kloppen, ook de Messias moest sterven.
In psalm 82:6—7 staat het volgende:
,Wel heb Ik gezegd; Gij zijt góden,
ja, allen zonen des Allerhoogsten
nochtans zult gij sterven als mensen,
als een der vorsten zult gij vallen".
Ieder mens sterft, ook de Messias. Zijn eeuwigdurend Koninkrijk is niet aan deze kant van de aarde, maar aan de andere kant.
Jesaja 35:4—6a
,Zegt tot de versaagden van hart: Weest sterk, vreest
niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding
Gods; Hij zal komen en Hij zal u verlossen. Dan zullen
de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontslo-
ten worden; dan zal de lamme springen als een hert en de
tong van de stomme zal jubelen".
Jesaja 36;11b
,Spreek toch tot uw dienaren in het Aramees, want wij
verstaan dat wel, maar spreek tot ons ten aanhoren van
het volk op de muur niet in het Judees".
Jeshua heeft tijdens zijn prediking (waarschijnlijk) nooit één woord Hebreeuws gesproken. Het Aramees was in die tijd voertaal, ook dit wekte nogal verwarrend voor het Joodse volk. Nu kunt u natuurlijk zeggen, Jeshua moet Joods gesproken hebben, maar ook Jesaja 28: 9-12 zegt min of meer hetzelfde namelijk:
112
,Wie wil hij kennis leren en wie wil hij een openbaring
doen verstaan? Hun die van de melk gespeend, aan de
borst ontwend zijn? Want het is wet op wet, wet op
wet, eis op eis, eis op eis, hier wat, daar wat.
Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal
spreken, en in een vreemde tongval zal tot dit volk
spreken Hij, die tot hen gezegd heeft: Dit is de rust,
geeft de vermoeide rust, en dit is de verademing - maar
zij wilden niet horen".
Jeshua heeft nooit Hebreeuws gesproken. Hij kon het wel maar mocht het niet gebruiken.
Jesaja 45:13
"Ik ben het, die hem verwekt heb in gerechtigheid, en al
zijn wegen zal Ik effen maken".
Weer geeft dit gedeelte aan dat Jeshua verwekt is door God.
Jesaja 50:10
,Wie onder u vreest de Here, wie hoort naar de stem van
zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt,
van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam des Heren,
en steune op zijn God".
Jesaja 52:13
,Zie mijn knecht zal voorspoedig zijn,
ja, ten hoogste verheven zijn".
Weer vinden we hier het woord verhogen.
Jesaja 53
,Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de
arm des Heren geopenbaard. Want als een loot schoot hij
op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre
aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden
hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden
hebben begeerd. Hij was veracht en van mensen verlaten,
een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als
iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was ver-
acht en wij hebben hem niet geacht.
Nochtans onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze
smarten gedragen, wij echter hielden hem voor een
plaagde, een door God geslagene en verdrukte.
Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze
ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede
aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons
genezing geworden. Wij allen dwaalden als schapen, wij
wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Here
heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen.
Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en
deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting
geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders,
zo deed zijn mond niet open.
Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen, en wie
113
onder zijn tijdgenoten bedacht, dat hij is afgesneden
uit het land der levenden. Om de overtreding van mijn
volk is de plaag op hem geweest. En men stelde zijn graf
bij de goddelozer; bij de rijke was hij in zijn dood,
omdat hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in
zijn mond is geweest. Maar het behaagde de Here hem te
verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer hij zichzelf
ten slachtoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen
zien en een lang leven hebben en het voornemen des Heren
zal door zijn hand voortgang hebben. Om zijn moeitevol
lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn
kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen recht-
vaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen.
Daarom zal ik hem een deel geven onder velen en met
machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven
heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders
werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en
voor de overtreders gebeden heeft".
Het beroemde Jesaja 53. Ik heb het al geschreven, door veel Joodse rabbijnen, toen en nu, wordt Jeshua als gek gezien of als dwaalleraar. -- Maar dat was hij niet. Volgens sommige Joodse scholen wordt hier niet Jeshua bedoeld, maar het Joodse volk. Maar we lezen: "Wij (het Joodse volk) echter hielden Hem voor een geplaagde". Men kan dit ook terugvinden in "Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht". Met "hij was" en "wij hebben" wordt het Joodse volk bedoeld. Met "wij allen dwaalden als schapen", wordt de wereld bedoeld.
Jesaja 58:1
,Roep luidkeels, houd niet in, verhef uw stem als een
bazuin en maak mijn volk zijn overtredingen bekend en
het huis van Jakob zijn zonden"!
Jesaja 61:1—2a
,De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij
gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde
boodschap te brengen aan ootmoediger, om te verbinden
gebroken en van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te
roepen en voor gebonden en opening der gevangenis: om uit
te roepen een jaar van het welbehagen des Heren".
De openingswoorden van Jeshua in de synagoge van Nazareth. Volgens vele christenen heeft Jeshua drie jaar gepredikt, hier wordt over één jaar gesproken.
Jeremia 3:19a
,Ik had wel gezegd: Hoe zal ik u onder de zonen rekenen
en u een uitgezocht land geven, de allersierlijkste erve
der volkeren! En Ik had gedacht, dat gij Mij zoudt
noemen; Mijn Vader"!
Jeremia 11:6
,Daarop zeide de Here tot mij: Predik al deze woorden in
de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem en
zeg; Hoort de woorden van dit verbond en doet ze".
-------
*Maar -- Jeshua hun Messias en Jacob en Gods-leraar van genoemd. Heel veel verder. Jeshua 600 jaar en Jacob ... misschien 2600 - 3000 jaar!
114
Jeshua moest blijven zwerven van stad naar stad, van dorp naar dorp, door geheel Israël het evangelie predikend, totaal reagerend op de wet. Dit is het verhaal dat men terug kan vinden in Luc. 9:58 ,De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen".
Jeremia 11:15
,Wat heeft mijn geliefde in mijn huis te maken? Haar
aanslag te volvoeren? Zouden vele dingen, zou heilig
vlees uw rampspoed aan u doen voorbijgaan? Dan zoudt gij
juichen"!
Jeshua, het Lam dat geslacht moest worden om vele redenen.
Het laatste gedeelte vs 23 geeft al een beetje aan wat er gaat gebeuren. God gaat onheil brengen over de priesters.
Jeremia 11:18,21-23
,De Here nu heeft het mij doen weten en zo bemerkte ik
het, toen hebt Gij mij hun daden laten zien.
Daarom zegt de Here aldus van de mannen van Anathoth,
die u naar het leven staan en zeggen: Profeteer niet in
de naam des Heren, of gij sterft door onze hand—daarom
zegt de Here der heerscharen aldus: Zie, ik zal bezoe-
king over hen doen; de jonge mannen zullen sterven door
het zwaard, hun zonen en dochters zullen sterven door de
honger, niemand van hen zal overblijven; want Ik zal
onheil brengen over de mannen van Anathoth in het jaar
van hun bezoeking".
Jeshua wist niet precies, hoe Hij ging sterven. Hij wist dat Hij verhoogd zou worden en ter dood gebracht zou worden.
Het belangrijkste wat men in dit gedeelte terugvindt, is dat Hij overgeleverd zou worden aan de Hogepriesters. Het verhaal dat men o. a. terugvindt in Marcus 10:32—34, waarin Jeshua dit voorspelde.
Op de eerste bladzijde van het boek Jeremia, lezen we dat deze profeet uit het priestergeslacht te Anathoth kwam.
Volgens de Joodse leer slaat dit op de profeet zelf, maar Jeremia zegt "de Here nu heeft het mij doen weten". Het gebeurde niet met hem, het was een profetie!
De mannen van Anathoth, slaat op het priestergeslacht aan wie de Messias overgeleverd zou worden en die Hem zouden doden! -- Tegenwoordig is hierop een nieuwe visie, namelijk dat de Hogepriesters hun uiterste best hebben gedaan om Hem te redden.
Dit is echter niet waar. De schrijvers van de vier evangeliën geven vrij waarheidsgetrouw weer wat er met Jeshua gebeurd is.
Jeshua werd overgeleverd aan de Hogepriesters om gedood te worden, niet door Satan, maar door God zelf. Vandaar ook het gebed van Jeshua vlak voor zijn gevangenneming, waarin Hij zijn Vader vraagt, of deze drinkbeker Hem mocht passeren.
Eén van de grootste fouten van de christelijke religie is geweest om het Joodse volk te beschuldigen van Gods moord. Jeshua moest sterven en Hij wist dit!
115
Jeremia 17:15-18
,Zie, zij zeggen tot mij: Waar blijft het woord des Heren? Laat het toch komen! -- Ik echter heb bij U niet op rampspoed aangedrongen de onheilsdag heb ik niet begeerd. Gij weet het, wat van mijn lippen uitging, was U bekend. Word mij niet tot een verschrikking. Gij zijt mijn toevlucht ten dage van rampspoed. Laten mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat ik niet beschaamd worden; laten zij verschrikt worden, maar laat ik niet verschrikt worden. Breng over hen de dag van rampspoed, verbreek hen met een dubbele verbreking".
Veel mensen geven het christendom of religie-in-het-algemeen de schuld van alle ellende. Als men het evangelie van onze Verlosser goed kent, weet men ook dat Jeshua hier grote moeilijkheden mee had. Regelmatig komt men dan ook tegen dat hij ontroerd (huilend) is over de verloren schapen van Israël. Hij wist, dat slechts weinigen Hem ten volle zouden begrijpen en dat er gigantische oorlogen zouden uitbreken en dat het Joodse volk op een afgrijselijke manier vervolgd zou worden. Niet voor het doden van hun Messias, maar om andere redenen.
Jeremia 20:10-12a
,Want ik heb gehoord het gemompel van velen— schrik van
rondom!-: Brengt iets aan, opdat wij hem aanbrengen.
Alle lieden met wie ik bevriend ben, loeren op mijn val;
wellicht zal hij zich laten verlokken, zodat wij hem
onvermogen en wraak op hem kunnen nemen. Maar de Here is
met mij als een geweldig held; daarom zullen mijn ver-
volgers struikelen en niets vermogen; zij staan ten
diepste beschaamd, omdat zij hun doel niet bereiken, een
eeuwige, onvergetelijke smaad. Ja, de Here der heerscha-
ren is een rechtvaardige toetser, die nieren en hart
doorziet; ik zal uw wraak op hen zien, want op U heb ik
mijn rechtszaak gewenteld".
Jeremia 23:5
,Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat ik
aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal
als Koning regeren en verstandig handelen, die zal recht
en gerechtigheid doen in het land".
Jeremia 33:15-17
,In die dagen en te dien tijde zal ik aan David een
Spruit der gerechtigheid doen ontspruiten, die naar
recht en gerechtigheid in het land zal handelen. In die
dagen zal Juda verlost worden en Jeruzalem veilig wonen,
en zij zal men het noemen: De Here onze gerechtigheid.
Want zo zegt de Here: Nimmer zal het David ontbreken aan
een man, die op de troon van het huis Israëls gezeten
is".
Jeremia 49:14—15
,Een tijding heb ik van de Here gehoord en een bode is
onder de volken gezonden: Verzamelt u, rukt ertegen op
116
en maakt u op tot de strijd! Want zie, klein maak ik u
onder de volken, veracht onder de mensen".
De komst van de Messias voor de wereld en de ondergang van Israël voorspeld.
Klaagliederen 3:3
,Hij biede de wang aan wie hem slaat,
hij worde verzadigd van smaad".
Ezechiël 14;21b-22a
,En toch, al zend Ik ook mijn vier zware gerichten, het
zwaard, de honger, het wild gedierte en de pest, naar
Jeruzalem om daar mens en dier uit te roeien, zie, dan
zullen er daar overblijven, die ontkomen".
De verwoesting van Jeruzalem, door Jeshua voorspeld.
Ezech. 16:45a
,Zo moeder, zo dochter. Gij zijt de dochter van uw moeder".
Jeshua zegt: ,U zult de boom herkennen aan zijn vruchten".
Ezech. 17:22-24
,Zo zegt de Here Here: Dan zal ik zelf van de top van de
hoge ceder (een twijgje) nemen en dat in de grond zet-
ten; van de bovenste der jongste takjes zal Ik een
twijgje plukken en Ik zelf zal dat planten op een hoge
en verheven berg: op de hoge berg Israëls zal Ik het
planten, en het zal takken dragen, vrucht voortbrengen
en tot een prachtige ceder worden. En allerhande vogels
van allerlei gevederte zullen onder hem wonen; in de
schaduw zijner takken zullen zij wonen. Alle bomen des
velds zullen weten, dat Ik, de Here, de hoge boom verne-
derd en de nederige verhoogd heb, de sappige boom heb
doen verdorren en de dorre heb doen uitspruiten. Ik, de
Here, heb het doen uitspruiten. Ik, de Here, heb het
gesproken en Ik zal het doen".
Een prachtige gelijkenis van onze Schepper zelf, het verhaal van zijn Zoon, dat deze vele volkeren onder zijn takken zou brengen.
Jeshua's woorden: "Ik ben de ware wijnstok".
In het laatste gedeelte lezen we, wat zo belangrijk is in Jeshua's leer: ,zijn leven te verliezen, om het te vinden".
Ezech. 21 -. 10
,Verwerpt het de scepter van mijn eigen zoon, zoals
(het) elke boom (verwerpt) ?".
Ook dit gegeven kan men regelmatig terugvinden in het evangelie. Jeshua heeft in diverse gelijkenissen er op gewezen, dat Hij niet door zijn Joodse broeders zou worden aangenomen.
117
Ezech. 24:13—14
,Omdat Ik u heb willen reinigen, maar gij u niet reini-
gen liet, daarom zult gij niet meer rein worden van uw
onreinheid, totdat Ik mijn grimmigheid tegen u heb laten
woeden. Ik, de Here, heb het gesproken. Het zal komen,
en Ik zal het doen. Ik zal noch ophouden noch sparen
noch medelijden tonen. Naar uw handel en wandel zal men
u richten, luidt het woord van de Here Here".
In Mattheus 23:37—38 lezen we praktisch hetzelfde als wat hier staat, de Heer, toornig geworden op zijn volk.
Ezech. 36:25-28
,Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein
worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal
Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een
nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik
uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van
vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en
maken dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig
mijn verordeningen onderhoudt. Gij zult wonen in het
land dat ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een
volk zijn en Ik zal u tot een God zijn".
Tijdens een twistgesprek met de Schriftgeleerden en de oudsten stelt Jeshua de volgende vraag: ,De doop van Johannes, was die uit de hemel of uit mensen? Antwoord mij daarop".
De Schriftgeleerden zeiden, dat ze het niet wisten. Toch is het zich laten dopen, maar een ritueel bad om rein te worden. Toch is het nog niet zo ingeburgerd. Nog niet zo lang geleden was er een behoorlijke rel in Israël tussen de Falasha 's en het hoofdrabbinaat, omdat deze de Falasha's verplichtten om een ritueel bad te nemen en rein te worden. Zij weigeren dit aangezien de meeste Joden dit zelf ook niet doen.
Het dopen komt van God af, de doop van Johannes kwam uit de hemel, het is een verplichting voor ieder mens behouden wil worden. -- De doop is ook iets wat men moet ondergaan, als men volwassen is geworden. Het is een symbolische reinigen, waarbij men Gods wetten aanvaardt en de zonden van zich afspoelt, zodat men weet, dat deze hem of haar niet meer aangerekend worden: en men vanaf moment probeert zo rechtvaardig mogelijk te leven.
Ezech. 39:17b
,Verzamelt u en komt, verenigt u van alle kanten bij het slachtoffer".
Uit dit hele gedeelte blijkt weer, dat Jeshua gedood werd door de Heer. -- Deze uitspraak kan men terugvinden in Lucas 22: 19-20, Jeshua's redevoering bij het laatste avondmaal, waarin hij o.a. zegt: ,Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt", en ,mijn bloed dat u uitgegoten wordt".
118
Daniël 2:44
,Maar in de dagen van die Koningen zal de God des hemels
een Koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te
gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander
volk meer zal overgaan;
het zal al de koninkrijken verbrijzelen en daaraan
een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid".
Jeshua"s uitspraak: ,Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld".
Volgens bepaalde Joodse stromingen, zou de Messias voor eeuwig moeten blijven, maar zoals ik reeds uitgelegd heb, is dit onmogelijk. Jeshua's Koninkrijk is eeuwig, echter niet op aarde, maar in de hemel!
Daniël 7:13-14
,Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de
wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon; hij
begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor
deze; en hem werd heerschappij gegeven en eer en
Koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden
hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die
niet zal vergaan, en zijn Koningschap is een, dat
onverderfelijk is".
De voorspelde terugkomst van de mensenzoon. Deze woorden zijn door Jeshua gebruikt, maar voor zijn terugkomst moeten er nog verschillende andere dingen gebeuren, waaronder de dag des Heren.
Dan. 7: 27
,Zijn koningschap is een eeuwig Koningschap, en alle
machten zullen het dienen en gehoorzamen".
De woorden gebruikt door onze Verlosser: "Mij is alle macht gegeven".
Dan.9:24-27
,Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige
stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te
sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om eeuwige
gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen
en iets allerheiligst te zalven. Weet dan en versta:
vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem
te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een
vorst. zijn zeven weken; en tweeënzestig weken lang zal
het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht,
maar in de druk der tijden. En na de tweeënzestig weken
zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets
tegen hem is; en het volk van een vorst die komen zal,
zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar
zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde
toe zal er strijd zijn; verwoestingen, waartoe vast
besloten is. En hij zal het verbond voor velen zwaar
maken".
Velen geloven dat Jeshua drie jaar gepredikt heeft. In dit
119
gedeelte wordt echter aangegeven hoelang. Dit loopt gelijk met het evangelie van Johannes. Johannes moet één van de eerste discipelen geweest zijn. Men leest in het evangelie van Johannes dat Jeshua na zijn doop zich terugtrekt, maar de volgende dag loopt hij weer langs de rivier. Johannes de doper ziet hem en zegt tot twee van zijn volgelingen "Zie het lam Gods" en deze twee beginnen Hem (Jeshua) te volgen.
Na drie dagen is en een bruiloft te Kana. Zijn moeder vraagt Hem te helpen, omdat en geen wijn meer is. Jeshua antwoordt: "Vrouw wat heb ik met u van node? Mijn uur is nog niet gekomen".
Als men deze profetie van Daniël neemt, 62 weken predikend, zeven weken verschijningen na zijn dood, dan houden we een week oven om de zeventig vol te maken. Vandaan ook Jeshua's uitspraak: "Mijn tijd is nog niet gekomen".
Jeshua heeft tweeënzestig weken gepredikt. Hij wist exact op welke dag hij ging sterven, en hij wist dit ook reeds jaren van te voren.
De zeven weken, dit is de tijd tussen goede vrijdag en Hemelvaartsdag. Om de één of andere reden is dit feest een week vervroegd. Men zou echter ook de tijd tussen Pasen en Pinksteren kunnen nemen welke ook zeven is.
Doch men moet van het Joodse paasfeest uitgaan, dan komt Jeshua's hemelvaart een paar dagen voor het wekenfeest (sjavoe'ot): "De dag den eerstelingen" (Num. 28:26a) .
Dit houdt dus in dat de discipelen kracht ontvingen van de Heer op de dag den eerstelingen. In Handelingen 2:1 schrijft (vermoedelijk) Lucas "En toen de Pinksterdag aanbrak. . . ".
Lucas had eigenlijk moeten schrijven: ,En toen de dag den een eerstelingen aanbrak".
Nu zult u zich misschien afvragen, wat nu met de andere drie evangeliën, de verzoeking in de woestijn?
In die dagen was en een duivel, maar die kon enkel wenken, als hij toestemming kreeg van de Heer. Men kan dit o. a. lezen in het boek Job.
De hele verzoeking in de woestijn versta ik, als zijnde niet geschied, hoofdzakelijk gebaseerd op deze profetie van Daniël en omdat dit gelijk loopt met het evangelie van Johannes.
Men leest ook in dit gedeelte weer dat de Messias gedood zou worden, en dat terwijl en in feite niets tegen hem was.
Daniël 11:22b
,En vernietigd worden, ja, ook een vorst van het
verbond".
Daniël 11:33-35
,En de verstandiger onder het volk zullen velen
inzicht brengen, maar zij zullen een tijd lang struikelen
door zwaard en vuur, door gevangenschap en beroving.
Doch, terwijl zij struikelen, zullen zij een kleine
vinden; dan zullen velen zich in huichelachtigheid
hen aansluiten. Sommige van de verstandiger zullen
struikelen, opdat en hen loutering, schifting, en
zuivering teweeggebracht wonde, tot aan de eindt
want deze toeft nog tot de vastgestelde tijd".
120
In dit gedeelte kan men verschillende uitspraken van onze Verlossen terugvinden o. a. "Denkt niet dat Ik hier ben brengen, maar het zwaard" en door Hem aan te om vrede nemen zouden wonder nog steeds vele mensen gevangen gezet en/of gedood, tot de eindtijd, die nu in zicht begint te komen.
Hosea 6:1-2
,Komt laat ons wederkeren tot de Here! Want Hij heeft
verscheurd, en zal ons helen; Hij heeft geslagen, en zal
ons verbinden. Hij zal ons na twee dagen doen herleven,
ten derden dage zal Hij ons oprichten en wij zullen
leven voor zijn aangezicht".
We lezen ook hier duidelijk, door wie deze wereld geslagen is, maar ook door wie Jeshua geslagen is. -- -- Jeshua zei: ,Breekt deze tempel af, en binnen drie dagen bouw hem weer op". Nogmaals: Hij wist dat hij moest sterven, maar wist ook dat Hij ten derden dage weer opgericht zou worden.
Hosea 8:7
,Want wind zaaien zij en storm oogsten zij; tot rijpheid
komt het koren niet, het is een gewas dat geen meel
voortbrengt; en brengt het al iets voort, dan verslinden
het vreemden".
Ook deze uitspaak is door Jeshua op verschillende manieren gebruikt.
Hosea 13:11
,Ik geef u een koning in mijn toorn,
in mijn verbolgenheid".
Deze uitspraak toont weer aan door wie Jeshua gedood is, maar het geeft ook enigszins het hoe—en—waarom aan.
Amos 2:6b
,Omdat zij de rechtvaardige voor geld verkopen".
Het verraad van Judas, die geld aanvaardde van het Sanhedrin.
Amos 8:9—10
,Te dien dage zal het geschieden, luidt het woord van de
Here, Here, dat Ik op de middag de zon zal doen schuil-
gaan en bij klaarlichte dag het land in het donker zal
zetten.
Dan zal Ik uw feesten in rouw (verkenden, en al uw liede-
ren in klaagzang. Dan zal Ik rouwgewaad brengen op alle
heupen en kaalheid op elk hoofd. En ik zal het maken als
de rouw oven een eniggeboren en het einde ervan als een
bittere dag".
Het verhaal dat men terug kan vinden in de evangeliën. Tijdens de kruisiging van Jeshua wend het donker op het midden van de dag.
Sinds die dagen is het Joodse volk verstrooid geweest over de hele wereld en op een afgrijselijke manier vervolgd.
121
Micha 5:1-2a
,En gij, Bethlehem Efnatha, al zijt gij klein onder de
geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een
heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van
ouds, van de dagen der eeuwigheid. Daarom zal Hij hen
prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard
heeft".
Jeshua's geboorte te Bethlehem en dat Gods geest totaal op Hem rustte. Tevens dat Hij reeds bestond voor de grondlegging der aarde, dat Hij heerser (Koning) zal zijn over Israël. Haar dat Hij het voor een bepaalde tijd moest prijsgeven.
Uit dit gedeelte kan men heel goed opmaken waarom Jeshua weigerde Koning te worden. Hij mocht het niet! Hij moest zijn broeders prijsgeven voor een bepaalde tijd, waarvan Hij de lengte ook niet kende.
Micha 7:8
,Verblijd u niet over mij, mijn vijandin: al ben ik ge-
vallen, ik zal weer opstaan; al zit ik in het duister, de
Here zal mij tot licht zijn".
Habakuk 1:12-13
,Zijt Gij niet vanouds, Here, mijn God, mijn Heilige?
Wij sterven niet, Here, tot een oordeel hebt Gij hem
gesteld, en, o Rots! om te tuchtigen hebt gij Hem bestemd.
Gij, die te rein van ogen zijt om het kwaad te zien, en
die het onrecht niet kunt aanschouwen! Waarom aanschouwt
Gij de trouwelozer en zwijgt-Gij, als de goddeloze
verslindt hem die rechtvaardiger is dan hij, zodat Gij
de mensen maakt als vissen der zee, als het kruipend
gedierte, dat geen heerser heeft".
Deze hele profetie wijst naar Jeshua. Hij zei: ,denk niet, dat Ik hier ben om vrede te brengen. Ik ben hier om het zwaard te brengen". Hij wist van te voren, dat hij niet (goed) begrepen zou worden.
Zacharia 9:9
,Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van
Jeruzalem! Zie, uw Koning komt tot u, hij is rechtvaardig
en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een
ezelhengst, een ezelinnejong".
Dit is uiteraard een heel bekende: de intocht van Jeshua te Jeruzalem.
Zacharia ll:12-16a
,En ik heb tot hen gezegd: Indien het goed is in uw
ogen, geef mijn loon, maar indien niet, laat het. Toen
wogen zij mijn loon af: dertig zilverstukken. Haar de
Here zeide tot mij: Werp dat de pottenbakker toe; een
heerlijke prijs waarop Ik hunnerzijds geschat ben! En ik
heb de dertig zilverstukken genomen en die in het huis
des Heren de pottenbakker toegeworpen. Daarop heb ik
122mijn tweede stap. Samenbinding, verbroken tenietdoende de
broederschap tussen Juda en Israël.
Toen zeide de Here tot mij: Neem u nog eens de uitrus-
ting van een dwaze herder; want zie, Ik stel een herder
in het land: naar wat verdelgd dreigt te worden, zal hij
niet omzien; het verstrooide zal hij niet opzoeken".
Het verraad van Judas voor dertig zilverstukken, Jeshua's prediking. Zijn weigering om tot Koning aangesteld te worden en Zijn herhaalde aanvallen op het toenmalige Sanhedrin.
Men kan vele acties terugvinden in deze woorden van Zacharia.
Zacharia 12:10a
,Ik zal over het huis van David en over de inwoners van
Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden;
zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben".
Jeshua zal terugkomen. Het "wanneer" is bij de Heer en dan zal Israël Hem zien. Hem die zij doorstoken hebben.
Misschien moeten wij zolang wachten totdat Israël Hem als Verlosser aanvaardt.
Wat deze woorden ook impliceren, is dat dezelfde generatie die Jeshua heeft doorstoken, zal leven bij Zijn terugkeer. Dit zou inderdaad betekenen dat er een bepaalde vorm van reïncarnatie bestaat, maar ik vermoed dat dit enkel op hoog bevel gebeurt.
Zacharia 13:5b—6
,Ik ben geen profeet, ik ben een man die de akker be-
bouwt, want iemand heeft mij gekocht in mijn jeugd. En
als men tot hem zegt: Wat zijn dat voor wonden tussen uw
armen? dan zal hij zeggen: Daarmee ben ik geslagen in
het huis van mijn vrienden".
Het lijden van Jeshua: na zijn gevangenneming werd hij gegijzeld, gegeseld en geslagen, zowel door de Joden als door de Romeinen.
Zacharia 13:7b—8
,Sla die herder, zodat de schapen verstrooid worden; en
Ik zal mijn hand keren tegen de kleinen.
In het gehele land, luidt het woord des Heren, zullen
twee derden uitgeroeid worden en de geest geven, maar
een derde zal daarin overblijven".
Weer een aankondiging, dat Jeshua door God zelf gedood zou worden en dat na Zijn dood alles zou uitmonden in een chaos en dat een ieder zou gaan dwalen. Ziet men naar de christelijke en de Joodse wereld, met al zijn vreemde wetten en sektes, dan is dit ook inderdaad gebeurd. De meeste kerkgenootschappen zijn aan het dwalen.
In het laatste gedeelte wordt reeds voorspeld wat er met het Joodse volk gaat gebeuren.
Zacharia 14: 1—2
,Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u
behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik
123
alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de
stad zal genomen worden, de huizen zullen worden
geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal
wegtrekken in ballingschap. . "..
Men heeft mij ooit eens verteld, dat Jeruzalem 27 keer van eigenaar veranderd is in de laatste 2000+ jaar. Zodat ook deze profetie volledig waar geworden is. Dit werd door Jeshua ook duidelijk voorspeld. Veel christenen geloven dat het weer of nog steeds moet gebeuren! Maar 27 keer is genoeg. Het Joodse volk is er nu om er te blijven. Het zwaard is gedaald.
Maleachi 1:7
,Waarmee verachten wij uw naam? Gij brengt minderwaar-
dige offerspijze op mijn altaar. En dan zegt Gij: Waar-
mee hebben wij U minderwaardig behandeld"?
Ook deze woorden zijn in een andere vorm door Jeshua gebruikt.
Maleachi 3:1a
,Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg
bereiden zal".
De aankondiging van Johannes de Doper.
Eindigen wil ik dit gedeelte met deze woorden;
Zacharia 12:1a
,Aldus luidt het woord van de Here, die de hemel uitspant".
Men heeft nog niet zo lang geleden ontdekt, dat het heelal zich nog steeds uitbreidt.
Voor Jou, Jeshua, breek ik het brood en drink ik de beker, om je te gedenken. Jij die alles wist, maar enkel in gelijkenissen mocht spreken. Jij, die alles zei, maar niemand begreep je (goed). Hoe moeilijk moet dit voor je geweest zijn. Jij, die van te voren wist, dat je ging sterven en toonde hoe menselijk Je was, door waarlijk in doodsangst te bidden: "Vader, laat die beker aan mij voorbijgaan maar niet mijn wil, maar de uwe geschiede"!
Ik bewonder en hou van Je op een gigantische manier. Jij, die je bloed uitgoot als losprijs voor velen. Jij, die de wereld opnieuw geleerd heeft om God, de Heer boven alles lief te hebben en Jouw lering direct na te volgen, open te zijn en te durven vallen.
Slechts één is uw rabbi, de Messias, de absolute leraar van de waarheid. Wie of wat er ook na Jou komt, zal nooit om je heen kunnen, omdat je de waarheid gesproken hebt en de waarheid is niet weg te drukken.
Dat de woorden, die Je gesproken hebt en opgeschreven staan in Johannes 5:39 waar zijn. Want daarin zeg je:
"Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin
eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij
getuigen".
124
Wel heren (Joodse) Schriftgeleerden, rabbijnen, jeshiva-studenten, enz; U die weigert om over Jeshua te praten, u die weigert—op een enkele uitzondering na— met iemand te discussiëren die in Jeshua gelooft, omdat u Hem als een dwaalleraar ziet. Als dit nu niet Jeshua is, moet u toch maar eens duidelijk maken, wie dit dan wel is?
Ik weet dat er in de Joodse wereld eindeloos over geschreven is.
Grote Joodse theologen hebben reeds hun uitleg over de bijbel gegeven en hier houdt u zich angstvallig aan vast.
Nu weet ik natuurlijk ook wel, dat door de vertalingen bepaalde woorden niet geheel overkomen. Maar de hedendaagse vertalingen lopen toch vrijwel gelijk met de Hebreeuwse bijbel.
Het is me opgevallen, dat zowel in de Joodse als in de christelijke wereld men zich vastklampt aan één bepaalde bijbel en zodra men maar een woord vindt, dat niet overeenkomt met hun bijbel, men gelijk zegt: "Maar wij hebben de enige ware".
Waar het om gaat, is de waarheid te vinden en te kennen, niet om te twisten om één woordje. Terecht is er dan ook door Jeshua gezegd:
'U zift de mug uit, maar u verzwelgt een kameel".
Waar het om gaat is de Heer lief te hebben en mensen lief te hebben, jezelf te kennen en niet weg te lopen voor de waarheid, hoe hard die ook mag zijn.
De Joodse wereld ziet de Psalmen als het verhaal van David en voor de rest draait men het alle kanten op, behalve die welke naar Jeshua leidt. De Psalmen bevatten echten ook profetieën. Dit geldt voor alle profeten.
Het christendom slaat de plank op vele plaatsen net zo hard mis als het Joodse geloof. Ook in het christelijk geloof hebben vele denkers geprobeerd de Schriften uit te leggen. Maar ook deze hebben in de meeste gevallen gefaald en men kan de grootste onzin lezen, die ook nog als waarheid verkocht werd en wordt.
Maar ook dat was door de profeten voorspeld. In Ezechiël 34:2—9 lezen we het volgende:
,Moeten de herders niet de schapen weiden? Het vet eet
gij, met de wol kleedt gij u, het gemeste slacht gij,
maar de schapen weidt gij niet; zwakke versterkt gij
niet, zieke geneest gij niet, gewonde verbindt gij niet,
afgedwaalde haalt gij niet terug, verlorene zoekt gij
niet, maar gij heerst over hen met hardheid en gewelde-
narij. Zij raken verstrooid, omdat er geen herder is, en
worden tot voedsel voor al het gedierte des velds; zo
raken zij verstrooid.
Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge
heuvel; over de gehele aarde zijn mijn schapen ver-
strooid zonder dat er iemand is die naar hen vraagt of
ze zoekt".
Ook deze profetie is volledig waar geworden, Jeshua zei: "Meent gij, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen? Neen, zeg lk u, veeleer verdeeldheid". (Luc. 12:51)
Zowel in de Joodse als in de christelijke wereld dwaalt men.
125
De meeste christenen geloven het hele N.T. ,terwijl en toch een zeer duidelijke waarschuwing uitgegaan is om geen enkel persoon te geloven, die beweert, dat Jeshua met hem heeft gesproken. (Doch gij, ziet toe ik heb het u alles voorzegt. ) Marc. 13:23
Blijkbaar heeft men deze waarschuwing niet serieus genomen.
Waarschijnlijk waren de brieven eerder in omloop dan het evangelie en hebben ze daarom zo'n grote plaats ingenomen in de geloofswereld. Men is het als profetie gaan zien!
Doet men dit, dan raakt men totaal verward. Er is in feite geen lijn meer te trekken. Men kan dan blijven zoeken naar de waarheid, maar men komt er niet uit en +1950 jaar christendom heeft dit ook duidelijk bewezen.
Het is een chaos in de geloofswereld, maar dit was voorspeld zowel door de profeten als door Jeshua.
Men moet een duidelijke separatie maken tussen Jeshua en wat er na Hem gekomen is. De gedeeltes na Jeshua moet men beschouwen als de Talmoed. Deze mensen hebben geprobeerd Jeshua in woorden en leer uit te leggen. Deze mensen waren discipelen, geen profeten. Ze kregen kracht van God, niet de waarheid.
Jeshua is geen religie, maar een weg naar de Heer, naar totale éénheid van geest. Er is maar één manier om onze Formeerder en zichzelf te begrijpen en dat is directe navolging van onze Verlosser Jeshua. Emotioneel open durven te zijn, weer kind te worden in je gevoelsleven, geestelijk en financieel (alles) los te durven laten en niet bang te zijn voor emotionele stormen. -- Doet men dit, dan vindt men de waarheid en de zin van het leven. Het leven wordt dan een enorm spektakel, waarvan men elke dag geniet.
124
(c) © Hoe-leest-gij.webnode.nl --